Een hardloopwedstrijd is als een kunstwerk. Vooraf bedenk je de compositie, daar ben je dagen (zo niet weken) mee bezig. Uiteindelijk zit het werk in je hoofd en zodra je start is er geen weg meer terug. Nu maar hopen dat het eindresultaat net zo mooi is als in je fantasie.
Belangrijke vragen hierbij zijn natuurlijk: welke afstand, welke richttijd en wat moet ik in godsnaam aan? Deze kwesties worden echter op de voet gevolgd door een andere hersenbreker: 'Moet ik lekker hard starten of juist gaan voor een dijk van een eindsprint?' Beide hebben ze hun voor- en tegens.
De snelle starters
Iedereen weet dat je tijdens een wedstrijd een stuk sneller rennen kunt dan tijdens een gewone training. Helemaal als je tijdens die tien kilometer achter een betere loper kunt 'hangen'. Met je blik op oneindig en je tanden op elkaar weet je wel in zijn of haar spoor te blijven. Dat resulteert in een razend rappe eindtijd (en doodmoe hijgen in de finish-hekken).
Er is maar één manier om bij die haas aan te haken. Dat is door snel te starten. In de eerste kilometer van een wedstrijd vormt het loperspeloton zich. Start je op je eigen trainingstempo dan zijn die gangmakers al lang en breed vertrokken en heb jij het nakijken. Zo kun je die snelle eindtijd wel vergeten. Vlammend uit de startblokken dus.
De eindsprint
Er is echter nog een heel andere loopschool: die van de eindsprinters. Deze lopers waarschuwen voor een te snelle start. Je loopt daarbij namelijk een heel groot risico jezelf op te blazen, zodat je drie kilometer voor de finish totaal geparkeerd staat. Want snel starten is hartstikke makkelijk. Je bent nog fris en dankzij de adrenaline vlieg je over het asfalt. Bij kilometer twee begin je echter te hijgen en na vijf kilometer weet je al niet meer waar je het zoeken moet.
Maak Usain Bolt jaloers
Er is een manier om dat te voorkomen: niet te snel starten, gedurende de race versnellen om te eindigen met een eindsprint waar Usain Bolt jaloers op is. Deze methode zorgt misschien niet voor de allersnelste tijden, maar wel voor een goed gevoel. Als het je lukt te versnellen 'vreet' je de een na de andere loper op. En er is weinig motiverender dan mensen inhalen. Het publiek dat je bij de finish toejuicht zal jaloers zijn op je looptechniek en eindsprint. Kortom: je staat met een heerlijk gevoel met die medaille om je nek.
Beter?
Uiteindelijk komen we toch bij de hamvraag: welke methode is nu beter? Daarop valt eigenlijk geen zinnig antwoord te geven. Wil je een toptijd lopen dan zul je hard genoeg moeten starten. Dat je daarbij jezelf pijn doet hoort erbij. Zorg echter wel voor een laatste restje energie. Er is namelijk niets lekkerder dan sprintend op de eindklok af te rennen.
Sebastiaan Timmermans