Wekelijks schrijven Diederik van Hoogstraten (New York) en Rolf Bos (Jeruzalem) elkaar een brief over hun loopervaringen. Beide werken als correspondent voor de Volkskrant.

Een goede loop is als laag vliegen. Ik weet niet hoe een zweefvliegtuigpiloot zich voelt in zijn cockpit, beste Rolf. Maar de vrijheid, de lichtheid van een run met flow en kalm evenwicht zou wel eens dezelfde euforie teweeg kunnen brengen.
Aan niet-lopers is dit fenomeen lastig uit te leggen. De lezers van ProRun begrijpen me, denk ik, zonder dat ik er een column aan hoef te wijden. De reden om dit toch te doen, is dat ik de afgelopen dagen mijn eerste zweefvliegloopjes sinds juli heb gedaan.
Ik vermoed dat jouw geschaats, je kortstondige ontsnapping uit het wespennest van het Midden-Oosten, de vergelijking met zweven nog beter kan doorstaan. Mooi, hoe je je geheime sportieve topliefde omschreef in je vorige column. Glijden en vliegen, soepel en kordaat: dat willen we op onze ijzers en veerkrachtige zolen.
Soms is het goed om het het oer-vertrouwde onder woorden te brengen. Ik voel die aandrang juist omdat ik pas besefte wat het hardlopen me werkelijk brengt, toen het even niet kon.
Rolf, nadat die rotvoet vorige zomer brak en het herstel na de operatie traag verliep, dook ik de sportschool in. Ik heb een hekel aan de lopende band en de stilstaande fiets. What's the f***ing point: rennen en fietsen zonder een millimeter vooruit te komen? Maar in mijn gym trof ik een trainer die me hielp om het bovenlijf te versterken, de 'core' hard te maken, mijn conditie op peil te houden.
Het voelde goed en het was leuk. Maar nu besef ik dat al die wilde, ongecontroleerde situps en pushups bijdroegen aan een riskante instabliteit. Zoals mijn vriendin, fysiotherapeute F, later zei: ik werkte aan één spier middenin mijn bovenlijf. 'For show, not for go.' De cruciale, diep gelegen spiergroepen en pezen in mijn buik, rug, zijden, billen, heupen kregen nauwelijks aandacht.
Het gevolg was een hernia eind december, toen ik een niet eens zo zware doos optilde. Het schoot in mijn onderrug en pats naar mijn linkerbeen, als een electrische schok. Ik heb zelden zo gevloekt. De voet was nèt hersteld. Het lopen ging een beetje. Zodra ik die pijnscheut voelde, wist ik dat het mis was.
Nu is het ruim acht weken later. Een MRI-opname, zenuwtesten, diverse rondes medicijnen later ben ik weer op de been. Met behulp van een zorgvuldige, slimme trainer annex fysiotherapeut genaamd Brian doe ik oefeningen om mijn gestel sterk en lenig te krijgen.
Ik heb twee paar nieuwe schoenen, de voortreffelijke Brooks Pure en Brooks Connect. In mijn nieuwe ProRun-shirt zweef ik voor het eerst weer door Brooklyn. Toef-toef-toef, lichte voeten. Rustig gaat het door Propect Park, in evenwicht. En ik praat weer ontspannen over mijn boek; dat gaat - zeker op de radio - toch beter als je ook werkelijk aan het lopen bent.
Afgelopen dinsdagavond schakelde ik vóór mijn Valentijdsdiner met F. voor het eerst door naar het marathontempo dat ik nog altijd een keer onafgebroken op de 42 kilometer hoop te doen: 6 minuut 40 seconden per mijl, 4:14 per kilometer, om onder de drie uur te belanden.
Ik trof mijn oude loopmaten in Central Park. Het raakte me, om de jongens na zeven passiev
e, eenzame maanden weer te zien. Om, na een paar warme woorden, samen in stilte door het koude, donkere park te stuiven. Ik hield ze maar een paar mijl bij. Maar ik was wel terug.
Met zicht op het rood-wit verlicht Empire State Building besefte ik wat ik gemist had: dit loopgeluk, als een zweefvliegtuig op een windstille dag.
Diederik van Hoogstraten woont in New York. Als hij niet door de parken loopt, schrijft hij voor de Volkskrant en Elsevier. Zijn column verschijnt hier eens in de twee weken; de andere vrijdagen rapporteert zijn hardloopvriend Rolf Bos vanuit Jeruzalem. Diederik schreef 'De rennende Hollander' (uitgeverij L.J. Veen,). Zie ook zijn hardloopblog, The Running Dutchman