Marathon: Wat is een goede looptechniek?

Door
Paul Oude Vrielink
18 december 2016 23:07
Marathon: Wat is een goede looptechniek?
Looptechniek marathon -Shutterstock

Het wordt aanbevolen door veel trainers: de hardloper moet zweven. De contacttijd (tijdsduur dat de loper contact met de grond heeft) moet kort zijn. De afzet krachtig, kaatsend, zodat je daarna even kan zweven. Dan, bij de landing, komen de diverse pezen op spanning waarna je als een veer weer verder stuitert. Romp rechtop of heel licht voorover hellend, geen knik in de heupen.


Dit artikel behoorde in 2016  tot het meest gelezen artikelen in de rubriek looptechniek


Om de hardloper te laten zweven, trekt de trainer een arsenaal aan oefeningen uit de kast: loopsprongen, skippings, kaatssprongen, versnellingslopen over hekjes… En hopelijk, hopelijk, gaat de marathonloper daarna zwevend over het asfalt.


Om een indruk te krijgen: de looptechniek van bijvoorbeeld Haile Gebrselassie is indrukwekkend. In de onderstaande video is dit in slow motion te zien. Bekijk deze video 10 keer; zie hoe hij op de middenvoet landt, daarna hak aan de grond, een krachtige afzet. In het tweede deel van de video is ook lopen op blote voeten te zien. Zie ook de timing, de precisie:




Maar: hoe zit het nu precies? Is het wel nodig of haalbaar om zo te zweven? We zien bij een gemiddelde marathon, de meeste lopers die langzamer dan zo’n 13 kilometer per uur lopen vaak min of meer schuifelend voorbijtrekken. Ze hebben soms nauwelijks een zweefmoment en lijken aan de grond vastgeplakt. Doen zij het dan allemaal fout?

NEE!


Want, zie de volgende video. Hierin constateren we dat er onder triathleten die 2.52 op de marathon lopen (bijna 15 kilometer per uur) twee soorten loopstijl te onderscheiden zijn:

*  "gliders”: lopers met nauwelijks een zweeffase, een lange afzet zonder veel            kracht, nauwelijks verticale beweging. Meestal haklanding.

*  "gazelles”: lopers die meer zweeffase hebben, meer verticale beweging, meer op     Gebrselassie lijken qua loopstijl. Vaak middenvoet landing


 


Hoewel de Gazelles misschien ‘mooier lopen’, toch lopen de 'gliders' ook 2.52 dus er zijn goede redenen om aan te nemen dat ze op deze manier (moeten) lopen en dat deze loopstijl voor hun efficiënter is dan de Gazelle manier. Bovendien: ze zijn absoluut niet in de minderheid! Wees er overigens bewust van dat de ‘glider’ niet een zittende slappe loopstijl heeft, maar wel degelijk met goede lichaamsspanning loopt, heupen goed uitstrekt.


Een extreem voorbeeld van een ‘glider’ is de dame in onderstaande video (rode topje). Ze heeft met deze techniek, waarbij ze slechts 30% van de tijd zweeft, een tijd van 2.33 op de marathon gelopen. Uiteraard zitten er foutjes in haar techniek (met name armen), maar toch… er zit kennelijk wel een mechanische efficiency in deze stijl.


 


Wat kunnen we theoretisch zeggen over deze manier van lopen?


Haklanding ok?


Uit onderzoek  blijkt dat zelfs op middenafstanden als 1500 meter, een aanzienlijk deel van SNELLE hardlopers, op de hak landt. Ondanks de mantra ‘voorvoet middenvoet’ wordt er dus gewoon heel veel op de hak geland.  


