Balans; de onderschatte factor DL 2

Miriam van Reijen - 16 februari 2012

Vorige week kon je lezen over het belang van balans voor een goede prestatie. Vandaag manieren om je balans te verbeteren.

`$title`

Flexibiliteit en stijfheid

Balans bereik je door de juiste combinatie van flexibiliteit en stijfheid. Ben je te flexibel dan zak je bij elke stap simpelweg te ver door. Ben je te stijf dan is je lichaam niet in staat klein heuveltjes of gaten op te vangen en zal je makkelijk struikelen.

Het op één been staan met je ogen dicht wordt nogal eens gezien als een test voor je balans. Deze oefening is moeilijk aangezien je lichaam constant bezig is met allerlei processen; zoals de beweging van energie, de verwerking van voedingsstoffen en de reactie op omstandigheden uit de omgeving. Als hardloper heb je weinig aan deze vorm van passieve balans. Tijdens het hardlopen is je lichaam namelijk nog drukker bezig en je moet juist leren onder deze drukte je balans te bewaren.

Balans; een dynamisch proces

In plaats van een passief fenomeen kan balans beter worden gezien als een dynamisch proces. Het wordt dan ook gedefinieerd als ‘de vaardigheid om krachten die het evenwicht verstoren te neutraliseren’. Stabiliteit is niet hetzelfde. Stabiliteit wordt gezien als de mate van verstoring waarin je nog steeds je balans kunt bewaren. De kunst van een goede balans tijdens het lopen is je lichaam ver genoeg uit balans te brengen om vooruit te komen maar niet te ver zodat je omvalt. Sta je stevig met beide voeten, iets uit elkaar, op de grond dan heb je een grote stabiliteit. Kun je blijven staan onder een minder stabiele situatie (bijvoorbeeld als iemand je probeert om te duwen) dan heb je een betere balans.

Een balance-bord wel effectief?

De informatiestromen die je hersenen ontvangen vanuit je heupen, knieën en enkels geven je de mogelijkheid om je balans te bewaren. Bij een redelijk stabiele ondergrond zijn je enkels de voornaamste stabilisatoren. Wordt de grond minder makkelijk te begaan dan krijgen ook je knieën,  heupen en romp een extra stabiliserende taak. Het zou daarom weinig zin hebben met een balance-bord te trainen om je balans voor het lopen te verbeteren. Een balance-bord betekent een veel minder stabiele ondergrond dan je bij de meeste looptrainingen tegen zult komen. En train je dus niet je enkels maar je heupen, knieën en romp. Ben je van plan een wedstrijd over mul zand te lopen (of een cross) dan kan trainen met een balance-bord juist wel effectief zijn.

Specifieke drills

Om gebruik te kunnen maken van je getrainde, verbeterde balans zal je de training zo specifiek mogelijk moeten maken. Loopoefeningen op dezelfde snelheid of met dezelfde beweging als tijdens het lopen zijn hierbij het meest geschikt. Een goede oefening is bijvoorbeeld eenbenige-sprongen. Je springt hierbij met een been voorwaarts en probeert eenbenig (met het andere of hetzelfde been) te landen. Deze houding een tweetal tellen vasthouden en dan de volgende sprong maken. Hoe beter je balans, hoe verder je kunt springen. Variatie op deze oefening (vooral voor wedstrijden met veel korte bochten) is het zijwaarts en het schuin zijwaarts springen (richting de 10 en 2 van de klok). Te makkelijk? Door je handen boven je hoofd te houden, je armen in tegengestelde richting van de sprong te bewegen of bij elke sprong je tenen aan te raken maak je de oefeningen uitdagender. 


PrintSend-To-Friend



Reageer





Neem onderstaande verificatiecode over.





Reacties