De (Kerst)man met de hamer tegengekomen

De (Kerst)man met de hamer tegengekomen
pace
De (Kerst)man met de hamer
Aangezien ik nogal sacherijnig wordt van het vreetfestijn dat Kersmis heet (ik kan al jarenlang geen Kerststol meer door m'n keel krijgen) besluit ik om Eerste Kerstdag te beginnen met een lekkere lange duurloop.

Ik wil zo weinig mogelijk tijd stelen van mijn vrouw en kinderen, dus sta ik om half zeven op: even aankleden, een glaasje water drinken - ontbijten doe ik wel na afloop - mijn Kalenji hardlooplampje omgespen, en op weg.

Ik begin rustig aan, om goed op te warmen, met een pace van 6.00 (10 kilometer per uur). Ik ben vrijwel de enige op straat, behalve wat eenzame fietsers (feestgangers van de vorige nacht, op weg naar huis?) en een auto waarvan de inzittenden iets vaags staan te doen onder een donker viaduct (don't ask, don't tell). Dan ben ik buiten de stad, en knallen maar.

Ik heb er zin in vanochtend. Dat komt omdat ik deze dagen een boek aan het lezen ben van de ultra-runner Dean Karnazes, waarin conversaties staan als: 'Zie je die berg, daar heel in de verte? Met die top in de wolken? Als we over die top heen zijn, is het nog maar 70 kilometer naar de finish'. Karnazes kan heel enthousiast schrijven over afzien, en ik zeg: laat maar komen.

Ik word op mijn wensen bediend, want er blijkt op de ochtend van deze Eerste Kerstdag een flinke wind te staan. Als ik in het open veld kom, wordt hardlopen echt ploegen. Geen punt: pijn is fijn. Al moet ik noodgedwongen mijn pace, die na de warming up is opgelopen tot 5.20 (ruim 11 kilometer per uur) iets laten teruglopen. Maar niet getreurd: dat is vast een goede oefening voor de marathon, want daar heb je ook wel eens wind tegen.

Rond de twintig kilometer begint mijn tempo echter wel heel erg in te zakken. Al snel zit ik op een pace van 5.40, en het gaat nog verder bergafwaarts. Wat ís dit? Ik heb het gevoel alsof er een olifant op mijn schouders is gaan zitten. Dus wat... oh wacht: natuurlijk. De man met de hamer. Of vandaag dus: de Kerstman met de hamer. 

Want ik ben zonder ontbijt gestart en heb ook geen gelletjes meegenomen, heb iets sneller gelopen dan normaal, en nog met tegenwind ook. Dus is mijn koolhydratentank nu volledig leeg. En niet na dertig kilometer, zoals redelijk gebruikelijk, maar al na 22 kilometer. Oh krotenkoker die ik ben; waarom zie ik dit soort volstrekt voor de hand liggende zaken toch over het hoofd totdat het te laat is?

Op mijn tandvlees doe ik de laatste zes kilometer, mijn snelheid neemt af tot niveau oma-met-rollator. Volkomen stuk ga ik over mijn zelfbedachte eindstreep, ik had echt geen honderd meter verder meer kunnen lopen.

Tijdens de cooling down merk ik dat mijn rechter bilspier volledig in een kramp zit, dus bij thuiskomst knal ik er meteen vier tabletjes dyclofenacs in: anders kan ik vanmiddag, bij mijn schoonfamilie, niet eens meer van een stoel opstaan.

Als ik dan rond tien uur 's ochtends de woonkamer binnenkom, hinkend en draaierig van de hongerklop, staat het Kerstontbijt al klaar. Met in het midden de obligate Kerststol.

Doe mij maar een extra dikke plak.


  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
Rob
Rob Voorwinden
Rob  Voorwinden

Rob Voorwinden



Is journalist en camerajournalist. Ontdekte acht jaar geleden het hardlopen. Viel twaalf kilo af en liep vorig jaar zijn eerste marathon. Hoopt er volgend jaar wéér eentje te lopen, maar nu onder de vier uur. Traint daarvoor keihard en loopt dus steeds blessures op. Reageert daarop door nog harder te gaan trainen. Wens hem sterkte.

Verplicht Verplicht
Verplicht


Verplicht

Reload Image
  • Kees van den Berk
    Beste Rob, wat ik heb ik weer genoten van je column. Hilarisch!
    Reactie geplaatst op 19/02/17 om 15:44 uur

Loopkalender

28
februari