Bovendien blijkt uit onderzoek [1,2] dat bij snel hardlopen (15+ kilometer per uur), middenvoetlanding niet zuiniger is dan haklanding, en bij lagere snelheden blijkt het energievoordeel naar de haklander te gaan (ofwel: landen op hak is zuiniger qua energie). Ook blijkt langere contacttijd minder energie te kosten (wat uiteraard een voordeel is bij langere afstanden) en is er geen groter blessurerisico [3].  Een quote m.b.t. dit onderzoek: "These studies confirm that although highly skilled runners are efficient while landing on their mid or forefeet, the majority of recreational runners are more efficient with a heel-first strike pattern.” Ofwel: snelle lopers, blijf op middenvoet landen, langzame lopers: blijf op hak landen.


Hoe zit het met knie inzet, hak optrekken?


We zien de ‘gliders’ de hak nauwelijks optrekken, de knie nauwelijks inzetten. Maar de trainer zegt: "trek die hak op!”, "meer knie inzet!!”. Wat moet ik hiermee, als rechtgeaarde glider? Ik zou zeggen (en neem hierbij risico op kritiek van collegae trainers op de koop toe – en graag, want onderbouwde kritiek brengt inzicht voort) leg de adviezen naast je neer en loop je efficiënte lage pas.


Uiteraard is het wel nodig om voldoende sterk te zijn, sterk in heupen, sterk in enkels, beenspieren, buik/rugspieren. Doe core training, eventueel krachttraining, versterk ondersteunende spieren… en fly away!


Referenties:

[1] onderzoek naar middenvoet/haklanding en contacttijd: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23806876

[2] haklanding is energiezuinig

http://www.runnersworld.com/injury-prevention-recovery/heel-strike-uses-less-energy-than-midfoot-strike

[3] haklanding en blessurerisico http://running.competitor.com/2014/02/injury-prevention/is-it-harmful-to-heel-strike-when-running_95678

  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
Paul
Paul Oude Vrielink
Paul  Oude Vrielink

Paul Oude Vrielink



Is looptrainer bij Groningen Atletiek/loopgroep Roden. In het dagelijks leven is hij technisch specialist bij een groot softwarebedrijf. Vanuit zijn achtergrond als trainer (sinds 1988) en marathonloper (sinds 1983) schrijft hij schema's, artikelen, en levert hij adviezen. Hierbij combineert hij recente (wetenschappelijke) inzichten met eigen ervaring. 

