Hartziekten bij lopers: hoe herken je het?

Een leerzaam verslag van een oplettende loper.

Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Hartziekten bij lopers: hoe herken je het?

Tekst: Tony Gaillard (1944), samen met Shan Happé1 en Wim Simons2

“Sommigen vinden hardlopen op mijn leeftijd ongezond en zelfs heel riskant.  Pas nu realiseer ik me dat als hardlopen niet mijn hobby was geweest, ik niet tijdig ontdekt zou hebben zijn hoe ernstig de situatie was”.

Al langer dan 10 jaar loop ik hard, vooral in de natuur door de Soestduinen of de Wisent-trail op de Veluwe. De laatste 7 jaar trainde ik elk jaar voor de marathon. Zowel in 2014 (beste tijd 3:51:44) als in 2015 eindigde ik op de 2de plaats in mijn leeftijdscategorie (70+). Daarnaast wandel ik veel in de natuur, met name in de bergen. In November (2018) maakte ik een trekking in Langtang (Nepal). In 17 dagen liepen we 180 km en we klommen 15 km. Tijdens deze reis heb ik nooit klachten gehad.

Ik vermeld deze gegevens om te laten zien dat mijn conditie heel goed was. Daarom is het opmerkelijk dat ik een maand later het tempo van de marathongroep maar met moeite kon bijhouden. Ook de halve marathon door de duinen van Ameland (21-12-2018) was geen groot succes. Na 14 km sloeg mijn hartslagfrequentie (HF) op hol tot boven de 180. Om de hartslag rustig te krijgen ging ik keer op keer wandelen tot de HF daalde onder de 150. Vreemd genoeg had ik verder geen duidelijke klachten en voelde ik mij weer prima na de finish, waardoor moeilijk te zeggen was waardoor dit kwam.

Onderzoek bij SMA en ziekenhuis
Aangezien de problemen bleven aanhouden adviseerden mijn trainers me om een onderzoek te laten doen bij het Sport Medisch Adviescentrum (SMA). Begin februari deed ik twee inspanningstesten op de fietsergometer en de loopband, die allebei geen afwijkingen lieten zien. Wel werd ik doorgestuurd naar de afdeling cardiologie. Ook hier leverden de inspanningstesten – 2x (hard)lopen met een Holter (registratiekastje) en 1x op de fietsergometer – geen duidelijke resultaten op. Alleen in de 2de sessie met de Holter zag je na anderhalf uur hardlopen dat de HF op hol sloeg. Zowel de SMA als de cardioloog vonden het op hol slaan geen indicatie voor hartfalen. Daarom kwam ik niet in aanmerking voor medicijnen of verder onderzoek.

Wel kreeg ik eind maart het advies het wat rustiger aan te doen. Maar als ik goed naar mijn lichaam zou luisteren, was het geen probleem om begin April de marathon van Rotterdam te lopen. Er werd een afspraak gemaakt om begin september terug te komen op het spreekuur. Omdat ik al een startnummer had, maar ook voor de gezelligheid, heb ik aan de marathon meegedaan. Omdat het heel warm zou worden, waar ik niet goed tegen kan, had ik besloten niet de hele maar de halve marathon te lopen. Ik heb de 21 km in een rustig tempo gelopen; ik had geen klachten maar was wel erg moe aan het eind, maar herstelde toch vrij snel.

Meer symptomen
Om te herstellen van de halve marathon deed ik het een paar weken rustig aan; drie keer per week 8 á 10 km, waarbij ik ervoor zorgde dat mijn hartslag niet op hol sloeg. Begin mei werd het steeds moeilijker om tempo te houden en kilometers te maken. Toen ik zelfs problemen kreeg om 5 km te lopen, probeerde ik een afspraak te maken met cardiologie. Tot mijn teleurstelling was men niet onder indruk: “Immers, de meeste mensen kunnen geen 5 km hardlopen”. Bovendien had ik al een afspraak begin september. In plaats van hardlopen ben ik gaan fietsen, maar eind mei kreeg ik lichte druk op de borst, wanneer ik een steile helling op moest.

