Welk type loper ben jij? Maar dan écht?

Ben jij sprinter, duurloper of meer van middenafstanden?

Hardlopers komen in vele soorten en maten.
Grote lijven, kleine lijfjes, lange benen, korte pootjes en alles wat daartussen valt. Maar als je op een drukke zondagochtend je rondje rent in het park lijkt het wel of iedereen ongeveer dezelfde afstand en hetzelfde tempo loopt. Een kilometertje of zeven à acht.
Het gros van de mannen rennen gemiddeld in 11 à 12 kilometer per uur, vrouwen gemiddeld 10 à 11.
Dat is vreemd. Want het zou heel goed kunnen zijn dat jouw lijf beter geschikt is voor een heel ander tempo of een heel andere snelheid.
Welk loperslijf past bij welke atletiekdiscipline?
De sprint
Kijk eens naar Usain Bolt of onze eigen Dafne Schippers. Deze topsprinters hebben sportlijven om je vingers bij af te likken. Om goed te kunnen sprinten heb je vooral explosieve spierkracht nodig. Je moet immers uit die startblokken denderen om binnen een paar tellen je topsnelheid te halen. Dan maakt het echt niet uit dat al die spieren ook heel veel extra kilo’s betekenen. Dat voel je pas als je lang en breed de eindstreep over bent.
Sprinters hangen daarom veel in de sportschool. Doen eindeloos vaak quats, explosieve versnellingen en andere loopscholing. Ben jij bijvoorbeeld een hardloper die in de zomerstop van het voetbal of hockey een beetje fit wilt blijven. Dan kan deze aanpak zeer nuttig zijn. Nuttiger dan dat zondagochtend-rondje in één tempo. Hiermee train je immers je topsnelheid én een lichaam dat hoge ogen gooit op het strand.
Duurlopen
Als je rent om vet kwijt te raken, dan is de duurloop echt iets voor jou (voor het gemak alles boven de 10 kilometer). Immers, elke gram die je mee moet sjouwen, kost energie en dus tijd. Kijk maar een naar een marathon-wedstrijd: de mannen en vrouwen die winnend over de eindstreep gaan zijn absolute mugjes.
Nu is zo’n Olympisch duursportlijf wellicht wat overdreven, maar qua vetverbranding is een goede duurloop verstandig. Doordat je tempo vrij laag ligt, gaat je hartslag niet al te veel omhoog en kan je lichaam heel goed vet gebruiken om in energie om te zetten.
Let wel op: als je na je duurloop bijtankt met een Snickers en een goed glas cola, kun je het net zo goed niet doen. Maar nog veel slechter is om na afloop niets te eten. Je lichaam heeft ingeteerd op z’n reserves en om beter uit de strijd te komen, heb je wel goede voeding nodig: fruit, noten en ander gezond spul.
De midden-afstand 
Kun je én volhouden én heb je een vlammend eindschot in de benen? Dan is de midden-afstand wellicht echt iets voor jou. Dit zijn de afstanden die, niet zo verrassend, tussen het echt korte en heel lange werk in liggen. De 800 en 1500 meter zijn de klassieke voorbeelden, maar voor het gemak kunnen we de 5 en de 10 kilometer er ook wel bij rekenen.
Lopers die goed zijn in deze afstanden verenigen het beste van het gespierde sprintlijf met de afgetraindheid van het duursportlichaam. Je hebt immers wel spierkracht nodig, maar als je het lijf te veel oppompt, moet je te veel kilo’s meeslepen tijdens het rennen. Als je dit wilt bereiken kun je prima af en toe een lekker rondje rennen. Alleen zul je daarnaast ook af en toe aan intervaltraining of een buikspiercircuitje moeten doen. Het doen daarvan is niet altijd even leuk, maar je zult merken dat de resultaten zeer bevredigend zijn.

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Training