Verplicht Verplicht
Verplicht
  • CatsnamesVam
    Found cat didn't know what to call it. Found here disney cat names KLIK full list of names for cats.
    Reactie geplaatst op 15/02/17 om 08:58 uur
  • Henri Havinga
    In deze hele discussie mis ik de afstand waarvoor getrained wordt. Het gaat bij lopen op kracht en energie. Om het duidelijk te maken denk ik in extremen. Bij de sprint speelt energie geen rol (je hoeft niet bang te zijn dat je die 100 of 200 meter zonder energie komt te zitten). Een sprinter moet dus een techniek hebben die gericht is op zo hoog mogelijk snelheid. Dit is de zweefpas/voorvoetlanding. Het kost veel kracht en energie maar hij zal het sneller zijn dan wanneer hij op de hak landt. Op de marathon speelt snelhei/kracht veel minder een rol. Hij gaat er bij de marathonlopers gewoon om dat er op het einde voldoende energie over is.Deze zal dus naar een energiezuinige techniek streven. Voor de topmaratonlopers zullen toch een meer krachtige stijl moeten hebben, anders haal je een snelheid van 3 minuut per kilometer niet. Dus vandaar dat we op de marathon verschillende stijlen zien. Op de middenafstand moet je zowel krachtig als energiezuinig zijn. Wil je echt snel zijn dan red je het niet met een haklanding. Dus ook middenafstanders moeten aan hun looptechniek werken.
    Reactie geplaatst op 21/12/16 om 10:58 uur
  • Joos van Haaren
    Gewoon lopen zoals je van Moeder Natuur hebt meegekregen. Zeker voor de recreatieve lopers. En jezelf niet te veel plagen en moeilijk doen.
    Reactie geplaatst op 19/12/16 om 21:07 uur
  • Joop Vermeer
    Ook zo belangrijk om te weten
    Reactie geplaatst op 13/01/16 om 12:48 uur
  • Paul Oude Vrielink
    Arjen, daar zijn de meningen over verdeeld. Uit onderzoek lijkt te komen dat juist je armen vrij hoog houden en enigszins voor je langs bewegen, efficiënter is dan de door jou beschreven methode. Misschien iets voor een volgend artikel.
    Reactie geplaatst op 17/12/15 om 19:17 uur
  • arjen hoogervorst
    Ik mis de armtechniek. Heel veel lopers beoefenen tijdens het lopen de bokssport. Met zwaaiende schouders stoten ze hun armen hoog voor de borst langs. Ze lopen zichzelf in de weg daarmee. Armen NAAST je heupen en boven- en onderarm 90 grd. Krachtig afzetten alsof je aan het langlaufen bent. Schouders stil houden. Alleen de armen bewegen. Op deze manier kun je tot 5 % snelheid winnen zonder extra inspanning.
    Reactie geplaatst op 17/12/15 om 17:33 uur
  • Jan
    Het was al niet het beste artikel, maar om het na een half jaar van een nieuwe publicatiedatum te voorzien?
    Reactie geplaatst op 17/12/15 om 13:04 uur
  • Paul Oude Vrielink
    Laat ik duidelijk zijn: een trainer die een lange zweeffase stimuleert is geen slechte trainer. Zweven is prima. Ik ben het (dus) oneens met je stelling. Blessuregevoelige atleten kunnen kiezen voor een iets hogere pasfrequentie (of minder trainen of minder snelheidswerk of....). Wacht het artikel af.
    Reactie geplaatst op 29/05/15 om 21:53 uur
  • G. van Veen
    Oke, ik zie het tegemoet. Overigens, iets meer dan 89% van de lopers gaat minder dan 13km/uur. Ik denk je dat je bij die snelheden te mild bent voor een trainer die een lange zweef-fase stimuleert, het zou eerder een vorm mishandeling zijn. Maar wie weet vergis ik mij.
    Reactie geplaatst op 28/05/15 om 19:22 uur
  • Paul Oude Vrielink
    De kern van het artikel is dat het lopen van kleine passen - voeten nauwelijks van de grond - korte zweeffase, niet onderdoet voor het \"mooie lopen\", bij snelheden waarop de meeste lopers de marathon lopen (13-14 km/uur of langzamer). En het geforceerd trainen op langere pas en zweeffase is dan niet altijd een goed idee. Ik focuste me daarbij op energiegebruik en efficiëntie, maar je hebt gelijk, ook blessurerisico speelt een rol (hoewel dat niet een argument was in het artikel, soms is het goed om er niet teveel bij te halen. En volgend artikel dan maar!).
