Kanker en hardlopen, deel 2

Door
Dr Hans Keizer
9 augustus 2017 07:00
Kanker en hardlopen, deel 2
Beels Shutterstock
Door een goede (loop)training komt ons immuunsysteem op een hoger plan. Het werkt sneller en beter. Aan de andere kant zullen onvoldoende slaap, stress en teveel training juist omgekeerd werken. Laten we eens kijken wat stress (zoals o.a. slaapgebrek, wat een enorme stressor is) op ons immuunsysteem doet. 

Stress is nodig
In feite kunnen we niet zonder stress. Elke beweging, elke looptraining, hoe weinig intensief ook, is een stressor voor ons lichaam. Die zorgt ervoor, dat er meer stress hormonen o.a. (nor)adrenaline, cortisol worden vrijgemaakt, waardoor er meer energie vrijkomt. In de herstelfase moet de bloedconcentratie van deze hormonen snel afnemen en de concentratie anabole hormonen zoals groeihormoon en dehydro-epi-androstenon (DHEA) en haar sulfaat (DHEAS), gemaakt door de bijnierschors toenemen of hoog blijven. Een absolute voorwaarde om ons lichaam te laten adapteren. Het lichaam streeft ernaar, dat dezelfde stress (b.v. een 10 km loop met een bepaalde intensiteit) de volgende keer minder stress oplevert. Dit wijst er meteen op, dat je in de tijd steeds meer/intensiever moet gaan trainen om nog beter te worden.  Maar hoe zit dat nu met het immuunsysteem?

Het immuunsysteem 
Het immuunsysteem bestaat uit twee delen: Niet specifieke (aangeboren) immuniteit en verworven immuniteit. Tot de eerste groep behoren de witte bloedcellen. We kunnen 5 typen van deze cellen onderscheiden. Elk type heeft een iets andere functie. Sommigen (de z.g.n. monocyt) gaan door de celwand van de haarvaatjes naar een aangedaan weefsel om daar orde op zaken te stellen, anderen nemen bacteriën en andere lichaamsvreemde cellen op, om ze dan te vernietigen. Voorts worden door het aangeboren immuunsysteem boodschapper eiwitten (cytokinen) afgegeven. Deze cytokinen kunnen de verschillende delen van het afweersysteem ofwel stimuleren ofwel remmen, ze zijn ook bij de specifieke immuniteit betrokken.

Specifieke immuniteit wordt als het ware ‘aangeleerd’. Naarmate iemands afweersysteem steeds meer met ziekmakers (antigenen) in aanraking komt, leert het de beste manier om deze aan te vallen. Bovendien ontwikkelt het een geheugen voor die ziekmakers. Lymfocyten zijn het belangrijkste type witte bloedcel dat bij de specifieke immuniteit betrokken is. Tenslotte is een belangrijke functie van één van de lymfocyten de productie van antilichamen. Deze beschermen het lichaam door andere immuuncellen te helpen ziekmakers te vernietigen.

Stress en het immuunsysteem
Hoge cortisol spiegels in het bloed gedurende de dag zorgen ervoor dat de aanmaak van een cytokinen familie, die ontstekingen stimuleren, afneemt. Dat lijkt dus gunstig. Maar tegelijkertijd worden witte bloedcellen, die zieke weefsels opruimen en/of bacteriën vernietigen juist geremd. Tevens gaan andere witte bloedcellen dood. Ook de productie van antilichamen vermindert sterk o.i.v. teveel stress. Kanker is stress, dus al deze effecten zien we hier in verergerde mate.

Het hormoon DHEAS daarentegen, zorgt voor het tegendeel. Dus het stimuleert het immuunsysteem. De kunst van het trainen bestaat erin, dat de verhouding cortisol/DHEAS zo spoedig mogelijk afneemt. Als dat het geval is, zal het immuunsysteem gestimuleerd worden en wel zodanig, dat het helpt de zich ongebreideld delende kankercel een halt toe te roepen. Een goede, op het individu toegeschreven training, kan bij elke kankerpatiënt zelfs als hij/zij chemotherapie krijgt, het immuunsysteem verbeteren. 

Kanker en fysieke training
Er zijn thans verschillende onderzoeken verricht waarbij duidelijk is aangetoond, dat training positief werkt. Een heel mooi voorbeeld is een recent onderzoek van het VUMC. Honderd drie- en veertig borstkanker patiënten van het VUMC (van Waart et. Al. J of Clin Oncol 33: 1918-1927, 2015) volgden een trainingsprogramma van 6 maanden. Een ander deel (77) ontving de gewone behandeling. De patiënten die trainden werden in twee groepen verdeeld: Een groep trainde thuis (5x week, 30 min/dag matig intensief aeroob), de ander kreeg 2x week krachttraining onder begeleiding en deed 5x week, 30 min/dag matig intensieve aerobe training thuis.

De resultaten lieten duidelijk zien, dat de cardiovasculaire fitheid veel minder daalde bij de trainingsgroepen vergeleken met de niet trainende groep. De groep, die bovendien krachttraining kreeg had minder spierkrachtverlies en was minder vermoeid. Bovendien hadden beide trainingsgroepen minder pijn, waren minder misselijk en gaven ze minder over. Interessant was ook, dat beide trainingsgroepen eerder en voor meer uren gingen werken vergeleken met de niet-trainende groep.

In het laatste artikel over preventie van kanker door training: Feiten of fictie? Bovendien enige aanwijzingen voor looptraining. Het eerste artikel is hier te lezen.

  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
 Dr Hans
Dr Hans Keizer
 Dr Hans  Keizer

Dr Hans Keizer

Redacteur

Heeft de opleiding leraar lichamelijke opvoeding en geneeskunde gedaan en werkte 35 jaar als arts/fysioloog aan de universiteit Utrecht en Maastricht, waar hij in 1983 promoveerde. Hij was winnaar van de prijs voor Sportgeneeskunde, gasthoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Salzburg. Hij was een succesvol atletiektrainer, bondscoach/arts K.N.A.U. en bracht verschillende lopers naar de wereldtop. Hij heeft meer dan 120 wetenschappelijke publicaties op zijn naam.

Verplicht Verplicht
Verplicht
  • Nog geen reacties aanwezig.

Loopkalender

12
december