Training

Beheers tempowisselingen in de wedstrijd

Door
Marc Gerlings
15 februari 2019 00:00
Beheers tempowisselingen in de wedstrijd
Tijdens het lopen van een wedstrijd moet of je soms je nog wel eens een tempowisseling maken. Je wilt bijvoorbeeld iemand inhalen of bij drukte moet je inhouden. Je moet een brug of heuvel op etc.  Al die wisselingen vragen veel energie. Na een paar tempowisselingen is de batterij aardig leeg en dan dan wil je ook nog dat je tempo hoog blijft. Leer en train om wisselingen in snelheid op te vangen. Dat maakt de wedstrijd interessanter en je krijgt er meer vermogen door.

Wat gaat de ander doen?

Bij wedstrijden zie je dat de toplopers op elkaar reageren. Ook op clubniveau of als je loopt met een paar vrienden wil je toch ook graag een keer de ander te snel af zijn. Op ieder niveau is die drang om sneller te zijn de voedingsbodem voor een leuke en spannende strijd. 

Het vermogen om te reageren op een ander wordt weinig getraind. Veel lopers lopen alleen en dan neig je naar vaste tempo’s. Doorbreek dit patroon en train vaker op de tempowisseling. Soms gaan versnellingen langzaam maar vaker is de tempowisseling kort. Lastig voor degene die reageert op de tempowisseling is dat je daarna je tempo hoog moet houden om de concurrentie te verslaan.

5 kilometersnelheid

Bij langere afstanden zoals een halve marathon zie je dat je snelle stukken in de buurt komen van tijden die je loopt bij een 5 kilometer evenement. Met dat in gedachten weet je al dat je die intensiteit goed moet kunnen vasthouden. Train je vaak lange afstanden dan is het aan te raden om bij de korte intensieve trainingen te letten op de progressie van je 5 kilometertijd. Dat  vormt een aardige graadmeter hoe goed je kunt reageren op versnellingen van andere lopers.

Snelle start

Maar hoe kun je dan trainen op die snelle stukken en die tempowisselingen? Pak een route die 5 kilometer is. Binnen die 5 kilometer ga je spelen met je snelheid maar het blijft in totaal een snelle vijf kilometer. Combineer niet hele langzame stukken met snelle stukken want dat zal zelden gebeuren tijdens een wedstrijd.

Een manier is, je kunt zelf je ‘wedstrijd’ indelen, ga met veel verschillende tempo’s lopen. Voorwaarde voor deze vorm van wedstrijdtraining, je bouwt geen rustmoment in. Bij 5 kilometer wedstrijden zie je vaak een relatief snel begin, een consolidatie in het middenstuk en een snel slot. Start daarom relatief snel, je kunt net op of iets boven je 5 kilometer snelheid starten voor ongeveer één tot anderhalve kilometer. 

Twee snelle segmenten

Na de start zakt het tempo wel in maar het blijft hoog. Je kunt dit combineren met nog twee snelle stukken, de stukken waarbij de denkbeeldige tegenstander versnelt. Denk hier bijvoorbeeld aan kilometer 2,5 tot 3,5 en 4 tot en met 5 kilometer. Lopers zijn gewend om in secties van een kilometer te lopen. Bij wedstrijden zie je dat die vorm natuurlijk niet altijd netjes wordt gevormd. Vaak hebben versnellingen een lengte en een reactie van vierhonderd of achthonderd meter. Je kunt daarom de segmenten ook wat inkorten.

Conservatieve indeling

Vind je de wisselingen teveel dan kun je het ook rustiger aanpakken en toch de vorm van de wedstrijd volgen. Start relatief snel. Houd je snelheid in het middenstuk vast en versnel naar de finish.

Veel plezier met het trainen op wedstrijdniveau met al zijn wisselingen. Deze vorm van trainen houd je alert en laat je weer eens zien hoe grillig een wedstrijd kan verlopen. Dat valt lastig te trainen als je in je eentje traint maar je kunt de wedstrijd goed benaderen. En het is een leuke afwisseling met je geplande duur- en tempolopen.

  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
Marc
Marc Gerlings
Marc  Gerlings

Marc Gerlings



Verplicht Verplicht
Verplicht
  • Nog geen reacties aanwezig.

ProRun loopclinics: Waar & wanner?

Loopkalender

18
maart