    Reactie geplaatst op 28/05/15 om 16:37 uur
  • G. van Veen
    Ik ben uitermate benieuwd naar je volgende artikel. En er spelen een hoop factoren, dat is duidelijk. Misschien heb ik dit artikel wel verkeerd begrepen. Ik dacht dat jij aangaf dat trainen op een langere zweef niet altijd een goed idee is. Dat ben ik met je eens. Sterker, naar mijn berekeningen is het doorgaans een slecht idee zolang je nog niet geen cadans hebt van ruim boven de 90, je kan dan beter daarop trainen. Een trainer die focust op een langere zweef jaagt zijn pupillen de blessures in. Met uitzondering van de misschien 10% van de lopers die met een 10km onder de 40 minuten zit. Maar ik hoop dat je daar nieuwe info over kunt verstrekken. Hardlopen is mijn vak niet, rekenen wel. Ik kijk er naar uit.
    Reactie geplaatst op 28/05/15 om 15:42 uur
  • Paul Oude Vrielink
    Ik denk dat ik hier het beste in een apart artikel op in kan gaan. Er spelen vele factoren die allemaal een belangrijke rol spelen. Cadans / aantal passen per minuut is maar één van de factoren. Daarnaast belastbaarheid, trainingsopbouw, leeftijd, looptechniek, doel van de loper (als een loper heel graag harder wil moet hij scherp trainen wat weer risico's meebrengt). Het lijkt erop dat je harde cijfers wilt en op basis daarvan duidelijke conclusies wilt trekken, maar naar mijn mening spelen hier dus een heleboel factoren (ik heb hopelijk duidelijk gemaakt in vorige posts welke factoren er allemaal zijn, toch?) en is deze kwestie niet zomaar heel simpel te maken. Kijk, als het alleen om blessures zou gaan zou ik zeggen (inderdaad) cadans wat verhogen, geen intensieve trainingen doen, niet te vaak trainen, bij elk klein pijntje drie rustdagen. Verder: ik heb een eerste scan gedaan op blessurerisico bij cadansverlaging en daar komt wel uit dat er (iets minder dan lineair) hogere piekbelasting is, maar er is geen eenduidigheid over of dit blessureverhogend is. Sommige onderzoeken zeggen niet, anderen wel. Kortom: complexe materie die niet zomaar simpel te maken is.
    Reactie geplaatst op 28/05/15 om 14:13 uur
  • G. van Veen
    Laat ik mijn verzoek duidelijker formuleren. Kun je door jouw aangedragen argumenten onderbouwen met cijfers? Het opsommen van argumenten zonder de impact te kwantificeren geeft geen inzicht in de waar de focus van de training moet liggen. 70% van de mannelijke hardlopers loopt een 10km in een tempo van 4:30 min tot 6:00min (ongeveer 12% is sneller, de rest langzamer). Deze lopers doorgaans in een cadans van meer dan 78 tot 83. 75% van deze lopers is 30 of ouder en heeft een groot blessure risico bij snelheid verhoging. Wat is je belangrijkste advies om dit te voorkomen? Kun je de impact van een advies onderbouwen met cijfers? Het enige goed gekwantificeerde gegeven dat we hebben is dat een verhoging van de cadans met een dubbele stap een piekbelasting vermindering geeft van meer dan 1%. Indien je je snelheid wilt verhogen dan zijn er twee opties. Grotere passen of meer passen? Grotere passen betekend meer zweven betekend meer energie in de afzet en landing betekend hogere piekbelasting.
    Reactie geplaatst op 28/05/15 om 12:09 uur
  • Paul Oude Vrielink