Omdat ik niet goed wist hoe hier mee om te gaan heb ik een goede vriend (Wim Simons, gepensioneerd huisarts) om raad gevraagd. Hij wist mijn huisarts ervan te overtuigen dat hier sprake was van angina pectoris. Mijn huisarts schreef mij medicijnen voor (bloedverdunner en maagbeschermer), maar had ook overleg met de cardioloog. Dit resulteerde in een inspanningstest (23 mei), waar weliswaar niets uitkwam, maar dit resulteerde wel in verder onderzoek: een PET-scan (25 juni) en een hartkatheterisatie (17 juli). Beide testen lieten ernstige vernauwingen zien in de kransslagaders. Toen ik de röntgenfoto’s zag, kon ik me nauwelijks voorstellen dat ik begin April nog een halve marathon had gelopen.
Besloten werd dat een hartoperatie met by-passes nodig was. Op 6 september (2019) onderging ik een hartoperatie met vier by-passes. Het herstel verliep voorspoedig. Twee maanden na de operatie heb ik het Revalidatieprogramma gevolgd; tweemaal per week één uur, bestaande uit een halfuur op de fietsergometer en daarna 8 oefeningen met allerlei apparaten (o.a. ‘leg-press’, halters, ect.). Tegelijkertijd begon ik weer met hardlopen, maar wel korte afstanden (6 à 8 km) en in een tempo waarbij mijn hart niet op hol sloeg. In februari liep ik al weer 8 km binnen het uur.

Vroege herkenning van hartziekten

Bovenstaand verslag levert drie suggesties op voor mogelijk onderzoek naar vroege voortekenen, met name bij getrainde sporters. Dat zijn de snelle afname (binnen een maand) van het vermogen om fysieke inspanning te leveren, het op hol slaan van het hart en het ontbreken van afwijkingen in inspanningstesten.

Verlies van vermogen
Ik loop nu al ruim 10 jaar hard en train 6 jaar in clubverband voor de marathon. Natuurlijk wordt je prestatievermogen elk jaar wat minder; de gemiddelde afname wordt geschat op 1 % per jaar3. Het vermogen om me fysiek in te spannen was eind 2018 wel erg hard achteruitgegaan. In april (2018) liep ik de marathon in een tijd van 4:40 en in september liep ik nog probleemloos 20 km in de Kootwijker duinen in ruim 2 uur. Maar in jecember en januari had ik steeds meer moeite om de lopers in de marathongroep bij te houden, waar ik al jaren mee trainde. Ook had ik grote moeite om de zware halve marathon in de duinen van Ameland uit te lopen. Mijn trainers vonden dat heel verontrustend, terwijl de artsen van SMA en ziekenhuis dat geen indicatie vonden voor mogelijke hartziekten.

Op hol slaan van de hartslag
Deze vrij plotselinge toename van de hartslagfrequentie (HF) is goed te zien in de opname met een sporthorloge (Garmin 235) tijdens de halve marathon door de duinen van Ameland (december, 2018). In onderstaande figuur (HF = rode lijn; tempo = grijs gebied) springt de HF (na 14 km) binnen een minuut van ongeveer 130 naar boven de 180. Als dat éénmaal is gebeurd, is het heel moeilijk om de HF weer naar beneden te krijgen. Om de HF rustig te krijgen ging ik keer op keer wandelen tot de HF daalde tot 150 (mijn omslagpunt). Maar schoot direct weer naar boven als ik weer ging hardlopen. Ook met een heel laag tempo blijft de HF op een hoog niveau (rond de 180), terwijl bij dit tempo de HF rond de 120 zou moeten liggen, ver onder mijn omslagpunt (HF 150).

Zelfs na de operatie gebeurde dit soms, maar minder heftig en makkelijker onder controle te krijgen door het looptempo te verlagen. Van de 20 keer dat ik mijn rondje liep (6 à 8 km in één uur), gebeurde het maar drie keer dat mijn hart op hol sloeg. Bovendien sprong de HF naar 160 in plaats van 180. Meestal gebeurt het tegen het eind van een loopje, ongeveer na een uur hardlopen, wanneer de reserves op dreigen te raken. Soms gebeurde deze acute toename al meteen aan het begin. Mogelijke verklaringen zijn dat warming-up onvoldoende was of dat mijn conditie niet zo goed was op dat moment door externe factoren, zoals algemene vermoeidheid, slecht slapen, stress of door te lopen met een volle maag.

