Een pakezel op zeven heuvels

Een pakezel op zeven heuvels
Zevenheuvelenloop 2016
De eerste herfststorm raast over het land, en dus moeten we een tijdje wachten op de vertraagde trein. Nou ja, dat geeft me wel de tijd om mijn medelopers op het perron eens goed te bestuderen. De Zevenheuvelenloop is populair: alleen al op dit kleine stationnetje bij Utrecht staan zo'n twintig deelnemers, schat ik.

Die deelnemers heb je in twee categorieŽn: de pakezels en de gazellen. De gazellen hebben hun flinterdunne racekleding al aan, en hoeven straks alleen hun piepkleine rugzakje nog maar af te geven bij de garderobe. De pakezels hebben grote sporttassen met hun hardloopkleren, renschoenen, regenjas-voor-vooraf en handdoek-voor-achteraf, hun gelletjes, bidons met sportdrank, recovery drank en wat niet al.

Zelf ben ik een pakezel, want in dunne hardloopkleding krijg ik het snel koud. Beter gezegd: ik ben de keizer van de koukleumen - ik begin al te rillen als ik hartje zomer op de Canarische eilanden per ongeluk door de schaduw van een palmboom loop. Dus heb ik, speciaal voor in het startvak, ook een spuuglelijke maar dikke jaren-tachtig winterjas bij me, die ik voor twee euro heb gekocht bij het Leger des Heils. Mij pakken ze niet.

Ik start in een van de achterste vakken. Als voorzorg. Want ik ken het parcours niet - het is mijn eerste Zevenheuvelenloop. Bovendien zijn heuvels niet mijn specialiteit: in de buurt van Utrecht, waar ik mijn rondjes draai, is alles vlak. En verder heb ik de afgelopen maanden wat gedoe gehad met mijn knie. Rustig aan dus maar.

Om tien voor twee is eindelijk mijn startvak aan de beurt. Ik schop de winterjas onder een geparkeerde auto - toedeledoki, daar ben ik ook weer met ere vanaf gekomen. 'Hij hoeft niet per sé mee terug te komen hoor' had mijn vrouw als hint gegeven, en daar ben ik het helemaal mee eens. Er is al genoeg lelijkheid in de wereld. 'Piep' door de start, en we zijn op weg.

De eerste twee kilometer doe ik het rustig aan. Ik probeer mijn race op te delen in stukken, en dit stuk is bestemd om op te warmen. Want natuurlijk heb ik van tevoren wel even ingelopen, maar als je daarna een half uur stilstaat in je startvak is het heilzame effect van die opwarming wel weer weg. Ik word door iedereen ingehaald, maar probeer me te beheersen: loop je eigen race.

Van tevoren heb ik ook de hoogteverschillen bestudeerd, en aan het begin van de race zit een lange klim. Even zien wat dat met mijn benen doet. Op vijf kilometer kan ik dan wel mijn wedstrijdtempo gaan aanhouden.

Gelukkig zijn de kilometers goed aangegeven. Bij de halve marathon van Utrecht was dat afgelopen jaar ook zo - tenminste, in de stad. Buiten de stad hield het op, en op kilometer twaalf (of veertien, of zestien - wie zal het zeggen) begonnen lopers te roepen of iemand wist hoe ver het nog was. Niet ideaal.

Hier in Nijmegen is dat het wél, en ik loop lekker tot aan de eerste serieuze afdaling. Auw, dat doet pijn. Ik merk dat ik geen goede afdaaltechniek heb: ik vang mijn lichaam op met mijn knieŽn, en dat hakt er in. Ja ja, en ik weet het wel: niet proberen af te remmen en je passen soepel afrollen, maar ik krijg het ritme niet te pakken. Mental note to self: inlezen in afdaaltechniek en die uitgebreid uitproberen op het fietspad langs de hoge verkeersbrug over de Lek. Waarom krijg ik mijn beste ideeŽn altijd als het te laat is?

Daar is het tien kilometer-punt. Ik gooi, volgens plan, de turbo er op. Het gaat nog steeds lekker en ik haal nu zelf een heleboel mensen in. De weg is soms smal, het parcours is druk en niet alle langzame lopers houden rechts. Ik begin me te ergeren, maar goed: wie wilde er zo nodig achteraan in het veld starten? Dus wie moet er nu dus niet zeuren dat het tempo voor hem te laag ligt? Precies.

Twaalf kilometer gelopen, nog drie te gaan. Nu alles uit de kast. Nog zevenhonderd meter, nog driehonderd, en door de finish. In 1.11.55 - voor mij niet slecht. Ik mag de medaille omhangen en krijg het koud in de herfstwind, dus ga ik snel op zoek naar de kleedruimte. In een van de straatjes rond de finish zie ik een spuuglelijke winterjas aan een hek hangen. Het lijkt wel... nee, het Ūs mijn jas, die iemand blijkbaar behulpzaam onder de auto heeft uitgevist en opgehangen.