    Ik ben het wel met je een dat een hogere cadans minder piekbelasting geeft, en die berekening is ook sluitend. Maar, ik heb geprobeerd een heleboel argumenten aan te dragen om aan te geven dat je niet op basis van die berekening zomaar kan zeggen: iedereen moet hogere cadans lopen; ontsla trainer die grotere passen wil laten lopen. In het kort waren mijn argumenten: - notoire shuffelaars mogen best gecorrigeerd worden naar grotere paslengte - paslengte is gerelateerd aan type loper en aan snelheid (en er valt dus vaak niet eens aan te sleutelen) - een langer pas met grotere impact kan in het voordeel zijn van snelheid, voor de loper - blessurerisico komt vooral van bepaalde agressieve trainingsvormen zoals sprongen en sprints (en hoeven niet per sé gedaan te worden) - piekbelasting is geen issue in het voorbeeld van de gliders, gazelles (tussen 88 en 94 is de cadans, dit ligt dicht bij elkaar, ook weliswaar langere passen maar (dus) minder per kilometer, en meer rust-zweef moment) Dus: je berekening is sluitend maar niet zo relevant, omdat je niet ingaat op mijn argumenten. Je herhaalt elke post je ene argument. Ga eens in op de argumenten! Ik zal er vermoedelijk nog een apart artikel aan wijden
    Reactie geplaatst op 27/05/15 om 15:17 uur
  • G. van Veen
    Beste Paul, of niet in mee te gaan, ze zijn niet overtuigend. Keep it simpel. Je blijft het ingewikkeld maken. Bij gelijkblijvend energie gebruik levert een hogere cadans per dubbele pas extra 1% minder piekbelasting op. Wat is er niet sluitend in de berekening?
    Reactie geplaatst op 27/05/15 om 00:02 uur
  • Paul Oude Vrielink
    Hmm... ik geef argumenten maar je lijkt ze niet te lezen? Piekbelasting is geen probleem bij wat lagere cadans. Neem ook mee dat het de piekbelasting per pas iets hoger is maar dat er minder passen worden gemaakt EN er is meer \'rustmoment\' tijdens de zweeffase, dit kan het veronderstelde nadelige effect van hogere piekbelasting opheffen. Over wereldtoppers: cadans is afhankelijk van snelheid. Bij 20+ km/uur is dat 90 of 100 of nog meer, bij de 14 km/uur triathleten is dat 88 (gazelle) tot 94 (glider). Coe, Gebrselassie zijn gazelles. Ze hebben korte contacttijd en lange zweeffase. Gebrselassie is ca 55% van de tijd in de lucht, je kan het zelf tellen. Warmlopen is vaak gewoon joggen en daar is mbt techniek niet zoveel van af te leiden. Wat overeind blijft is: paslengte is grotendeels afhankelijk van type loper en van snelheid van de loper. Het is soms goed daaraan te sleutelen: een zittende loper die schuifelt moet zijn pas gaan afmaken en krijgt daardoor iets grotere pas, dit is een goede trainers ingreep! Een overmatig kaatsende en springende loper kan wat oefeningen voor meer frequentie doen.... Je uitspraak over slechte trainer en grote passen is te kort door de bocht.
    Reactie geplaatst op 25/05/15 om 18:40 uur
  • G. van Veen
    Eenvoudige fysica wijst op significant grotere piekbelasting bij een lagere cadans. De impact van de andere factoren zou wel eens in het niet kunnen vallen bij de impact van je cadans. En je kan het moeilijk maken maar ook niet doen. Bij de video wordt geen tijd getoond. Andere video's lijken bij Gebrselassie een cadans van meer dan 90 te laten zien. Van Coe wordt gezegd dat hij met zijn cadans over de 100 ging. Als ik de toppers zie warmlopen dan laten ze wel een hoge cadans zien en geen grote stappen. Is Gebrselassie niet gewoon een glider als hij traint maar die door de hoge snelheden bij een wedstrijd een gazelle lijkt. Blijft overeind dat grote passen meer risico's geven en een trainer die dit stimuleert een slechte trainer is.
    Reactie geplaatst op 25/05/15 om 14:30 uur
  • Paul Oude Vrielink
