Uit het aanbod van vrijwilligers die niet al te stom en lelijk zijn, heeft mijn atletiekvereniging me ooit geselecteerd om tijdens het jaarlijkse Nederlands Kampioenschap Atletiek de prijsuitreikingen te coördineren. Een eervolle taak, die mij desalniettemin ieder jaar hevige en sterk uiteenlopende emoties oplevert.

Dat ik met mijn neus bovenop de strijd sta en de loopwind van de atleten welhaast door mijn haren kan voelen is om te beginnen natuurlijk heel speciaal (hoewel me ieder jaar weer opvalt hoeveel beter je het allemaal ziet tijdens de samenvatting van Studio Sport). Nog leuker vind ik dat ik met de hele organisatie kan praten via ons officiële portofoonnetwerk. Sinds mijn kleutertijd wil ik al een walkietalkie, maar in het recyclegezin waarin ik ben opgegroeid moest ik het altijd doen met twee luciferdoosjes met een touwtje ertussen. Nu krijg ik twee dagen per jaar zo'n stoer zwart ding met een oortje, en blijkt ieder jaar weer dat ik er volstrekt onbekwaam mee ben. 'Hallo, regie? Aafje hier. Horen jullie mij? Hallohallo? Oh haha, verkeerde kanaal. Sorry, wedstrijdsecretariaat!' Ook vind ik het geestig dat ik een flirterig handje mag geven aan knappe atleten die ik dagen eerder al stiekem heb zitten googlen. Mijn huisgenoot vond de handtekening van sprinter Guus Hoogmoed op mijn linkerbil in eerste instantie wat discutabel, maar legde zich erbij neer toen ik hem overtuigde dat de inkt na een dag of vier wel zou zijn vervaagd.
Clubgenoot Guus mag dan welwillend zijn, maar amai, wat zijn sommige atleten onuitstaanbaar. De veertienvoudig Nederlands kampioen op een loopnummer bijvoorbeeld, die tien minuten te laat en met een onschuldig gezicht in gesponsord trainingspak komt aandribbelen, als een vedette knipogen en handjes uitdelend aan mensen op de tribune. Oh, moest ik in clubkleding? Dat was vorig jaar ook al, en de zestien jaar daarvoor? Nee, ik heb het al uitgedaan. Dat is hopelijk geen probleem? En misschien helpt het als ik nog wat met mijn lange zwarte wimpers knipper?
Ook zijn er altijd atleten die het niet de moeite vinden om zich te houden aan de drie toch tamelijk eenvoudige instructies die gepaard gaan met de prijsuitreiking: (1) op mijn teken lopen we met zijn allen naar de ereribune, (2) daar krijgen jullie alle zes/negen/twaalf je medaille, en (3) daarna lopen we met zijn allen weer terug. Maar nee, als je even niet oplet omdat je probeert te verhoeden dat er een VIP struikelt over een emmer bloemen ontsnapt er altijd wel eentje. En dan denkt de rest: hee, dan ga ik ook vast terug. Wanneer je zo'n aanstichter van verstoorde beeldregie dan uit het zicht van de camera's om een toelichting vraagt, krijg je steevast een omstandig antwoord met als ondertiteling: 'De regels zijn toch zeker niet op míj van toepassing...?'
Echt chagrijnig werd ik dit jaar echter pas van drie omvangrijke medaillewinnaressen die met zichtbare tegenzin bij ons prijsuitreikingenverzamelpunt neerploften. Ik zei opgewekt: 'Gefeliciteerd! Jullie zijn de winnaressen van het laatste werpnummer van vandaag?' 'Nee,' zei de linker spottend. 'Van de 5000 meter, nou goed.' Onderling hoongelach, en mij werd verder geen blik waardig gekeurd. Ik was weer even terug op de middelbare school, waar ego's nog zo teer waren dat medeleerlingen dergelijk gekonkel nodig hadden om een dag vol etterende jeugdpuisten en uitblijvende borstgroei door te komen. Tegen deze werpdames heb ik vriendelijk geglimlacht en me omgedraaid. 's Avonds thuis heb ik een arsenaal aan alternatieve responsen geformuleerd, waarvan ik 'Nee, daar heb je inderdaad een te dikke reet voor' nog altijd de beste vind.
Door atleten als deze roep ik elk jaar op de zondagavond na het NK dat dit écht de laatste keer is dat ik die stomme prijsuitreikingen doe. Die over het paard getilde B-atleten die op Europees niveau nog geen deuk in een pakje boter slaan, met hun misplaatste divagedrag en vermeende alleenrecht op beledigen: ze stikken er maar in. Volgend jaar ga ik gewoon de verspingbak aanharken, of krentenbollen verdelen over de lunchpakketten.
Maar ja, vrijwilliger zijn, dat doe je voor je club. En dus vermoed ik dat ik er volgend jaar gewoon weer sta als ze me vragen, weliswaar met witte knokkels van verbeten ergernis. Ik verheug me dan maar op de handvol atleten die deze dagen wél glans geven met hun sportieve en professionele gedrag. Op tijd, beleefd, vrolijk, gelijkwaardig, en zelfs dankbaar aan de recreatieve sukkels die hun hele vrije weekend opofferen om er een mooi evenement van te maken. In dit verband zie met mijn drie vrouwelijke prijsuitreikcollega's alvast uit naar het moment dat we meerkamper Eelco Sintnicolaas in 2013 weer een medaille mogen omhangen. Een terechte KNAU Atleet van het jaar (2010 én 2011). Eén van de weinige echte professonals, die ik tijdens de Olympische Spelen in Londen luidkeels zal aanmoedigen vanaf de bank. Zet hem op Eelco, en een kusje van ons viertjes!