Waarom ouder worden helemaal zo gek nog niet is (qua hardlopen dan)

Ouder worden. Het hoort niet alleen bij het ‘gewone’ leven, maar ook bij het hardloopleven. Niet alleen je lijf maar ook je loopstijl verandert in de loop der jaren.

Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Waarom ouder worden helemaal zo gek nog niet is (qua hardlopen dan)
Ouder worden. Het hoort niet alleen bij het ‘gewone’  leven, maar ook bij het hardloopleven. Bij elke leeftijd past namelijk een andere manier van lopen. Je lijf is immers anders op je zevende dan op je zeventigste, terwijl je op beide leeftijden kunt floreren op de hardloopbaan. Welke afstand past bij je leeftijd?

Spierkracht versus duurvermogen
Hoe korter de afstand die je rent, des te meer spiervermogen je nodig hebt. Het draait hier immers om snelheid. Anders wordt dat bij de lange afstanden. Daar maakt het steeds minder uit dat je keihard kunt sprinten. Nee, het gaat erom dat je een bepaald tempo rent en dat vooral heel erg lang volhoudt. Het liefst urenlang. 

In je eind twintiger jaren bereik je je piek in je spierkracht. Het is dus dan dat je het beste de korte of de middenlange afstanden kunt rennen. Vanaf dit moment begint je spierkracht af te nemen. Daar tegenop trainen vereist discipline is is een gevecht met een onvermijdelijke verliezer: jijzelf. Bij de lange afstanden is dit anders. Daar telt het duurvermogen en dat is veel beter trainbaar tot op hogere leeftijd. Niet voor niets gloriëren veel topatleten eerst op de 10 kilometer om vervolgens hun geluk op de marathon te beproeven. 

De wetenschap
Er is interessant onderzoek gedaan naar het ouder worden en de prestaties bij de echt lange afstanden. We hebben het dan over wedstrijden, waarmee vergeleken de marathon een beginnersafstand is. Daar speelt de pure snelheid immers geen rol meer en is het enkel het duurvermogen dat telt. 

Wetenschappers uit Zwitersland en Frankrijk onderzochten twaalf jaar lang de resultaten van een bekende 100 kilometer-loop in het Zwitserse Bern. De finishtijden van de groep 28-29-jarigen waren significant beter dan de 18-24-jarigen. En de atleten tussen de 30 en 34 waren weer sneller. Maar nu komt het: tot 49 jaar bij mannen en 54 jaar bij vrouwen bleven de eindtijden vervolgens even snel! De snelste tien lopers waren zowel bij de mannen als de vrouwen gemiddeld 39 a 40 jaar oud. Dat is overigens in lijn met andere onderzoeken naar ultra-lopers, waarbij steevast de lopers die eind dertig zijn het beste presteren.

Niet alleen zijn oudere ultra-lopers dus sneller dan de jonkies, ze raken ook nog eens minder geblesseerd. Onderzoekers van de Stanford Universiteit hielden de gezondheid en de mate waarin atleten blessures krijgen bij van ruim 1200 ultralopers. Ruim driekwart van hen had het afgelopen jaar minimaal 1 blessure.  Maar degenen die dat niet hadden waren gemiddeld ouder en hadden ook nog eens meer loopervaring. 

De jeugd mag dan de toekomst hebben. Als oudere hoef je je in de loopsport zeker niet afgeschreven te voelen als je veertig of vijftig kaarsjes uitblaast. Sterker nog: de Nederlander Cees Stolwijk werd in 2015 nog wereldkampioen marathon in de categorie mannen ouder dan 65. Hij deed dat bovendien in een tijd, waar de meeste marathonlopers alleen maar van kunnen dromen: in 2 uur en 59 minuten. Op deze manier is ouder worden helemaal zo gek nog niet.
Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
STRYD V3: De ultieme footpod (vermogensmeter)

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Stryd V3: de ultieme footpod - Hardlopen op vermogen

Meer uit Gezondheid