Maak van een nadeel een voordeel #13

Kay Bing Oen - 27 mei 2011

Na een onderbreking gaan we weer verder met het herhalen van de leuke serie artikelen met krachtoefeningen voor de lopers welke zijn geschreven door Kay Bing Oen. 

`$title`

Enige tijd geleden liep ik de Berenloop op Terschelling de halve marathon, een prachtige loop door bos, duinen en over het strand. Er is maar beperkt aantal startplaatsen (3300) beschikbaar en die plaatsen zijn in ongeveer twee dagen reeds vergeven. Deze loop is dus zeer geliefd en men maakt er vaak een leuk lang weekend van.

Met een westen windje in je rug loop je de eerste 10 km makkelijk en kan men genieten van de grote en kleine pluche beren die de bewoners in tuin of achter hun raam hebben uitgestald. Daarna loopt men al slingerend, iets stijgend, de duinen door, maar over verharde paden hetgeen nog steeds makkelijk loopt. Ongeveer bij het 12 km punt loopt men een steile duin op, om vervolgens het strand op te gaan.

Aangezien het stevige westenwindje nog niet gedraaid is of is gaan liggen, heb je te maken met én wind tegen én een zachte ondergrond. Dat is dan eindelijk een stuk berezwaar en beremoeilijk lopen. Na slechts 3 km is dit echter alweer afgelopen en loopt men, na een niet al te hoog duin, weer over verharde wegen door duinen en bos richting West Terschelling. Het bos houdt lekker de wind tegen dus daar heb je ook geen last meer van. Al met al een vrij vriendelijk loopje, lekker afwisselend en zeker niet berezwaar.

Wat schetst mijn verbazing? Steeds als ik vraag of men de halve lekker gelopen heeft, heeft men het over dat kleine stukje strand! En dan niet in de zin van “hè lekker, dat was eindelijk een stukje zoals dat ons beloofd was”, maar meer als klacht “hè jasses, op het strand heb ik toch secondes verloren!”

Is er eindelijk een stukje waar je tegen de elementen kunt strijden, ziet men dat als nadeel, omdat er dan tijd wordt verloren. Wordt het niet eens tijd om te genieten van de nadelen, zeker als die ons zo duidelijk in het vooruitzicht zijn gesteld? Zo maak je van een nadeel een voordeel.

En nu de oefening
De volgende oefeningen behoeven in ieder geval niet zwaar te zijn, behalve als je ze wel zwaar wilt maken, maar ga dan niet klagen.
* Ga op een stoel zitten waarbij je goed rechtop kunt zitten en je voeten plat op de grond staan.
* Houd een vuistbreedte afstand tussen voeten en knieën. [kay 13] * Zowel heupen knieën en enkels maken een hoek van 90 graden.
* Leg je handen losjes op de knieën.
* Sta nu zo langzaam mogelijk op, hoe langzamer hoe beter.
* Zorg ervoor dat je je knieën niet naar voren, binnen of buiten drukt en dat je handen nog steeds losjes op je benen liggen. Je gebruikt je handen dus niet als steun.
* De hoek bij je enkels tussen onderbeen en voet mag niet echt kleiner worden.
* Houd een rechte rug (borst op), maar je mag natuurlijk wel in je heupgewricht buigen, anders kom je niet overeind.
* Doe dit zo vaak als je wilt en let daarbij goed op de uitvoering en ervaar wat je precies doet. Welke spieren voel je, hoe snel ga je met je met je romp naar voren, heb je de neiging om je knieën naar binnen of buiten te drukken, voel je je scheenbeenspieren, doe je iets met je voetspieren etc., etc.? Kun je echt rustig opstaan en heb je goed de beweging in je hoofd, dan doe je het volgende:
* Sta weer rustig op zoals boven beschreven, maar stop nu halverwege het omhoog komen en houd zo een tijdje vast.
* De oefening kun je lichter en zwaarder maken door resp. meer of minder omhoog te komen en natuurlijk door resp. korter of langer de houding vast te houden.

Leuk te bemerken dat zoiets gewoons, zo ingewikkeld is, toch?


PrintSend-To-Friend



Reageer





Neem onderstaande verificatiecode over.





Reacties