Je bent hoe je loopt

Door
Aafje Brandt
5 september 2019
Je bent hoe je loopt
Foto Rob Pauel

Op een mooie avond voegde een verloren gewaand hardloopmaatje zich onlangs weer bij de baantraining. Hij had een maandenlange gang langs behandelaars van uiteenlopend pluimage achter de rug, maar geen sportmasseur, huisarts, fysiotherapeut of zelfs chirurg had hem definitief van zijn liesblessure kunnen verlossen. Maar nu loopt hij weer als een kievit, sinds een bezoek aan – in godsnaam dan maar- een osteopaat. Dat is (doorgaans een fysio- of manueel) therapeut die het lichaam als één geheel bekijkt, en het hele systeem naspeurt op zoek naar de bron van de ellende. Het bezoek aan de behandelaar in kwestie leverde behalve genezing van de liespijnen ook nog eens een goed verhaal op.


Het hardloopmaatje had namelijk niet alleen pijn aan zijn lies, maar ook last van na-pis. Jazeker, na-pis. Ik kende het woord niet maar het verwijst kennelijk naar enkele druppels urine die na het plassen de penis dreigen te verlaten, bij voorkeur als de broek alweer dicht is. De osteopaat vond dit een volkomen begrijpelijk verschijnsel in relatie tot de liesklachten, en constateerde er maar direct achteraan dat de ballen van het hardloopmaatje trouwens ook behoorlijk scheef hingen. Alle symptomen konden volgens de osteopaat weleens samenhangen met één gegeven: de lichaamshouding van het hardloopmaatje, zowel tijdens het hardlopen als gedurende de rest van de dag.


Wat was er dan mis met de lichaamshouding? Het hardloopmaatje vertelt: hij heeft een drukke baan waar hij altijd paraat moet staan om in de actie te schieten. Daardoor staat hij permanent in wat hij 'de aanvalshouding' noemt: gespannen, een beetje voorover geleund, strakke buikspieren, armen gehoekt om direct in actie te kunnen komen. Hierdoor kwam er te grote druk op één van zijn heupspieren te staan (de psoas), trok het buikvlies in de liesstreek strak en werd de kop van het bovenbeen knellend in de heupkom gedrukt. En kwamen de ballen ongelijk te hangen.


Nu oefent hij zichzelf braaf in het aannemen van een andere houding: ontspannener, wat verder naar het lichaamsmidden leunend, en zichzelf sterk maar losjes rechtophoudend met zijn bekkenbodemspieren. Het buikvlies heeft nu weer een normale spanning, de na-pis is opgedroogd en de lies houdt zich sindsdien volkomen koest. De ballenkwestie heeft hij op aanraden van de osteopaat opgelost door meerdere malen per dag gedurende zestig seconden aan de hoogstgehangen bal te trekken, die nu weer voorbeeldig op één lijn ligt met de andere.


Dit verhaal opende me de ogen. Niet zozeer het ballenverhaal overigens, maar wel het idee dat de mentaliteit van het hardloopmaatje doorwerkte naar zijn lichaamshouding en op die manier blessures veroorzaakte. Als ik ergens een pijntje heb, is dat vrijwel altijd aan de achterkant van mijn lichaam: aan mijn billen, hamstrings, kuiten of achillespezen. Veel minder vaak protesteren schenen, knieën of de voorkant van mijn bovenbenen. De diagnose van meerdere mensen die er verstand van hebben is dat dit kan komen doordat ik te veel naar achteren hel. Daardoor moet ik mezelf bij iedere looppas over mijn zwaartepunt heentrekken, waardoor de achterkanten van mijn benen oneerlijk veel werk moeten doen, met plaatselijke overbelasting tot gevolg. Met een schok realiseerde ik me daags na de vermakelijke vertelling van het hardloopmaatje dat mijn achteroverhel-neiging weleens te maken kon hebben met het feit dat ik in wezen nogal een bange poeperd ben. Mijn natuurlijke neiging is om eerst een stapje terug te doen als zich moeilijke of enge dingen aandienen. Om er lekker lang voor uit te trekken om de kwestie van alle kanten te observeren en te betasten, en pas behoedzaam ten strijde te trekken als ik een twaalf-stappenplan heb uitgewerkt. Waarna het probleem doorgaans in hooguit 3% van de reeds geïnvesteerde tijd is opgelost en meestal überhaupt geen probleem bleek te zijn.


Dat deze aanstellerige voorzichtigheid terug te zien zou zijn in mijn lichaamshouding is eigenlijk logisch als je kijkt naar psychologisch onderzoek over zogenaamde 'belichaamde cognitie'. Of we in een situatie onmiddelijk en optimistisch toeslaan of juist zorgelijk proberen te voorkomen dat het nog verder in het honderd loopt, roept namelijk vaak een bijbehorende lichaamshouding op. Beroepshalve weet ik dat al lang. Moest er nu echt een deskundige in een geheel andere discipline aan te pas komen om het verband voor me te leggen?


Iets anders valt nu ook op zijn plaats. Vorig jaar beval een volslagen onbekende toeschouwer me tijdens een baanwedstrijd bij iedere ronde: 'Er naartoe!'. Hij doelde op het groepje dames dat een paar meter voor me liep. Nu begrijp ik waarom dat de lekkerste aanmoediging was die ik ooit heb gekregen. Geen getreuzel, moppie. Pak ze! 

  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
Aafje
Aafje Brandt
Aafje  Brandt

Aafje Brandt



Verplicht Verplicht
Verplicht
  • Nog geen reacties aanwezig.

Loopkalender

21
september