Ik doe de jas weer aan: lekker warm. En hij heeft me blijkbaar geluk gebracht, dus mag'ie straks in de grote sporttas weer mee terug.

Tevreden gaat de pakezel naar huis.
  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
Rob
Rob Voorwinden
Rob  Voorwinden

Rob Voorwinden



Is journalist en camerajournalist. Ontdekte acht jaar geleden het hardlopen. Viel twaalf kilo af en liep vorig jaar zijn eerste marathon. Hoopt er volgend jaar wéér eentje te lopen, maar nu onder de vier uur. Traint daarvoor keihard en loopt dus steeds blessures op. Reageert daarop door nog harder te gaan trainen. Wens hem sterkte.

Verplicht Verplicht
Verplicht


Verplicht

Reload Image
  • Erik Scholte
    Hallo leuk jou verslag te lezen en laat mijn start nu helemaal anders zijn dan die van jou. De start beloofd storm en misschien ook wel regen. Maar ik heb het niet snel koud en bang voor weer en wind ben ik dan ook niet. Onderweg vanuit het hoge noorden begin ik wel even te twijfelen of ik er goed aangedaan heb om alleen een kort shirt en korte broek aan te hebben, dit terwijl de eerste regen valt en het op het station in Emmen guur weer is. na 2,5 uur later in Nijmegen uit de trein te stappen bedenk ik dat het nog wel fris is, maar ik heb dan natuurlijk ook lang in een lekker verwarmde trein gezeten. Ik besluit dan ook om onmiddellijk de kleedruimte in de parkeergarage in te gaan voor de laatste voorbereidingen en daar mijn tas achter laten. Na nog een banaan en een flesje sportdrank ga ik in mijn korte broek en t-shirt het gure weer tegemoet. Als ik even later in de rij sta voor de Dixi krijg ik het wel koud en staan alle haren overeind en is de kippevel duidelijk zichtbaar. Om me heen zie ik een enkele loper die net als mij gekleed is en de rest is dikker of veel dikker gekleed. Nee ik kleum liever eerst dan dat ik straks na een kilometer te warm ben. In de menigte voor de start valt de koude best mee en als om 13.50 de menigte in beweging komt, neemt de wind net toe. Na de startstreep waaien op het parcours plots een tiental dranghekken om. Gelukkig weten de vele lopers deze te ontwijken. Als ik de eerste heuvel op ga heb ik het al snel warm en geniet ik van het uitzicht en de vele lopers die net als ik hun best doen de eerst heuvel te beklimmen. Ik zie dat mijn tempo die normaal de eerste kilometers rond de 13KM per uur zit, hier niet zal lukken. Het is soms lastig de vele lopers links te passeren omdat verscheidene langzamer loper het verschil tussen links en rechts niet begrijpen. Als ik in haal kijk ik altijd even netjes achter me, en ga na het inhalen meteen weer een stuk naar rechts, om de snellere loper vrij baan te gunnen. Als het de volgende heuvel op smaller en drukker wordt besluit ik maar links over het fietspad te gaan, lekker rustig. Soms passer ik maar rechts omdat daar meer ruimte is. De genoeg aanwezige drinkpost sla ik zo als gewoonlijk over. Wat me nog nooit is overkomen, gebeurd nu wel, veter los en niet een allebei gelijktijdig, dus tijd voor een niet geplande pitstop. De berm in en snel en goed de veters weer strikken, en gaan maar weer. Ook de volgende drinkpost een eindje verder sla ik over. Inmiddels ben ik al over de helft en gaat het nog lekker. En dan komt de finish in zit, nog 2 kilometer te gaan. Aangemoedigd door het publiek gaan ook de laatste kilometers vanzelf en voldaan kom ik tien minuutjes later over de finish en tevreden net een tijd van 1.14.40 neem ik mijn verdiende medaille in ontvangst. En weer 15KM er bij voor mijn actie een jaar lang rennen voor onderzoek naar de zenuwslopende ziekte MS (www.rennenvoorms.nl) Na de finish wordt het al snel frisser, want ik ben behoorlijk bezweet en de menigte lopers vorder traag. Dan moeten we ook nog wachten voor de verkeerslichten, bbrrr. En ik ben niet de enige die het nu koud heb want een andere roept al naar de agente, stop het verkeer wij willen door we hebben het koud. Gelukkig mogen we door en ben ik weer in de openbare kleedruimte van Randstad. En na mee even droog geboend te hebben met een handdoek trek ik snel mijn normale kleding aan en ga op weg naar de trein. Weer 2,5 uur reizen naar het hoge noorden. (Musselkanaal)
    Reactie geplaatst op 21/11/16 om 21:30 uur

Loopkalender

28
februari