Tijdens de halve marathon van Brooklyn kwam de Pijn vorige maand rond de 15e kilometer. Zware benen, wegstromende energie, een dof gevoel van ik kan niet meer. In IJsselstein vroeg ik me tijdens de halve van afgelopen zaterdag al na 10 kilometer af waarom ik bleef kiezen voor dit Lijden.

In beide gevallen was het heerlijk loopweer. Worstelend naar de finish had ik alle tijd om me kritisch af te vragen of dit nu echt pijn was. Kon ik dit lijden noemen?
Eigenlijk niet, suggereerde ik in mijn vorige column. Maar ik had moeite om treffende woorden te vinden voor wat wij lopers voelen als het echt zwaar wordt.
Teun Roodvoets en Dries Pluimers kwamen met een eenvoudig, raak synoniem: afzien. Zij waren twee van de vele lopende lezers die meedachten. 'In de betekenis van: "door het stof gaan", "diep gaan", "door het dal gaan", "lijden" (maar dan zonder dat er 'echte pijn' aan te pas komt),' legde Roodvoets uit. Pluimers: 'Het mooie is er af, de pijn komt, het wordt vanaf nu afzien.'
Deze mannen hebben duidelijk meegemaakt wat ik bedoel. Anne Arts, die zich omschrijft as 'jonge dokter', leverde enige technische achtergrondinformatie. Wat ik omschrijf is geen 'medische pijn', beaamde Arts (what's in a name?). 'Het is de geest die je ongemak laat voelen en aan jou de keus of je dat toelaat.'
Ik werd vanzelf vrolijk toen ik in IJsselstein tijdens de loodzware slotfase teugdacht aan haar relativerende oproep om tijdens dat zogenaamde lijden een liedje ten gehore te bengen: 'Kun je zingen ondanks dat je op het punt staat om alles wat je in je maag hebt naar buiten te gooien, heb je nog geen pijn, voel je wellicht slechts tijdelijk wat ongemak.'
Dat u het weet, misselijk en duizelig door de laatste kilometers heen strompelend.
Lezer Rob Boddeke kwam met een metafoor die ik ook in mijn boek gebruikte: 'Alsof je door een langgerekte bak met dikke stroop loopt.' Ludy Derksen lijkt me een wielrenster, gezien haar associaties. Deze lopende lezer vergeleek haar fysieke toestand tijdens de zwaarste runs met een 'drooglopende tandwielkast'. Ze voelt zich dan 'volledig ontvet'. Ludy is 'aan de grond lopend' wanneer het afzien wordt.
Sommige lezers van mijn boek hebben gereageerd op de religieuze termen waarmee ik soms over het serieuze hardlopen schrijf. Ik verklaar die neiging uit mijn achtergrond (domineeszoon) en de historische gewoonte van schrijvers en filmmakers om God vaak bij de sport te halen (zie Chariots of Fire).
Dat religieuze is voer voor een andere column, of een complete bibliotheek. Nu alleen aandacht voor Rob Philip, een vechtsporter, loper en deep thinker.
Rob omschrijft wat de boeddhisten 'doekkha' noemen: onvrede, lijden, vergankelijkheid. 'Geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden, dood is lijden, gejammer en geklaag, pijn en verdriet zijn lijden, het verbonden zijn met datgene waarmee we niet verbonden willen zijn is lijden, gescheiden te zijn van hetgeen we liefhebben is lijden, het niet in vervulling gaan van wensen is lijden; kortom, de factoren waaruit het leven is opgebouwd zijn lijden.'
Een voortreffelijk loopmoment kan een tijdelijke ontsnapping bieden uit de staat van doekkha. Door om te gaan met de niet-medische pijn, er door heen te gaan, onze grenzen te verleggen en te genieten van de beweging, zijn we de staat van onbereikbaar verlangen eventjes te snel af. We staan stil in het hardlopen. De vergankelijkheid verliest relevantie.
Dat was wat ik voelde toen ik in de laatste meters van Brooklyn en IJsselstein toch nieuwe energie in mezelf aantrof en met geheven hoofd en bonkend hart de lijn passeerde. Ik leed niet, ik leefde.
Het laatste woord is aan Rob. Als u hier niet blij zingend van gaat lopen... 'Het leven bestaat dus permanent uit lijden en we doen er alles aan om dit te ontlopen (sic) maar meestal zonder succes. Behalve af en toe op een koele, maar zomerse dag in het bos. Tijdens het rennen.'
Veel dank aan alle betrokken lezers die hun gevoelens, ervaringen en suggesties per mail inzonden. Het was moeilijk kiezen, maar Teun Roodvoets, Anne Arts en Rob Philip ontvangen een gesigneerd exemplaar van De Rennende Hollander.
Diederik vanHoogstraten(1969)woont in New York.
Als hij niet door Central Park of langs de Hudson loopt, schrijft hij voor de Volkskrant en Elsevier.
Diederik van Hoogstraten©ProRun
Schrijver van het boek ' De rennende Hollander\' Uitgeverij LJVEEN
http://therunningdutchman.wordpress.com/