Is veel trainen slecht voor het hart? - deel 2

Door
Dr Hans Keizer
21 februari 2019 00:00
Is veel trainen slecht voor het hart? - deel 2
In het eerste artikel in deze stonden de resultaten van een grootschalig onderzoek naar de invloed van jarenlange duurtraining op het hart ter discussie. Hieruit kwam een nogal negatief beeld naar voor: de intensief trainende duursporter kan behoorlijk meer last krijgen van hartritmestoornissen. Maar in dit onderzoek werd geen onderscheid gemaakt tussen verschillende duursporten. De vraag is of ritmestoornissen bij de ene duursport meer voorkomen dan bij de andere?

We weten namelijk dat de houding waarin gesport wordt, van invloed is op onder andere het aanbod van bloed aan het hart en de weerstand, die de linkerkamer ondervindt bij het uitpompen van bloed.
Deze gegevens en de relatie tussen trainingsintensiteit en –volume ontbraken. Echter eerst is het noodzaak te onderzoeken hoe groot het probleem is, en of je moet stoppen met sporten als je ritmestoornissen hebt. Hiervoor maken we gebruik van een bestaand onderzoek.

Langdurig onderzoek duursporters?

Cardioloog Dr. Jan Hoogsteen (maxima Medisch Centrum in Veldhoven) heeft in zijn promotie onderzoek (2004) een belangrijke bijdrage geleverd aan de beantwoording van deze vragen. Hij onderzocht verschillende groepen duursporters en ze voor lange periode gevolgd. Ze werden bovendien vergeleken met leeftijdsgenoten die niet aan duursport deden. Zijn resultaten van een inventariserend onderzoek met vragenlijsten bij sporters, die al klachten hadden.

Ritmestoornissen: wat is normaal??

Uit de normale cardiologische praktijk blijkt dat boezemfibrilleren een zeer veel voorkomend verschijnsel is. In de meeste gevallen merk je het niet eens. Het wordt wat anders als het lang duurt en hevig is. Je moet dan je activiteiten staken, meestal heb je dan ook ademnood. Maar hoe vaak komt dat nu eigenlijk voor?
Hoogsteen beschrijft dat 0.5% van de jonge mensen onder de 40 jaar aan boezemfibrilleren lijdt. Bij ouderen (> 65 jaar) is dat 5% en bij topatleten 0.2%.

Dus is intensief sporten juist gezond? 

Of misschien toch niet. Wellicht waren die topatleten genetisch in het voordeel. De vraag ‘verergeren ritme stoornissen door intensieve duurtraining, vooral bij ouderen?’ blijft onbeantwoord. Door middel van een vragenlijst, die verspreid werd onder huisartsen, heeft Hoogsteen getracht een antwoord op deze laatste vraag te krijgen.

Ritmestoornissen verergerd door duurtraining??

Dertig oudere, mannelijke atleten (lopers en fietsers) vulden in 1993 en 2002 een vragenlijst in. Allen waren sinds enige tijd bekend bij de huisarts met klachten van boezemfibrilleren. De gemiddelde trainingsleeftijd in 1993 van alle sporters was 16,9 ± 9,3 jaar. De onderzoeksgroep kwam de eerste keer met hun klachten bij de huisarts na ongeveer 10 jaar training. Het prestatieniveau van de sporters werd afgemeten aan hun tijd op de 10km (voor lopers) en 40km (voor fietsers). Voor de lopers bedroeg deze gemiddeld 40 minuten, de fietsers deden gemiddeld 66 minuten over de 40 km in 1993. In 2002 waren deze tijden ongeveer 40% (lopers) en 30% (fietsers) langer. Drie sporters overleden in de periode 1993-2002 aan ziekten, zonder samenhang met het hart/ ritmestoornissen.

* in 1993 hadden 7 atleten (23%) aanvallen van boezemfibrilleren met symptomen, in 2002 waren er dat 2 (7%).

* rust verminderde in 1993 in 7% van de gevallen het boezemfibrilleren, in 2002 was dat  22%.
De relatie tussen vermindering van training en boezemfibrilleren was onduidelijk. Wat gebeurde er als de sporters gewoon doortrainden?

* in 1993 had 40% van de atleten slechts milde symptomen waardoor ze gewoon konden doorsporten. In 2002 was dat zelfs 59%.

* ook het aantal met matige tot ernstige symptomen waardoor ze niet meer konden sporten was afgenomen in 2002. In 1993 bedroeg dat 60%, in 2002 41%.

Het aantal sporters met asymptomatische boezemfibrilleren nam echter toe. Asymptomatisch betekent, dat het er wel was, maar dat het niet wordt opgemerkt door de sporter. Hij kon dus gewoon doortrainen.
Belangrijk is om te vermelden, dat het boezemfibrilleren in slechts 7 van de 30 atleten in de negen trainingsjaren verdween, dit ondanks de medicamenteuze en/of chirurgische behandeling van het probleem. Hoopgevend is, dat alle personen hun sportieve activiteiten konden voortzetten. Maar, duurtraining verbetert de problemen dus kennelijk niet.

Conclusies

?Al met al lijkt de invloed van training niet erg duidelijk, althans bij deze groep die al problemen had bij het begin van de studie. Maar geldt dat ook voor mensen die geen ritmestoornissen hadden vóórdat ze gingen trainen? En hoe zit het met verschillen tussen duursporters? Ook dit werd door Hoogsteen onderzocht, hierover volgende week in deel 3 meer.   

Literatuur?

Hoogsteen, J. Et al. Myocardial adaptation in different endurance sports. Int J Cardiovasc Imaging 20: 19-26, 2004
Hoogsteen, J. Cardiologic aspects of endurance athletes. Thesis, 2004.
  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
 Dr Hans
Dr Hans Keizer
 Dr Hans  Keizer

Dr Hans Keizer

Redacteur

Heeft de opleiding leraar lichamelijke opvoeding en geneeskunde gedaan en werkte 35 jaar als arts/fysioloog aan de universiteit Utrecht en Maastricht, waar hij in 1983 promoveerde. Hij was winnaar van de prijs voor Sportgeneeskunde, gasthoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Salzburg. Hij was een succesvol atletiektrainer, bondscoach/arts K.N.A.U. en bracht verschillende lopers naar de wereldtop. Hij heeft meer dan 120 wetenschappelijke publicaties op zijn naam.

Verplicht Verplicht
Verplicht
  • Ben Thuis
    Slechts mijn persoonlijke ervaring:Ik sport al mijn hele leven. Nu 66 jaar ervaar ik extra systoles en waarschijnlijk korte episodes boemfibrillatie (hooguit 10 sec) vooral als ik enkele dagen niet sport!. Ik lijk dus ontwenningsverschijnselen te hebben. Mijn sporten bestaat vooral uit fietsen, schaatsen, skeeleren en lopen
    Reactie geplaatst op 18/05/17 om 22:22 uur

Loopkalender

23
juli