Op de Lekbrug trainen voor Kenia

Door
Rob Voorwinden
12 november 2017 00:01
Op de Lekbrug trainen voor Kenia
In de Rift Valley Marathon in Kenia zitten behoorlijk wat hoogtemeters. Hoe train je daarvoor, in ons vlakke polderlandje? Rob doet een hoogtestage op de Lekbrug.

Een marathon heuvelafwaarts: wat zou dat toch fijn zijn. Dat je op, zeg, 150 meter hoogte begint en dan langzaam naar zeeniveau loopt. Is dat relaxed of niet?

Nou, nee dus, want wat ik net heb beschreven is het parcours van de Boston marathon, een van de zwaarste ter wereld. Oké, je kunt de magische 42 kilometer tegenwoordig ook lopen in de woestijn en op de Noord- en Zuidpool. Maar voor een Jan Boerenlul zoals ik geldt Boston als een van de zwaarste marathons die er te lopen is. Om me voor Boston te kwalificeren zou ik bijvoorbeeld eerst drie kwartier (ik herhaal: drie kwartier) van mijn persoonlijk record op de marathon moeten afhollen. Dat zie ik nog niet zo snel gebeuren.

Maar ik dwaal af. Wat de Boston marathon dus zo zwaar maakt is dat je veel heuvelaf loopt. Vooral de eerste kilometer gaat het parcours flink naar beneden, en dat is de pest voor je benen. Dat zou extra gelden voor míjn benen, want bergafwaarts lopen is niet mijn specialiteit, zo merkte ik vorig jaar al bij de 7 Heuvelenloop in Nijmegen. Sterker nog: ik loop liever 5 kilometer heuvel op dan één kilometer heuvel af.
 
Maar goed, bij de UNICEF Rift Valley Marathon in Kenia, die ik volgend jaar ga lopen (of liever: die ik ga proberen te lopen) moeten behoorlijk wat hoogtemeters overbrugd worden. Bergop en bergaf. Ik moet dus aan mijn afdaling gaan werken.

Ik pak YouTube er maar een bij om te zien hoe je dat nu precies doet, bergafwaarts rennen. Na een paar goede tutorials (vakkundig verborgen tussen een heleboel meuk) heb ik de theorie scherp: neem kleine passen, probeer je benen zo snel mogelijk weer van de grond te krijgen na de landing, laat je meevoeren op de flow en ga, in het belang van je hielen, knieën en je beenspieren in het algemeen, beslist niet afremmen.

Goed, maar waar ga ik dat oefenen? In de sportschool lukt het niet, want op die loopbanden kun je alleen maar bergop en niet bergaf. En hier rond Utrecht doet het landschap zijn uiterste best om op een pannenkoek te lijken. Mijn Runkeeper app begint tenminste al te jubelen over het 'grootste aantal overbrugde hoogtemeters ooit' als ik een fietsbruggetje over de snelweg heb meegepakt. Ik sla Google Earth er eens op na en kom tot de conclusie dat de Lekbrug hier in de buurt de enige hobbel van enige betekenis is.

Dus ga ik zondagochtend om zeven uur richting Lek. Ik heb een rondje van tien kilometer uitgezet, waarbij ik een keer heen en een keer terug over de brug ga. Op snelheid en hartslag let ik niet: het gaat vandaag om loopstijl. Ik krijg al snel de slag een beetje te pakken, dat valt niet tegen: ik voel me lekker als ik bij de zelfbedachte finish aankom. 

Zal ik nog een rondje? Nee, besluit ik, niets forceren: mijn grote fout bij hardlopen (en waarschijnlijk in het hele leven) is dat ik te veel en te snel wil (en me vervolgens wanhopig afvraag waar al die blessures toch vandaan komen). En het is maar goed ook dat ik me inhoud, want bij thuiskomst voelen mijn benen duidelijk brakker dan normaal na een training.

Maar hoeveel hoogtemeters heb ik nu achter de rug? Hoe hoog zal die lekbrug zijn? Een metertje of vijftig, toch al snel? Ik pak Wikipedia er bij en het blijken er 17. Ah. Dus ik heb vier keer 17 hoogtemeters overbrugd (ik ben immers twee keer de brug over geweest, en dat is elke keer 17 meter omhoog én 17 meter weer omlaag), dus ik heb vandaag in totaal nog geen 70 hoogtemeters in de benen. In Kenia zullen dat er zo'n duizend moeten worden. Juist ja.

Als jullie me de komende maanden zoeken, op zondagochtend: ik ben op hoogtestage, op de Lekbrug.
  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
Rob
Rob Voorwinden
Rob  Voorwinden

Rob Voorwinden



Is journalist en camerajournalist. Ontdekte acht jaar geleden het hardlopen. Viel twaalf kilo af en liep vorig jaar zijn eerste marathon. Hoopt er volgend jaar wéér eentje te lopen, maar nu onder de vier uur. Traint daarvoor keihard en loopt dus steeds blessures op. Reageert daarop door nog harder te gaan trainen. Wens hem sterkte.

Verplicht Verplicht
Verplicht
  • Rene
    Rob, wellicht is de Amerongse Berg een beter alternatief: KLIK Stijgingspercentage 2,6% Maximaal (200m) 5,8% Lengte 2,4 km Hoogteverschil 63 m
    Reactie geplaatst op 15/11/17 om 09:40 uur

Loopkalender

23
november