Een held geanalyseerd: Yuki Kawauchi

Vroeger was Nijboer mijn held, nu heb ik een nieuwe: Yuki Kawauchi

Een held geanalyseerd: Yuki Kawauchi
Een paar maanden geleden kwam hij in het nieuws, vanwege zijn wereldrecord halve-marathon-in-pak-gelopen,  rond de 1.06. 

Vroeger was Nijboer mijn held, maar omdat ik me het liefst wil spiegelen aan nog actieve lopers, zocht ik een andere held… en vond! Ik vond Yuki Kawauchi. Waarschijnlijk onder de ProRun lezers een onbekende, daarom een hele korte introductie.

Kawauchi? Wie?
Hij is een Japanse marathonloper, en niet zomaar eentje. Zo loopt hij meer dan 10 marathons per jaar, die ook allemaal hard gaan. Inmiddels heeft hij ongeveer dertig keer onder de 2.13 gelopen (wat op zich een wereldrecord is) en heeft hij twee keer in twee weken tijd in de 2.08 gelopen. Dit alles is volgens de gangbare theorieën onmogelijk. Je kunt immers maar twee topmarathons per jaar lopen, en moet toch wel minstens zes weken rustig aan doen na een marathon.

Maar niet Kawauchi: hij loopt veel marathons (en langer), omdat hij dat leuk vindt en ook om aan de loopwereld te bewijzen dat het niet per sé nodig is om je aan de twee marathons per jaar te houden. Ook loopt hij ze meestal voluit, komt vaak volkomen kapot over de finish, om dan een week later miraculeus hersteld te zijn. De mens kan meer aan dan hij denkt! Zie voor meer informatie zijn lijst wedstrijden. 

Naast zijn vele marathons, is ook de trainingsaanpak opmerkelijk.

Gepolariseerd trainen
Desgevraagd meldt hij zijn trainingsaanpak. Waar hij vroeger, in zijn tienerjaren, dagelijks harde tempo’s moest doen (we spreken over Japan, het land der discipline), gebruikt hij nu een veel eenvoudiger en ook rustiger schema. Dit bestaat grofweg uit:
Maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag ca 100 minuten rustig (12-13 km/uur )
Woensdag “snelheid”, dit kan bijvoorbeeld 10×1000 zijn
Als zondag wedstrijd dan zaterdag iets gemakkelijks, als zondag geen wedstrijd dan zaterdag een lange inspanning zoals een lange snelle duurloop.

Hij loopt dus vijf dagen per week heel rustig, 12 kilometer per uur is voor hem, die een marathonsnelheid van 19 kilometer per uur heeft, bijna wandeltempo. Deze trainingsindeling komt dicht bij de “magische” 80-20 verdeling rustig trainen – snel trainen, zie ook dit artikel, waarbij  bovendien opvalt dat het rustige wel heel erg rustig is. Waarschijnlijk is deze rust voor hem nodig, om voldoende uitgerust te zijn voor de snelle trainingen. Ter vergelijking: bij een halve marathonloper die 1.45 loopt, betekent dit na enig rekenen dat dergelijke duurlopen rond 8 km/uur uit komen.

Naast deze polarisatie, zijn er nog de volgende interessante aspecten aan zijn training:

Simpele structuur: er wordt soms heel moeilijk gedaan over zones, precieze snelheden, herstelcurves, zodat er zelfs voor ons, pure liefhebbers en amateurs, heel ingewikkelde schema’s uit de bus komen. Veel ingewikkelder dan wat hij zelf doet.

Wedstrijdplanning: … in hoeverre is dat belangrijk? Hij loopt soms twee marathons per maand. Misschien niet aan te raden, maar het geeft wel te denken: hoe belangrijk is het nu eigenlijk om een bepaalde precies geplande wedstrijdreeks te hebben. Waarom niet gewoon wedstrijdjes lopen en kijken wat er gebeurt. Misschien eentje overslaan om een weekend later voluit te kunnen gaan, maar niet te diep over nadenken?

Lang lopen: hij traint, en dat is voor een top marathonloper bijzonder, één keer per dag, en geen twee keer. Daar zit een idee achter. In zijn geval is het een praktische noodzaak: door zijn werk (hij werkt ook nog eens fulltime, de held) heeft hij geen tijd om twee keer te trainen.  Maar ook qua trainingstheorie is het doen van één langere training verdedigbaar. Eén lange duurloop van 25 kilometer heeft andere effecten dan twee kortere trainingen. De vetverbranding wordt meer gestimuleerd, ook een langere training tot een “diepere prikkel”: je loopt langer door onder vermoeidheid.

Okee… moeten we dit nu ook doen?
Eigenlijk past deze vraag niet bij het verhaal van Yuki Kawauchi. Want: hij is juist iemand die níet doet wat anderen doen. Hij ontdekt wat HIJ nodig heeft of wat bij hem goed werkt qua training en wedstrijden, ook als doet niemand anders dat. Een betere vraag zou dus zijn: Okee: wat wil ik doen? 

Wat spreekt mij eigenlijk aan. Niet wat anderen vinden dat ik zou moeten doen, maar wat wil ik nu eigenlijk ZELF? 
Een poging tot antwoord op die vraag: iedereen is verschillend, mogelijk is er een aanpak die jou goed past maar die je nog niet “ontdekt” hebt. Pas je dus niet te snel aan aan wat “hoort”, maar probeer gewoon wat dingetjes ook al verklaart iedereen je voor gek… je merkt vanzelf of dingen niet werken of dat je op een goudmijn stuit.

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Training