Wekelijks schrijven Diederik van Hoogstraten (New York) en Rolf Bos (Jeruzalem) elkaar een brief over hun loopervaringen. Beide werken als correspondent voor de Volkskrant.
Ik trap hier geen open deur in, waarde Diederik, als ik zeg dat mannen over het algemeen harder gaan dan vrouwen. Zo heeft de natuur, hier in mijn omgeving zullen ze zeggen God, Yahweh of Allah, dat nu eenmaal bepaald. Als het in de sport draait om het motto van de Olympische Spelen, citius, altius, fortius, sneller, hoger, krachtiger, dan legt de vrouw het af tegen de man. Altijd. Of bijna altijd - en daar kom ik straks op terug.
Leg de recordlijsten er maar naast, van welke sport ook. Okay, wij, gewone mannelijke stervelingen waarvan er honderdduizenden in het dozijn gaan, leggen het natuurlijk dagelijks wel af tegen veel van dat vrouwvolk. Hoe vaak ben jij, waarde Diederik, in een of andere hardloopwedstrijd voorbijgelopen door een sportieve dame?
In je vorige column schreef je dat tijdens je 'tweede hardloopleven' de waardering voor de andere sekse alleen maar is toegenomen. Dat de hardlopende vrouw aan een stevige opmars bezig is. Klopt helemaal, je hoeft maar om je heen te kijken. Toen ik begon met draven zag je nauwelijks vrouwen hardlopen, nu, dertig jaar later, lijkt het wel of wij mannen in de minderheid zijn.
Zelfs hier, in Israël en de Palestijnse gebieden, zie ik op mijn vaste hardlooprondjes meer vrouwen lopen dan mannen. En, en dat is ook een mooi detail, ze ogen fanatieker, zijn er beter en moderner op gekleed, ze gaan harder. Ik weet niet of dat er iets mee te maken heeft, maar mannen lopen hier soms nog in van die oude jaren tachtig joggingbroeken.
In je vorige column schreef je dat The Extra Mile van Pam Reed een van je favoriete hardloopboeken is. Ik heb het hier ook staan. Opmerkelijk mens, die Reed, met haar moeilijke jeugd, eetstoornissen en de 'saving grace' die het lopen haar brengt.
Jij schreef, waarde Diederik, dat je veel van jezelf in haar herkent. Ik ben wellicht een meer nuchtere loper, die minder de nadruk legt op 'de filosofische en welhaast religieuze functies' van het hardlopen. Ik bemerk dat laatste vooral bij mensen die de ene verslaving (roken, eten) inruilen voor de andere (hardlopen). Niks ten nadele, maar dat zijn niet zelden de grootste hardloopmissionarissen...
Ik ben meer van de school dat lopen, en dan bedoel ik hardlopen en langdurig lopen, gewoon onderdeel uitmaakt van onze menselijke geschiedenis, van ons menselijk bestaan. Alleen zijn we onderweg naar de welvaart en trein en auto dat lopen een beetje uit het oog verloren.
Al die al dan niet filosofische of zelfs religieuze bijgedachten bij het hardlopen zijn toch vooral een westerse vinding – ooit een Keniaan of een Ethiopiër gesproken die zich zo uitspreekt over onze sport? Daar waar zij vandaan komen hoort lopen nog gewoon bij het dagelijks bestaan.
Genoeg gefilosofeerd. Terug naar Pam Reed: zij is de enige vrouwelijke sportster ooit die bij mijn weten in een wedstrijd alle mannen achter zich heeft gelaten. Dat was tijdens de gevreesde Badwater Ultramarathon in 2002, waar ze overall winnaar (winnares!) werd.
Die race (217 kilometer) voert door Death Valley in Californië, waar de temperaturen op kunnen lopen tot 50 graden. Dat juist daar een vrouw álle mannen achter zich laat, is misschien niet zo bijzonder. Er zijn theorieën dat het verschil tussen mannen en vrouwen terugloopt bij langere en zwaardere wedstrijden. Hoe langer een uiterste krachtsinspanning duurt, hoe dichter vrouwen bij mannen komen. Het vrouwelijke lichaam, dat immers voorbestemd is om kinderen te baren (de meest ultieme krachtinspanning), is veel beter geschikt voor langdurig afzien.
Precies twintig jaar geleden schreef het gezaghebbende blad Nature daar een spraakmakend artikel over: De auteurs hadden ontdekt dat de verschillen tussen mannen en vrouwen bij wedstrijden tussen de 200 meter en de 10 kilometer in een halve eeuw kleiner waren geworden. Ja, ze voorspelden zelfs dat in 1998 het wereldrecord op de marathon voor mannen en vrouwen vrijwel gelijk zou zijn. Voor de andere afstanden zou dat ergens in de 21ste eeuw plaatsvinden.
Je moet, zeker als wetenschapper, altijd voorzichtig zijn met dat soort prognoses. In 1998 liep Ronaldo DaCosta 2.06.05 op de marathon, een wereldrecord. Een jaar later liep in datzelfde Berlijn de Keniaanse Tegla Loroupe 2.20.43, ook een wereldrecord. Toch nog een redelijk verschil, dat sindsdien niet heel veel kleiner is geworden, ondanks de opmars van superloopster Paula Radcliffe. En ik denk niet dat het in de 21ste eeuw wél gaat gebeuren, hoeveel atletes er van het kaliber Paula het licht nog gaan zien.
Het toeval wil dat ik in 1999 ook in Berlijn de marathon liep. Voor alle duidelijk, ik kon Tegla niet bijbenen. Dus ja, vrouwen zijn vaak sneller dan mannen. Wat zeg ik? Héél veel sneller...
Rolf Bos, al minstens dertig jaar hardloper, is correspondent voor de Volkskrant in Jeruzalem. In een vorig leven was hij atletiekverslaggever voor diezelfde krant. Ook stond hij aan de wieg van literair hardlooptijdschrift '42'. Verhalen van hem zijn opgenomen in boeken als 'Running High', 'Sport, de 141 beste Nederlandse en Vlaamse sportverhalen van 1945 tot nu' en 'De Sportcanon, de sportgeschiedenis van Nederland'. Hij wisselt deze column om de week af met zijn hardloopvriend Diederik van Hoogstraten, correspondent te New York.