    Ha, Het ligt complexer dan hoe je het voorspiegelt. Atleten willen natuurlijk presteren en harder lopen. Bij de ene atleet ligt er een optimum bij 170 passen per minuut, bij de ander bij bijvoorbeeld 190, ligt aan grootte van atleet, spieropbouw, relatieve lengtes van onder/bovenbeen, hoeken in gewrichten etc. Het kan dus heel zinvol zijn om aan paslengte te werken, en is niet altijd nodig te bang te zijn voor blessures! Een trainer die met goede biomechanische redenen werkt aan pasverlenging, prima! Misschien is een iets langere en krachtiger pas wel nodig om optimaal te profiteren van "katapult effect" achillespees. Maar een trainer die bij een recreant die daar niet aan toe is, allerlei sprong achtige oefeningen toepast met als doel pasverlenging terwijl de loper daar het type niet voor is... dan heb je gelijk.
    Reactie geplaatst op 24/05/15 om 13:24 uur
  • G. van Veen
    Je hebt gelijk het kwadraat is een speculatie. Ik neem het direct van je aan. Maar de ground reaction force klinkt als de druk op de grond. Weerspiegelt dit de belasting bij het katapult effect in de achillespees? Blijft het bij de constatering dat bij gelijkblijvende snelheid iedere verhoging van de cadans met één pas/min, per pas meer 1% piekbelasting kan verminderen. Blessures ontstaan bij piekbelastingen. Iedere trainer die werkt aan pas verlenging ten koste van de cadans zou ontslagen moeten worden.
    Reactie geplaatst op 24/05/15 om 12:20 uur
  • Paul Oude Vrielink
    Ha, de piekbelasting (ground reaction force) neemt tot bepaalde snelheid lineair (daarna minder dan lineair) toe met hogere snelheden/krachtiger afzetten, dus niet kwadratisch. De gliders zullen iets in het voordeel zijn qua blessuregevoeligheid, maar wat ik eerder al zei, ik zie meer gevaar in eventuele bijbehorende geforceerde oefeningen zoals kaatsen, loopsprongen. Ook lijkt de loopstijl enigszins persoonsgebonden te zijn dus je kan niet zomaar van iedereen een glider maken. Voor sommige lopers zou dat teveel snelheidsverlies betekenen. Ik denk dat hoogte der piekkrachten en de nadelen daarvan iets overschat.
    Reactie geplaatst op 23/05/15 om 17:45 uur
  • G. van Veen
    Yo @Paul. Dat iets, is dat zo? Piekbelastingen lopen exponentieel op. Het natuurlijk mijn vak niet. Reken even mee. Als je je cadans van 80 omhoog brengt naar 95 bij gelijk blijvend tempo van 6min/km ga je 960 passen van 1,04m naar 1140 passen van 0,88m. De afzet vereist dan 1,04/0,88, zeg 18% meer energie. Als de piek belasting met het kwadraat toeneemt is dat al 40% meer belasting, of andersom met gliders brengen die met een derde terug.
    Reactie geplaatst op 23/05/15 om 14:44 uur
  • Paul Oude Vrielink
    Ha @G, De gazelle-loop: omdat deze iets hoger en met meer zweeftijd is, zijn de krachten per pas wellicht iets hoger, maar dit is m.i. niet het probleem. De piekbelasting is niet enorm veel hoger. Het probleem is eerder dat trainers soms iemand deze loopstijl willen aanleren door het geforceerd op de voorvoet landen, het doen van allerlei kaatsjes, sprongen, sprints, en DIE zorgen juist voor het blessure risico. Over metingen: google op "impact forces during running" en je vindt vele artikelen.
    Reactie geplaatst op 23/05/15 om 09:13 uur
  • G. van Veen
    @Paul Als er daadwerkelijk nauwelijks verschil is in energie gebruik is de gazelle-loop iets wat onmiddellijk afgeraden zou moeten worden. Gebaseerd op eenvoudige natuurkunde geeft dit een enorme fysieke piekbelasting en daarmee een verhoogt risico op blessures. Ik zou wel eens een goede samenvatting willen zien van die metingen?
    Reactie geplaatst op 23/05/15 om 06:57 uur
  • Paul Oude Vrielink
    @G, dat soort metingen zijn al wel gedaan. Maar de loopstijlen glider - gazelle verschillen weinig van elkaar qua energieverbruik...
    Reactie geplaatst op 22/05/15 om 19:57 uur
  • G. van Veen
