Vragen voor de lijdende loper

Diederik van Hoogstraten - 19 mei 2011

Wat het verband precies is weet ik nog niet, maar de meeste duurlopers die ik ken zijn tevens fervente lezers. Voor hen - ons - is het ranke loopboek van de Japanse romancier Haruki Murakami als een bijbel: wijs, herkenbaar, toegankelijk to the point.

`$title`

Neem zijn filosofie over pijn. Dat pijn komt, is onvermijdelijk, stelt de lopende schrijver. Of het lijden vanzelf volgt, is een keuze. Na een paar recente wedstrijden met nogal pijnlijke momenten, zowel fysiek als mentaal, en na lezing van een aardige beschouwing op de well-blog van de New York Times over de pijn van renners, dacht ik aan Murakami. (Hier in New York lees en herlees en citeer ik uit de uitmuntende Engelse vertaling: What I Talk About When I Talk About Running. De Nederlandse titel: Waarover ik praat als ik over hardlopen praat.

We weten allemaal wat pijn is. We zoeken en rekken de pijngrenzen op. We proberen om te gaan met de gevolgen van intense inspanning, waarbij elke loop, elke dag, elke stap anders kan zijn, afhankelijk van training, slaap, voeding, weer, stemming.

‘De pijn is een onvermijdelijke realiteit’, zegt Murakami. ‘Maar of je nog kan staan, dat is aan de hardloper zelf.’ Daarmee is ‘het belangrijkste over marathon lopen’ gezegd, voegt hij toe; alles draait binnen deze zienswijze om wilskracht, om mentale toughness. Wat kunnen de hersenen nog wanneer de lichamelijke grenzen onneembaar lijken? Wat kunnen hart en ziel nog?



Maar de lopende wetenschapsjournalist Gina Kolata van de New York Times stelt dat zij helemaal geen pijn opzoekt, zoals vooral mannen schijnen te beweren. ‘Mijn stelling is dat pijn geen obstakel voor een prestatie is’, zo citeert zij Peter Sagal, een in de VS bekende radio-journalist en serieuze marathonloper. ‘We willen pijn lijden.’ Zoals op veel loopshirts in New York wordt betoogd: No pain, no gain.

Kolata reageert koeltjes: ‘Ik wil niet lijden.’ Zij rent juist ‘vanwege het euforische gevoel’.

Het punt van Kolata is dat ‘pijn’ alle mogelijke betekenissen kan hebben. De eskimo’s hebben tal van woorden voor één femoneen: sneeuw. Wij hebben één woord voor een fenomeen met tal van gezichten: pijn. Waar Sagal (en Murakami, en ik) het over hebben, is eigenlijk diepe vermoeidheid. Ongemak. Ellende. Voor de literair gestelden: tragiek.

Ik denk aan de 30e kilometer van mijn recente marathon in Rhode Island, toen mij tempo en vorm hand in hand inzakten. De koude tegenwind putte me uit. Het vals plat van de lege snelweg kwam me voor als een ontmoedigend slagveld. De dorst viel niet te lessen met de te zoete sportdrankjes, hoe leuk de juichende studentes ook waren bij het aanreiken der bekertjes. Mijn bovenbeenspieren schreeuwden. Misselijkheid meldde zich, opdringerig als een ongewenste gast op mijn feestje. Ik voelde aan mijn nek dat mijn hoofd hing. De gevaarlijke vraag drong zich op: waarom? Of, eerlijker: what the fuck?


Die herinnering aan de laatste 10 km gaat over het weer, de route, de omgeving, een schavend shirt, de diepe moeheid en de bekende strijd tegen mijn demonen die ‘stop’ riepen. Maar pijn? Niet naar de definitie van de wetenschappers die Kolata belde. Pas bij een verstuikte enkele, gescheurde spier of verlammende kramp - wanneer rennen fysiek niet langer mogelijk is - kun je van pijn spreken. Alles onder die grens kunnen we beschouwen als miserabel, maar nier meer dan dat. De reporter haalt een expert aan: ‘Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het geen pijn.’

Zo bezien behoeft Murakami een subtiele correctie - met het grootste respect voor de schrijver die als wens heeft dat zijn grafsteen deze spreuk zal bevatten: ‘Hij ging tenminste nooit wandelen.’ Niet de pijn is onvermijdelijk, maar de confrontatie met onszelf; met de vraag: wil ik dit nog?

Is het antwoord ‘ja’, dan kan het ook.

NASCHRIFT: het Nederlands (en Engels) behoeven synoniemen voor ‘pijn’, vindt uw columnist. Betere termen dan ‘ongemak’ en ‘vermoeidheid’ (en zeker beter dan ‘man met de hamer’). Frasen die vatten wat we voelen als het zwaar wordt. Zend Diederik suggesties op therunningdutchman@gmail.com. Een volgende column zal doorgaan op de terminologie van de loopmisère. De inzenders van de beste drie suggesties krijgen een gesigneerd exemplaar van De rennende Hollander.

 


Diederik vanHoogstraten(1969)woont in New York. 
Als hij niet door Central Park of langs de Hudson loopt, schrijft hij voor de Volkskrant en Elsevier. 

Diederik van Hoogstraten©ProRun 
Schrijver van het boek ' De rennende Hollander\' Uitgeverij LJVEEN 
 http://therunningdutchman.wordpress.com/


PrintSend-To-Friend