Loopeconomie, wat is het ?

Loopeconomie, wat is het ?
Beeld: Dusan- Shutterstock

Recept voor een goede loper: Plezier in lopen, wil om te winnen (van jezelf of van anderen), motivatie om te trainen en een hoge zuurstofopname. Maar misschien nog wel het belangrijkste: Een goede loopeconomie.


Maar wat is dat precies, loopeconomie? Kun je het trainen? Waar wordt het door beÔnvloedt? Prorun keert het begrip binnenste buiten in een vierdelige serie.


Hand op de zuurstofknip: een zuinige loper


Om hard te lopen hebben je spieren energie nodig. Energie die vrijkomt uit de verbranding van onze voedingsstoffen. Hoe harder je loopt, hoe meer energie er verbruikt wordt. Ga je zuinig om met je energie dan kun je het langer volhouden. Combineer je een goede loopeconomie bovendien met een hoge zuurstofopname (VO2) dan ligt je omslagpunt (anaerobe drempel) op een hoge snelheid. Een goede loper is dus een zuinige loper (goede economie) maar wel een met een grote motor (VO2).


Economie of efficiŽntie?


In andere sporten wordt ook wel over efficiŽntie gesproken. Om de efficiŽntie te bepalen moet er worden uitgerekend hoeveel zuurstof iemand gebruikt bij inspanning zonder weerstand. Dit rustverbruik moet worden afgetrokken van de hoeveelheid zuurstof tijdens inspanning met weerstand. Bij fietsen is dit eenvoudig. Eerst wordt er op een ergometer gemeten hoeveel zuurstof iemand verbruikt tijdens het fietsen met 0 watt. Daarna wordt de wattage opgevoerd en kan er bij elke weerstand gemeten worden hoeveel extra zuurstof wordt gebruikt en dus hoe efficiŽnt iemand fietst. Tijdens het fietsen heb je een efficiŽntie van ongeveer 20%. Dus maar 1/5 van de benodigde zuurstof wordt daadwerkelijk gebruikt om arbeid te leveren. De overige 80% is nodig voor lichamelijke processen zoals de stofwisseling, ademhaling en het handhaven van de lichaamstemperatuur of gaat verloren als warmte.

1 liter zuurstof bijna 5 calorieŽn.


Bij hardlopen is het bepalen van de efficiŽntie een stuk moeilijker. Lopen zonder weerstand is lastig en de arbeid (bij fietsen is de arbeid het wattage) kan ook niet zomaar worden bepaald. Daarom wordt er bij lopen niet over efficiŽntie maar over economie gesproken. Hierbij wordt de arbeid uitgedrukt in kilocalorieŽn in plaats van in watt. Op een lopende band wordt bij verschillende snelheden de zuurstofopname bepaald. Met elke liter opgenomen zuurstof is nodig om ongeveer 4,98 kilocalorieŽn energie te leveren.


De ideale combinatie: een goede loopeconomie en een hoge maximale zuurstofopname 


Mannelijke topatleten hebben een maximale zuurstofopname (VO2max) van 70-85 milliliter per kilogram lichaamsgewicht en lopen tijdens een marathon op ongeveer 85-90% van deze zuurstofopname. Minder getrainden atleten hebben niet alleen een lagere (VO2max) maar zijn ook niet in staat om langdurig op zoín hoog percentage van deze VO2 te lopen. Hun anaerobe drempel ligt op een lager percentage.

Een hoge VO2max én een uitzonderlijke loopeconomie is zelden te vinden in een persoon. Onderzoek heeft laten zien dat Oost-Afrikaanse (uit EthiopiŽ en Kenia) niet uitzonderlijk goed scoren op VO2max maar wel een heel goede loopeconomie hebben.


Vrijdag in deel 2: Aangeboren of aangeleerd

  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
Miriam
Miriam van Reijen
Miriam van  Reijen

Miriam van Reijen

redacteur

Studeerde Ontwikkelingseconomie in Wageningen en Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na haar studie verlegde ze haar focus naar de atletiek en haalde als ambitieuze atlete in 2009, 2010, 2011 en 2014 het podium tijdens de NK-marathon en duathlon met een persoonlijke beste tijd van 2h41. Naast het lopen schrijft ze over voeding, hardlopen en training en schreef ze het Hardloperskookboek (AP, 2013). 

Verplicht Verplicht
Verplicht


Verplicht

Reload Image
  • Nog geen reacties aanwezig.

Loopkalender

28
februari