Het op hol slaan van de HF is van een geheel andere orde dan de geleidelijke toename die correspondeert met de geleverde inspanning; de HF gaat omhoog bij een hoger tempo en bij langdurige belasting, als de reserves geleidelijk opraken. Het verschil tussen de twee toenames is duidelijk te zien door onderstaande figuur te vergelijken met bovenstaande figuur. Gedurende een uur hardlopen neemt de HF langzaam toe van ca. 100 naar 150 HF. Doordat het tempo hoger ligt en de reserves opraken moet het hart harder werken om aan de vraag te voldoen.

Validiteit inspanningstesten4
In de periode van februari tot maart 2019, heb ik 5 inspanningstesten gedaan: fietsergometer (2x), Holter (2x) en loopband (1x). Al die testen hebben geen duidelijke afwijkingen laten zien; in ieder geval niet zodanig dat ik als patiënt gezien werd. Daarom kreeg ik geen medicijnen en kwam niet in aanmerking voor verder onderzoek. Ook waren er geen bezwaren om de marathon te lopen.

Dat de inspanningstesten op de fietsergometer geen afwijkingen vertoonden wordt mogelijk veroorzaakt door de volgende factoren:

  • In de test wordt de fysieke belasting steeds verder opgevoerd door het verzet te verhogen, waardoor vooral de beenspieren zwaarder belast worden en gaan verzuren. De beenspieren lijken het eerder op te geven dan het hart. Bij hardlopers is dat vooral het geval omdat de meesten weinig fietsen.
  • Doorgaans duurt een test totdat iemand niet meer kan of dat de maximale inspanning (d.w.z. de maximum HF) wordt bereikt (Zie ook de websites van Hartstichting, Hartwijzer en Atletiekunie). Het is echter onduidelijk hoe deze twee criteria worden toegepast. Bij elk van de testen die ik gedaan heb, werd niet doorgegaan tot ik niet meer kon. Wel werd gevraagd of ik moe was, maar toen ik antwoordde dat dat niet het geval was, werd er toch gestopt. Dus bij geen van de testen werd doorgegaan tot mijn maximum; ik raakte zelfs nooit buiten adem, laat staan dat ik niet verder kon. Ik kreeg wel zure beenspieren, wat illustreert dat die zwaarder belast worden dan het hart, omdat de HF nauwelijks omhoogging.
  • Een tweede probleem is dat de HF-max wordt bepaald met een formule (220 minus leeftijd), die in de atletiekwereld als zeer onbetrouwbaar wordt gezien en daarom steeds minder gebruikt wordt (zie de kritiek van Gina Kolata, 2001, en recenter van Van Dijk & Van Megen, 2013). Wanneer de HF-max te hoog of te laag wordt ingeschat kan dit nadelige gevolgen hebben: mensen met een slechte conditie worden te zwaar belast, terwijl sporters met een goede conditie al moeten stoppen voordat de capaciteit van het hart benaderd wordt, waardoor mogelijke afwijkingen niet worden waargenomen.
  • De inspanningstest zou betere resultaten opleveren wanneer de test aansluit bij de situatie waar de problemen zich voor doen. Wanneer de test langer zou duren (minstens een half uur) met een lager verzet, maar wel in een snel tempo, is de kans veel groter dat afwijkingen zichtbaar worden. Op die manier wordt een groter beroep gedaan op het hart en minder op de spieren.