    @Paul Nu ben ik geen expert maar en ik doe ook geen beweringen voor wat goed en slecht is. Ik constateer slechts dat er voorbij gegaan wordt aan eenvoudige natuurwetten. Mijn suggesties zou zijn; begin eens met meten, en dan heel eenvoudig. Druk bij afzet, druk verdeling over de voet bij afzet, lengte pas, verplaatsing zwaartepunt verticaal, horizontaal etc, energie verbruik loper bij loop techniek. Dan zijn we eens af van wollige termen als gazelle en glider.
    Reactie geplaatst op 22/05/15 om 14:31 uur
  • Paul Oude Vrielink
    Er zal een optimum zijn. Te lange zweeffase en geforceerd sprong achtig afzetten, met verlies van frequentie/kadans, leidt tot \"zwembadpassen\", te korte zweeffase en heel veel kleine pasjes is ook niet efficiënt omdat er teveel beenbewegingen zijn (en het heen en weer bewegen der benen kost ook energie) en je niet je volledige afzetkracht benut (bij te kleine pasjes strek je je heup niet volledig uit).
    Reactie geplaatst op 22/05/15 om 00:17 uur
  • G. van Veen
    De theorie achter een lange zweef fase klinkt weinig plausibel. Een zwevende hardloper is geen perpetuum mobile. Dat betekend dat de energie om de zweefvlucht te maken er bij de afzet ingestopt moet worden. Hoe langer de zweefvlucht, hoe meer energie er in moet en hoe korter de vlucht hoe minder. Bij gelijkblijvend energie gebruik is voor een lange vlucht en een korte contact tijd een veel hogere piekbelasting nodig om in de korte contact tijd de benodigde energie in de vlucht te stoppen dan bij een korte vlucht met een langere en vaker voorkomende contact tijd. Piekbelastingen zijn doorgaans de oorzaak van blessures, dit betekend dat geforceerd training op een lange zweeffase vragen om blessures is. Echter geforceerd trainingen op hoge cadans met korte stappen, korte zweeftijd en meer contact minder blessures geeft. Daarnaast is de vraag of de energie teruggave bij een lange vlucht zo efficiënt is, met een hoge cadans maak je vaker gebruik van het mechanisme.
    Reactie geplaatst op 21/05/15 om 23:53 uur
  • Paul Oude Vrielink
    Willem, in het artikel wordt getoond dat sommige goede triatleten op de hak/middenvoet landen, en dat ook uit onderzoek blijkt dat dat niet persé nadelig is. We laten dus gewoon de huidige stand van praktijk & wetenschap zien.
    Reactie geplaatst op 21/05/15 om 22:53 uur
  • Willem de Ruijter
    Als deze triatleten op de bal van de voet zouden landen zouden ze wellicht nog harder kunnen. Of weet prorun het beter dan de hardlooptrainers?
    Reactie geplaatst op 21/05/15 om 15:46 uur
  • E. T.
    Een goede Looptechniek is die, die bij jou past.
    Reactie geplaatst op 21/05/15 om 15:20 uur
  • Paul Oude Vrielink
    Ja Arjen, ik denk dat zij een perfect voorbeeld van een 'glider' is: lage kleine pasjes maar wel technisch goed, en snel uiteraard. Ik denk dat keuze voor gazelle- of glider- techniek ook van een boel persoonlijke factoren afhangt: spiervezeltype, eventuele biomechanische beperkingen, diverse hoeken van gewrichten etc. Er zijn ook mensen 'met heel veel spieren' in de benen, waarbij het wellicht niet economisch is om benen hoog op te tillen. Onderzoeken zeggen aan de ene kant dat als een gazelle loper efficiënter is wegens teruggave energie, en minder beenbewegingen per tijdseenheid, aan de andere kant is de glider efficiënter omdat meer hak georiënteerde landing en kleinere passen minder energie kost. Een complex vraagstuk dus.
    Reactie geplaatst op 16/05/15 om 20:14 uur
  • arjen hoogervorst
    Een gazelle maakt een veel hogere sprongboog dan een vlaklopende slider en legt derhalve een grotere afstand af dan de slider. Is daar wel eens onderzoek naar gedaan? Het kan verklaren waarom sliders en gazelles even snel kunnen zijn. Ingrid Prigge is daar een mooi voorbeeld van. Ze is erg snel, maakt veel kleine pasjes en loopt bijna vlak.
    Reactie geplaatst op 16/05/15 om 12:26 uur

Loopkalender

22
oktober