Rust in je (halve)marathontraining

Door
Marc Gerlings
10 januari 2017 00:00
Rust in je (halve)marathontraining
Marathon rust en snelheid
Kijk je naar de huidige marathons, dan zijn het snelle wedstrijden geworden. De strijd gaat minder om de wedstrijd tussen de lopers en steeds meer om de eindtijd. Om dat te kunnen, leggen de huidige topatleten veel nadruk op snelheid. Dat kun je ook als amateur een tijd volhouden maar ergens ga je de prijs betalen. Rust en snelheid worden steeds grotere partners in succes tijdens de marathon.

Iedere loper kent de vraag na afloop van een wedstrijd: "En wat was je tijd?”. De tijd dat de marathon gaat om de heroïsche strijd tussen lopers leeft nog wel maar is tanende. De aandacht voor de tijd groeit. Om je persoonlijke toptijd te halen moet je als loper een constant mooi hoog tempo hebben. Iedere loper wil graag een snelle tijd, ook als je niet tot de absolute top hoort.

‘Ik wil me bewijzen’

Die wens is logisch maar er komt een trainingsritme bij dat meestal niet goed werkt. Veel lopers willen zichzelf bewijzen. Voor zichzelf of voor hun loopvrienden; iedere keer worden de grenzen opgezocht. Ook al is het een simpele training, de anderen moeten overtroeft worden. Dat trekt een grote wissel. De conditie redt die prestatiedrang vaak nog wel maar de pezen en spieren laten je ergens in de steek. Terecht, want een grote prestatie in de marathon komt te voet en gaat te paard.

De wil om je te bewijzen werkt goed om resultaten te boeken. Maar kun je ook deze houding loslaten als dat nodig is? Hoe meer ervaring een hardloper opdoet hoe beter de vorm van de dag voelbaar is. Goede lopers weten meestal wel wanneer een pijntje niks voorstelt. Of dat het de voorbode is van groter leed als je nu niet oppast. Vooral jonge lopers, of lopers die relatief kort met groot enthousiasme in de hardloopsport zijn gedoken lopen gevaar. De wil om je te bewijzen treedt dan vaak op. Dit is dan niet exclusief verbonden met wedstrijden. Ook tijdens training is er de attitude om je te bewijzen ten opzichte van de andere lopers. 

Durf toe te geven

Die constante drive om door te gaan, om beter te zijn dan de anderen is slechts voor enkelen weggelegd die nooit blessures oplopen. Lopers trainen dan hard, op den duur te hard voor wat het lichaam aan kan. Neem in je training mee dat je je houding ten opzichte van trainen kunt veranderen. Dat is geen zwakheid maar een kracht.

Zelfvertrouwen

Om die eeuwige wil om je te bewijzen los te laten zit, is het tijd om te bouwen aan je zelfvertrouwen. Weet je wanneer je genoeg getraind hebt? En is dat oké voor je? Als je het zelfvertrouwen hebt dat je een dag rust goed is in plaats van verloren tijd dan zit je op de goede weg. Met een goed zelfvertrouwen smelt het schuldgevoel dat je anders zou hebben als je een training overslaat of minder goed gaat. 

"Trainingen verwerken”

Als je met veel focus voor je trainingen je weg aflegt dan zal je niet snel te weinig trainen. Uit onderzoek is bekend dat lopers eerder te hard dan te zacht trainen. Dat dit ook bij de beste atleten diep in hun denken zit bleek uit een interview met een van de toplopers uit de VS, Ryan Hall. Hij zei: "Ik heb geleerd dat ik rust moet nemen en mijn lichaam toesta om de trainingen die ik doe te verwerken. En niet om dit te zien als zwakheid, of in gebrek om het te willen, of een te kort aan motivatie.”

Zit het technisch gesproken goed met je trainingen en met je omvang? Bouw je zelfvertrouwen op in je eigen kunnen. Met die kracht in huis kun je beter afwegen wat voor trainingen of trainingaanpassingen goed voor je werken.
  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
Marc
Marc Gerlings
Marc  Gerlings

Marc Gerlings



Verplicht Verplicht
Verplicht
  • Nog geen reacties aanwezig.

Loopkalender

24
november