Leren van je fouten

Door
Miriam van Reijen
20 april 2017 00:00
Leren van je fouten

Dat je niet te hard van start moet gaan, voldoende moet  trainen en extra koolhydraten moet eten de dagen voor de marathon is niets  nieuws. Toch worden deze fouten nog veelvuldig gemaakt. Dit heeft te maken met  twee dingen; het stellen van de juiste doelen en het verklaren van oorzaak en  gevolg.

Analyseer!


Alleen door goed te analyseren wat er mis ging in een bepaalde  race (ging ik te snel van start, was ik voldoende voorbereid) kun je van je  fouten leren en het volgende keer anders doen. De attributie van je fouten én je  successen is hierbij cruciaal. 


Attributie is het toewijzen van een oorzaak voor  een bepaald gevolg. Als je een hele goede wedstrijd hebt gelopen en je liep op  nieuwe sokken dan kun je concluderen dat die sokken de oorzaak van het goede  resultaat zijn. Omdat het gaat om een oorzaak die buiten jezelf ligt wordt dit  externe attributie genoemd. Wijt je je succes echter aan je trainingen of je  goede focus in de wedstrijd dan ben je bezig met interne attributie. Als je  succes vaak intern attributeert (je legt de oorzaak bij jezelf) heb je een  groter gevoel van controle dan bij externe attributie. Niet het mooie weer, het  snelle parkoers of die nieuwe lichte schoenen maar jouw goede voorbereiding zijn  de succesfactoren. Bij minder succesvolle wedstrijden geldt hetzelfde. Als je in  externe omstandigheden de oorzaak ziet van een mislukte race geef je de  mogelijkheid om het de volgende keer beter te doen uit handen. Alleen door zelf  het heft in handen nemen en duidelijke doelen te stellen voorkom je dat je de  volgende keer dezelfde fouten maakt.


Te snel van start gaan


Een van de meest gemaakte fouten  tijdens de marathon is te snel starten. Als je goed uitgerust aan de start staat  lijkt het alsof je de eerste kilometers vleugels hebt. Bovendien ligt het tempo  een stuk lager dan je 5 of 10 kilometertijd. Pas je het tempo niet voldoende aan  dan zul je dit gegarandeerd bekopen aan het eind van de wedstrijd. Veel lopers  weten dit en trappen er toch elke keer weer in. Het stellen van een concreet  doel kan dit voorkomen. Concreet doelen stellen wordt makkelijker met behulp van  het SMART model. Dit model betekent dat je een doel formuleert doel dat  Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden is. 


Als je ten doel  stelt: ‘Niet te snel starten’ is dit voor meerdere interpretaties mogelijk en te  vaag. Zeg je tegen jezelf, ik wil de eerste 2 km niet sneller lopen dan 9  minuten dan is dit doel een stuk concreter en is er meer kans dat je  daadwerkelijk stappen onderneemt als het mis dreigt te gaan.


Drinken


Hetzelfde  geldt voor drinken tijdens de marathon. Jezelf voorhouden: ‘Genoeg te drinken’  is niet voldoende. Hoeveel wil je drinken, wanneer en wat? Ook te weinig rust en  teveel trainen de laatste paar dagen voor de marathon kan je voorkomen met  behulp van een SMART doel.

Maak een trainingsplan en houd je hier ook aan.  Stel een maximaal snelheid/aantal kilometers dat je de laatste paar dagen nog  wilt lopen. Plan eventueel extra tijd in bed of op de bank in, zet dit ook je  agenda.

  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
Miriam
Miriam van Reijen
Miriam van  Reijen

Miriam van Reijen

redacteur

Studeerde Ontwikkelingseconomie in Wageningen en Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na haar studie verlegde ze haar focus naar de atletiek en haalde als ambitieuze atlete in 2009, 2010, 2011 en 2014 het podium tijdens de NK-marathon en duathlon met een persoonlijke beste tijd van 2h41. Naast het lopen schrijft ze over voeding, hardlopen en training en schreef ze het Hardloperskookboek (AP, 2013). 

Verplicht Verplicht
Verplicht


Verplicht

Reload Image
  • Nog geen reacties aanwezig.

Loopkalender

27
april