Is de loopstijl of de schoen de oorzaak? (deel 2)

Is de loopstijl of de schoen de oorzaak? (deel 2)
Beeld Shutterstock

Hardloop blessures komen heel vaak voor. In 2012 kreeg 15,2% van de lopers ermee te maken. In deel 1 eindigden we met te stellen, dat de loopschoen een mogelijke oorzaak is. Met name zou de loopschoen een aantal zaken kunnen verergeren. Maar let op: Dit zijn hypotheses. Wel is onomstotelijk bewezen, dat schoenen en met name de schoenen met verhoogde hiel en sterke schokdemping de propriosepsis (gevoelsimpulsen uit de voet en been) onderdrukt en/of verandert.


Aanatomie van de voet versus loopstijl


De voet is een zéér complex instrument (fig. 1). Zij bestaat uit niet minder dan 26 botstukjes. Zeven daarvan vormen de voetwortel, 5 de middenvoet en 14 de tenen. Al die botstukjes zijn bewegelijk t.o.v. elkaar. Dat wordt mogelijk gemaakt door niet minder dan 13 korte voetspiertjes. Bovendien zijn er 11 spieren, die de voet t.o.v. het onderbeen laten bewegen (zie voor meer informatie nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_spieren_van_de_mens). 


Al die spieren sturen informatie naar de hersenen, die dat verwerken tot een signaal naar diezelfde spieren om hun spanning aan te passen aan de belasting. Dit gebeurt allemaal in milliseconden.


Er zijn er grote verschillen in loopstijl tussen lopers (zie ook Marc Gerlingís artikel Blessurepreventie van 18 januari 2012). Grofweg kun je ze indelen naar de manier waarop de voetlanding gebeurt. We hebben te maken met: 


1. Hiellanders.
2. Middenvoet landers en
3. Teenlanders.


Er is veel verschil tussen deze groepen als je kijkt hoe ze de krachten van de landing moeten opvangen. Bij de eerste groep is de zogenaamde bodemreactie kracht veel groter dan bij de tweede. Daar de elastische eigenschappen van de voet hier worden uitgeschakeld en de enkel stijf blijft, wordt er een schokgolf gestuurd door het been, die zelfs in de nek en het hoofd meetbaar is. Bij een snelheid van 4 m/sec is die piekkracht al 1,5-2,5 x het lichaamsgewicht (Lieberman, 2010). Daar lopen op te vatten is als een steeds weerkerende stress voor de weefsels van het been, is het niet verwonderlijk dat er allerlei blessures kunnen ontstaan. Deze kunnen variŽren van stress fracturen van b.v. het scheenbeen, tot knieklachten en rugpijn.


Midvoetlanders kennen dit probleem niet. De ingenieuze bouw van de voet, verminderen de bodemreactiekrachten zeer sterk vergeleken met een hiellanding. Maar de belasting van de achillespees is groter. Een teenlander zit tussen de hiel- en midvoetlander in: De bodemreactiekrachten zijn niet zo groot als bij de hiellanding, maar beduidend groter dan bij de midvoetlanding. Dit komt, omdat ook hier de elastische dempingseigenschappen van de voet deels worden uitgeschakeld. Immers de voet is in zogenaamde plantair flexie (de tenen wijzen naar de hiel), maar komt daarna op gecontroleerde wijze in dorsiflexie (de bovenkant van de voet beweegt zich naar het scheenbeen).


Vrijwel alle toplopers zijn midvoetlanders. Uit metingen van de loopefficiŽntie, ook van mijn eigen laboratorium, komt duidelijk naar voren dat toplopers efficiŽnter zijn, dus minder energie verbruiken bij gestandaardiseerde submaximale belasting. Dit lijkt te suggereren, dat midvoetlanders meer economisch zijn. Maar alle toplopers lopen niet op schoenen met verhoogde hiel. Het zou dus mogelijk kunnen zijn, dat dit de oorzaak is van hun betere loopeconomie.


De invloed van de schoen

Het is duidelijk, dat het gewicht van de schoen bijdraagt aan de loopeconomie. Elke 100 gram gewichtbesparing levert een 1% verbetering van de loopeconomie op (Nigg, 2010). Maar wat is de invloed van een loopschoen met verhoogde hiel (schokdemping), voetboog steun en stijve zolen (zogenaamde anti-pronatie schoenen) op de schokgolf bij de landing? Het blijkt, dat de verhoogde elastische hiel bij een hiellanding de bodemreactiekracht met maar 10% verminderd, maar belangrijker is, dat de voortplantingssnelheid van de schokgolf, die door het been gaat  ongeveer met een factor 7 verminderd (Lieberman, 2010). Dit is een gunstig effect, dat zeker kan bijdragen tot een verminderd blessure risico. Anderzijds is de kleine vermindering van de impact van de landing op het voorkomen van blessures verwaarloosbaar. In het laatste deel zal dieper worden in gegaan op de relatie tussen loopstijl en -economie, schoeisel en training op het voorkomen van blessures en het prestatievermogen.


Zondag deel 3


Literatuur

Lieberman, D.E. Exerc Sport Sc Rev 40 (2): 63-72, 2012

Lieberman, D.E. et al. Nature 463: 531-535, 2010

  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
 Dr Hans
Dr Hans Keizer
 Dr Hans  Keizer

Dr Hans Keizer

Redacteur

Heeft de opleiding leraar lichamelijke opvoeding en geneeskunde gedaan en werkte 35 jaar als arts/fysioloog aan de universiteit Utrecht en Maastricht, waar hij in 1983 promoveerde. Hij was winnaar van de prijs voor Sportgeneeskunde, gasthoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Salzburg. Hij was een succesvol atletiektrainer, bondscoach/arts K.N.A.U. en bracht verschillende lopers naar de wereldtop. Hij heeft meer dan 120 wetenschappelijke publicaties op zijn naam.

Verplicht Verplicht
Verplicht


Verplicht

Reload Image
  • Nog geen reacties aanwezig.

Loopkalender

28
februari