Een aantal weken geleden, tijdens Molensmooiste in Kinderdijk, raakte ik aan de praat met een medeloper. Altijd leuk als iemand je herkent van de artikelen op ProRun. Tussen neus en lippen door kwam de vraag: ‘Maar kloppen die voorspellingen van Stryd eigenlijk wel altijd?’
Een goede vraag. En eerlijk gezegd eentje waar ik zelf ook regelmatig mee heb geworsteld. Want data is prachtig. Data liegt niet. Maar de interpretatie ervan – en vooral de acceptatie – is soms een stuk lastiger. Zeker wanneer die data je iets vertelt wat je liever nog niet wilt horen.
Langzaam achteruit
Na een snowboardongeluk in 2024 dacht ik na een paar maanden revalideren dat ik er wel weer zou zijn. Niets bleek minder waar. In plaats van vooruitgang ging ik langzaam, bijna ongemerkt, achteruit. Tot ik een jaar later tijdens de marathon van Rotterdam de rekening gepresenteerd kreeg. Ik liep hem uit, maar vraag me niet hoe.
Mijn Critical Power zakte ondertussen van ongeveer 330 naar 289 watt. Critical Power is grofweg het vermogen dat je rond een uur kunt volhouden. Voor een loper die graag met zijn gegevens bezig is, is dat confronterend. Je ziet op je scherm wat je hoofd blijkbaar nog niet wil toegeven.
En dan komen de voorspellingen van Stryd. Die konden toch niet kloppen? Mijn trainingen wezen op langzamere tijden. Wedstrijden ook. Alles was anders dan voorheen. Rationeel was het logisch en volledig verklaarbaar. Maar mijn hoofd zat nog ergens bij de vorm van vóór mijn ongeluk. Met een klein stukje ego ernaast.
Met hamer en drevel
In februari 2026 kwam de omslag. Een podoloog ging, laten we zeggen, niet zachtzinnig aan de slag met hamer en drevel. Daarna kwam het stap voor stap weer op gang: oefeningen, duurtraining, gerichter trainen en behandelingen van fysio en podoloog. Vanaf 1 september stopte ik bovendien met alcohol en volgde ik een voedingsschema. Langzaam liep mijn Critical Power weer op.
Tijdens een 5 kilometer-test in Ruinerwold op 6 september kwam ik weer uit rond de 323 watt. Stryd voorspelde 22:43. Het werd 21:50. Niet wereldschokkend misschien, maar voor mij een enorme opsteker. En vooral: de voorspelling zat niet ver naast de werkelijkheid.
4 mijl van Groningen
Op zondag 11 oktober stond ik in Groningen aan de start van de 4 Mijl, met een Critical Power van 332 watt. Stryd voorspelde bij een racevermogen van 330 watt een eindtijd van 27:44. Tijdens het inlopen voelde ik het al. De benen waren goed. Geen pijn, geen verzuring, geen gedoe. Dit kon wel eens een mooie race worden.
Ik startte vlot, maar gecontroleerd. Over de eerste twee kilometer liep ik gemiddeld 343 watt. Geen moment het gevoel dat ik mezelf opblies. Gewoon lekker hard lopen. Na vier kilometer zakte het tempo iets. Logisch ook: in Groningen begint het daar vals plat omhoog te lopen. En richting de Herebrug en Herestraat merk je dat ineens heel goed. Na de klim in de Herestraat volgt die scherpe bocht naar links. Dan zie je, op ongeveer tweehonderd meter, de finish liggen. Ik keek in een flits op mijn Garmin: 27:01. Nog één keer aanzetten. Richting 350 watt.
Ik kwam binnen in 27:30. Goed voor een zesde plek in het 55-plusklassement. Maar voor mij was iets anders minstens zo mooi: de voorspelling van Stryd klopte nagenoeg.
Kloppen die voorspellingen?
Dus, kloppen die voorspellingen altijd? Nee, natuurlijk niet. Een wedstrijd is geen rekensom. Parcours, wind, vorm van de dag, voeding, slaap en een beetje wedstrijdlef doen allemaal mee. Maar als je voldoende, eerlijke data hebt en die durft te accepteren, dan geven ze je wel een heel betrouwbaar beeld. Ook als dat beeld even niet is wat je had gehoopt.
Na tweeënhalf jaar keihard werken voelt 27:30 daarom als veel meer dan een tijd op een horloge. Het voelt als bewijs dat de lijn weer omhoog loopt.

