Blue Saturday

Foto: Janneke Poort

Blue Saturday

Eddy neemt je mee: hardlopen tot je hoofd leeg is.

Ik leg mijn mobiele telefoon op het bijzettafeltje en slaak een diepe zucht. Het was nu eenmaal mijn dagje niet en een pijnlijk bericht van mijn favoriete vriendin hakt er al evenzeer in. “Te veel gekocht op Black Friday”, vraagt de zoon die naast me in de zetel zit al lachend. “Nee, was het maar waar”, dien ik hem van antwoord. “Ik vrees eerder dat een Blue Saturday in de maak is.” Hij lacht fijntjes, maar gaat er verder niet op in. En dat hoeft ook niet.

Het zal immers snel zaterdag zijn, we zijn intussen al vrijdagavond laat, de moorden in mijn favoriete politieserie zijn al even opgelost en de televisie weet me maar matig te boeien. Meestal is dat het sein om het bed op te zoeken, maar ik blijf wat woelen in de sofa. De gedachten dwalen alle kanten uit, maar niet naar de uitweg ‘rust’. Voorbij middernacht besluit ik dan toch maar te gaan slapen, al duurt het nog een hele tijd vooraleer ik echt in dromenland ben. Met zowat een uurtje of vier nachtrust zijn de ogen alweer wagenwijd open. Het gepieker, dat me ook meermaals heeft gewekt, blijft aanhouden. Even twijfel ik nog of ik mijn vriendin een berichtje zal sturen, maar ik besluit nog even te wachten. Ik schenk me een tas koffie in en eet een boterham, al gaat dat laatste niet zo vlot. Gelukkig kan een tweede koffietje soelaas brengen. Plots krijg ik steun uit onverwachte hoek, namelijk die waar de radio staat. “Dry your eyes mate”, zingen The Streets voor me. Ik weet het te appreciëren maar schiet er verder geen sikkepit mee op. Vooral dat ‘maatje’ heeft bij haar een zekere betekenis, het zouden zelfs haar woorden kunnen zijn. Ik vraag me af of dit nummer op dit moment toeval is of het lot. Want zij gelooft niet in toeval, ik dan weer minder in het lot.

Het bericht van de avond voordien en mijn nogal drastische antwoord hierop blijven me achtervolgen, ik besef maar amper dat ik het geluk heb om in een prachtige omgeving te mogen lopen.

De hoogste tijd om een toertje te gaan lopen, maak ik mezelf wijs. Dat staat immers elke zaterdagochtend op de agenda. Ik trek mijn nieuwste loopoutfit aan en bak nog even wat broodjes af voor de kinderen. Die zijn nog warm wanneer de dochter in haar eenhoorn-onesie en met piepkleine oogjes de trap af komt. “Hoe ver ga je lopen?”, vraagt ze. “Tot mijn hoofd helemaal leeg is”, verzeker ik haar, al besef ik dat dit vandaag niet zo eenvoudig zal zijn. Even over negen ben ik op pad, geen idee waar naartoe en hoe lang ik onderweg zal zijn. Ik laat me leiden door mijn gevoel, alsof dat me de jongste weken al windeieren heeft gelegd.

Hardlopen maakt je gelukkig, en slim. Dat las ik deze week nog in een artikel na een onderzoek van een universiteit uit Calgary. Mochten de Canadezen deze domkop zien lopen met zijn trillende onderlip, vochtige ogen en een flinke krop in de keel, ze zouden wel even anders piepen. Het bericht van de avond voordien en mijn nogal drastische antwoord hierop blijven me achtervolgen, ik besef maar amper dat ik het geluk heb om in een prachtige omgeving te mogen lopen. Termen waar we wel eens een boompje over opzetten als ketobrood, slaatjes, knooppunten en carpe diem zinderen door mijn hoofd, het zijn vrijwel enkel mooie herinneringen die passeren. Maar het is een bittere nasmaak die toch nog steeds overheerst. De kilometerteller nadert intussen de tien kilometer en nog steeds weet ik niet waar ik naartoe wil. Plots ben ik genoodzaakt halt te houden. Ik kom immers bij het kanaal, ‘haar’ kanaal zoals ik het er al eens lachend met haar over had omdat ze hierlangs talloze kilometers maalde. Letterlijk één stapje verder zou me een figuurlijke stap te ver hebben bezorgd. Dus kies ik ervoor om het jaagpad af te lopen. Die eindeloos lijkende rechte lijn brengt me eindelijk rust, het lukt me steeds beter de dingen in een juist perspectief te plaatsen. Een jonge labrador die even aan de aandacht van zijn baasje ontsnapt springt speels tegen me op. Het zorgt voor wat afleiding, hoewel ik het niet meteen op viervoeters heb begrepen. Nu kan ik er om lachen.

“Ik moet haar dringend bellen”, besef ik maar al te goed terwijl net kilometer vijftien van het verleden deel is gaan uitmaken. Ik vraag me trouwens af hoe het met haar zou zijn en hoe zij zich voelt. De voorbije uren was ik louter met mezelf bezig geweest, maar ook de gevoelens van mijn hartsvriendin beginnen me parten te spelen. Het einde van mijn tochtje komt in zicht, kilometer vijfentwintig is een feit. Mijn gemoed is langzaam maar zeker tot bedaren gekomen. Je mag dan misschien niet elke dag even gelukkig worden van lopen, het heeft alweer deugd gedaan. Als medicijn kan het zeker nog tellen.

Wanneer ik even later uit de douche kom zie ik dat ze een bericht heeft ingesproken. Ik beluister het en bel haar meteen op. “Ach, alles komt”, vertel ik haar plagend wanneer we diezelfde avond een fijne babbel afsluiten, goed wetend dat ze absoluut niet houdt van slagzinnen als deze. Ze stormt op me af en grijpt me naar de keel, om zo met een fijne knuffel afscheid te nemen.

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

2 reacties

  • Hans

    Eddy Leysen (1073): dit moet denk ik (1973) zijn.

    • ProRun

      Dat klopt, dank je wel. We hebben het aangepast.

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Columns & meer