Loopeconomie #2: Aangeboren of aangeleerd?

Door
Miriam van Reijen
17 februari 2017 00:00
Loopeconomie #2: Aangeboren of aangeleerd?

In deel 1 werd uitgelegd wat loopeconomie is. Duidelijk werd dat een goede loopeconomie de sleutel is tot een goede prestatie op de lange afstand. Interessanter is de vraag; is een goede loopeconomie aangeleerd of kun je het beïnvloeden met training?


Superiore loopeconomie

41 van de 50 snelste marathons zijn gelopen door Kenianen en Ethiopiërs. Van jongs af aan zijn zij blootgesteld aan hoogte, veel fysieke activiteit en voeding rijk aan koolhydraten. Bepaald dit hun uitzonderlijk goede loopeconomie? Maar wat te denken van een loopster als Paula Radcliffe die vergelijkbare tijden klokt als haar Afrikaanse collega’s en pas op latere leeftijd blootgesteld is aan hoogte en training.  Gedurende 10 jaar training heeft zij haar loopeconomie met zo’n 15% verbeterd. Verandering is dus mogelijk.


 De ontwikkeling van loopeconomie

De loopeconomie van kinderen is niet gelijk aan die van volwassenen. Als de maximale zuurstofopname uitgedrukt wordt per kilogram lichaamsgewicht is de VO2max van kinderen vrijwel gelijk aan die van volwassen. Dat kinderen niet in staat zijn om net zo snel te lopen als volwassen, komt onder andere door verschillen in hun loopeconomie. De paslengte van kinderen is kleiner dan die van volwassen. Kinderen moeten om dezelfde snelheid te lopen een hogere pasfrequentie inzetten. Met een hoger zuurstofgebruik als gevolg. Andere oorzaken van de inferieure loopeconomie van kinderen is hun grotere ademfrequentie om dezelfde hoeveelheid zuurstof binnen te krijgen (door hun kleinere longinhoud) en hun hogere metabolisme.


Aangeboren

Een aantal factoren dat samenhangt met een goede loopeconomie lijkt vooral aangeboren. Een relatief lang lijf met dunne, lange ledematen zorgt voor een groot huidoppervlak. Hierdoor kan warmte makkelijk aan de omgeving worden afgegeven. Het kost zo minder energie om het lichaam effectief te koelen. Onderzoek onder Keniaanse en Deense jongeren liet zien dat de Keniaanse jongens15-17% lichtere onderbenen hadden die wel 3 centimeter langer waren dan hun Deense concurrenten. Dus factor 1: een lijf met lange dunne ledematen

Korte hiel

Een tweede belangrijke aangeboren component van een goede loopeconomie is een kortere hiel (de afstand tussen je malleoli, het uitstekende bot van je voet, tot de Achillespees) en kleinere voeten. Een kleinere afstand betekent dat energie die tijdens de landing opgeslagen wordt in de Achillespees effectiever gebruikt kan worden tijdens de afzet. Met een lager energiegebruik per pas. En dus een betere loopeconomie. Factor 2: Een korte hiel en kleine voeten


It’s all in the Achilles

Naast een lange hiel blijkt ook een lange en dunne achillespees de sleutel te zijn tot een goede loopeconomie. Bij de landing wordt de Achillespees als het ware ingedrukt. Bij de afzet functioneert de pees als een veer en de energie van de indrukking komt vrij gelijktijdig met zijn uitrekking. Het idee is dat hoe langer de pees, hoe meer energie er wordt ‘hergebruikt’. Uit Deens onderzoek kwam naar voren dat een 10% kortere Achillespees zorgt voor een 6% slechtere loopeconomie. Een 1% langere Achillespees zorgt juist voor een 8% betere loopeconomie. De vraag is nog wel of een langere Achillespees aangeboren is of wellicht ook beïnvloed kan worden door training. Er zijn aanwijzingen dat heuveltraining, strides en lopen op zachte ondergrond de pees mogelijk verlengd. In hetzelfde onderzoek kwam naar voren dat een dunne Achillespees ook zorgt voor een betere loopeconomie. Een 10% dikkere pees verminderde de loopeconomie met 4% terwijl een 1% dunnere pees de loopeconomie met 3% verbeterd. Dus factor 3: Een lange, dunne achillespees

Aan je lichaams-, voet- en hiellengte kun je weinig veranderen. Maar dat wil niet zeggen dat een goede loopeconomie onmogelijk is als je niet geboren bent met zulke gunstige kenmerken.

Morgen deel 3: Een betere loopeconomie heb je ook zelf in de hand


  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
Miriam
Miriam van Reijen
Miriam van  Reijen

Miriam van Reijen

redacteur

Studeerde Ontwikkelingseconomie in Wageningen en Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na haar studie verlegde ze haar focus naar de atletiek en haalde als ambitieuze atlete in 2009, 2010, 2011 en 2014 het podium tijdens de NK-marathon en duathlon met een persoonlijke beste tijd van 2h41. Naast het lopen schrijft ze over voeding, hardlopen en training en schreef ze het Hardloperskookboek (AP, 2013). 

Verplicht Verplicht
Verplicht


Verplicht

Reload Image
  • Nog geen reacties aanwezig.

Loopkalender

27
april