Conclusie

  • De sterk verhoogde HF kan wijzen dat de bloedvoorziening van het hart tekort schiet na langdurige intensieve belasting. De vernauwingen in de kransslagaders hebben er blijkbaar toe geleid dat het prestatieniveau in een paar maanden steeds verder afnam en dat het hart op hol sloeg als aan de vraag van de spieren niet meer kon worden voldaan, wanneer de reserves opraakten bij langdurige intensieve belasting.
  • Zowel de teruggang in fysiek vermogen als het op hol slaan van het hart werden al waargenomen ongeveer 5 maanden voordat uit een PET-scan duidelijk werd dat een operatie noodzakelijk was. De bovengenoemde fenomenen werden blijkbaar niet gezien als voortekenen van een slecht functioneren van het hart en hadden zwaarder moeten wegen bij de diagnose. Hierbij heeft een rol gespeeld dat andere voortekenen (e.g. buiten adem geraken, pijn op de borst) niet optraden, terwijl ook de inspanningstesten geen afwijkingen vertoonden.
  • Daarbij is blijkbaar niet in aanmerking genomen dat vanwege de betere conditie van goed getrainde sporters, de kans groot is dat beginnende hartziekten niet worden opgemerkt, althans niet met inspanningstesten. Daardoor werden mijn klachten niet verontrustend gevonden, hetgeen heeft geleid tot riskante adviezen en een verhoogde kans op een hartinfarct
  • De vraag is natuurlijk of de afname van het fysieke vermogen en het op hol slaan van het hart beschouwd kunnen worden als voortekenen van het begin van hartziekten, met name een slechte doorbloeding van de kransslagaderen. Verder onderzoek zal moeten aantonen of daarmee hartziekten voorspeld kunnen worden. Nog steeds is mij niet duidelijk of dit gezien moet worden als een verhoogde kans op hartfalen, ook al ben ik geopereerd.

Heb je vragen of aanvullingen voor de auteur? Je kunt mailen naar: tony.gaillard@gmail.com

Lijst van gebeurtenissen voorafgaand aan operatie

2018

  • April – Marathon Rotterdam gelopen zonder problemen
  • September – Wisent-trail: 20 km, zwaar parcours (heuvels en duinen). Geen klachten.
  • November – Trekking door Nepal: 180 km gelopen en 15 km geklommen. Geen klachten
  • December – Tijdens halve marathon door Amelandse duinen slaat hartslag op hol (HF > 180). Heel moe, maar geen andere klachten en snel herstel.

2019

  • Januari – Moeite om groep bij te houden, waarmee ik al jaren de marathontraining doe.
  • Februari – Trainers maken zich bezorgd over mijn conditie en sturen mij naar het Sportmedisch Adviescentrum. Onderzoek op loopband en fietsergometer vertonen geen afwijkingen.
  • Eind februari – Asselronde in Apeldoorn gelopen; wel 16 in plaats van 21 km. Vermoeid aan het eind, maar geen klachten en snel hersteld.
  • Maart – Onderzoek in ziekenhuis: geen afwijkingen gevonden op fietsergometer. Tijdens de duurloop met Holter, slaat mijn hartslag op hol na anderhalf uur hardlopen. Ik krijg ik het volgende advies: Marathon kan wel, als je goed op je lichaam let. Nieuwe afspraak: begin september
  • Begin april – Halve Marathon R’dam gelopen; nauwelijks problemen, wel erg moe
  • Eind april – Steeds meer moeite tempo te houden. Kan nog maar 5 km lopen.
  • Begin mei –Gestopt met hardlopen vanwege lichte druk op de borst.
  • Eind mei – Heb nu ook lichte pijn op de borst, als ik een helling op moet fietsen. Het lukt niet om een afspraak te maken met de cardioloog, omdat ik al een afspraak heb in september. Omdat ik niet weet wat ik verder kan doen deel ik mijn bevindingen met een bevriende huisarts in ruste. Hij deelt zijn zorgen om mijn toestand en weet mijn huisarts te overtuigen dat er sprake is van een instabiele angina pectoris. Op zijn beurt schrijft mijn huisarts medicijnen voor en heeft contact met het ziekenhuis, hetgeen resulteert in een inspanningstest de volgende dag en een bezoek aan de cardioloog twee weken later.
  • Eind juni – Klachten zijn blijkbaar voldoende om een Pet/CT- scan te krijgen. De test laat vernauwingen zien in de kransslagaderen
  • Eind juli – Hartkatheterisatie laat zien dat tenminste 2 bypasses nodig zijn.
  • Begin september – Operatie met 4 bypasses verloopt zonder problemen
  • Oktober – Herstel gaat goed maar wel langzaam. Weer begonnen met hardlopen,
  • December – Mede door de Revalidatietraining van het ziekenhuis, loop ik zonder problemen 7 km binnen een uur.

1 Trainer van de marathongroep.
2 Gepensioneerd huisarts.
3 Van Dijk & Van Megen (2013). Het Geheim van Hardlopen.
4 Ondertussen wordt de inspanningstest op de fietsergometer niet langer aanbevolen door het Huisartsen Genootschap (HUISARTS EN WETENSCHAP, JANUARI 2020).

Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Gezondheid