Training

Marathon: Wanneer ben je er klaar voor? #2

Door
Dr Hans Keizer
15 augustus 2019
Marathon: Wanneer ben je er klaar voor? #2
Foto Rob Pauel

Uit het vorige artikel (deel 1) blijkt, dat het niet zozeer de spieren en het hart zijn, die de beperkende factor vormen bij de beginnende marathonloper, maar meer de pezen en banden. De aanpassing aan training duurt bij dit weefsel n.l. veel langer dan die van de spieren. Hoe zit dat?


Pezen bufferen energie


Zoals in deel 1 al werd beschreven, hebben we tijdens het lopen te maken met een plyometrische contractie. Bij de landing wordt eerst de energie, die dat kost  (het is immers een soort valbeweging) als het ware opgeslagen of gebufferd in de pees, die dan gerekt wordt. Hierdoor worden de kuit- en bovenbeen spieren een beetje ‘ontzien’. Daarna verkorten de pezen zich en pas daarna komen de spieren in actie. Uit mechanisch oogpunt, kun je de pezen en spieren beschouwen als veren, die in serie met elkaar liggen. De eerste veer, die uitgerekt wordt is de pees, daarna als de veer weer samentrekt wordt de veer van de spieren gerekt en vervolgens trekken die weer samen. Om dat gecoördineerd te laten verlopen zitten er zowel in de pezen, als de spieren sensoren (pees- en spierspoeltjes) die de lengte, rek en verkorting in de tijd ‘meten’. Vervolgens worden deze signalen doorgeven aan de hersenen en trekken de spieren samen, precies met de juiste spanning. We noemen dat geheel propriocepsis. Reflexmatig worden de hersenen dus op elk moment geïnformeerd over de lengte en spanning in pezen en spieren. Maar ook in gewrichtskapsels zitten soortgelijke sensoren. Deze informeren de hersenen over de stand van onze ledematen.


Hoe passen pezen zich aan?


Pezen zijn dus onderhevig aan enorme krachten, elke pas maar weer. Zeker als de ondergrond hard is, zoals dat het geval is bij elke loop op de weg, zal de klap van de landing in (te) korte tijd moeten worden opgevangen door de pees. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat peesletsels zéér veel voorkomen. Vervelend daarbij is, dat genezing hiervan lang duurt.
Net zoals bij spieren het geval is, wordt een pees na een juiste trainingsopbouw dikker en dus sterker.

Peesweefsel bestaat voornamelijk uit fibrillaire collageen moleculen, alhoewel ook andere eiwitten belangrijke componenten van peesweefsel zijn. Collageen wordt gemaakt in specifieke peescellen (de fibroblasten), die parallel aan de richting waarin de pees wordt belast liggen. In de achillespees dus vanaf het hielbeen naar boven. De fibroblasten maken ook nog contact, middels uitsteeksels, die actine bevatten, met de omgeving buiten de cel, de zogenaamde extracellulaire matrix. Als er dus aan de peesschede wordt getrokken, komen de fibroblasten in actie en gaan ze collageen produceren.

Acute inspanning blijkt de collageen synthese al na 6 uur te verhogen, terwijl die na 24 uur al verdubbeld is. Interessant is, dat er in dat geval geen verschil is in collageen synthese na verschillende soorten inspanning, b.v. na een 36 km loop, krachttraining (Kjaer, 2009). Er is ook geen verschil in collageen synthese na een eccentrische of een concentrische belasting. Maar de vraag is, in hoeverre deze verhoogde collageen synthese leidt tot een sterkere, dikkere pees. In eerste instantie is dit nog niet het geval.


Eerst afbraak, dan pas opbouw
Uit een experiment van Koskinen et al. (2004) blijkt, dat acute inspanning de afbraak van collageen verhoogt. Zij lieten hun proefpersonen 60 minuten op de tredmolen lopen met 12 km/u en een 3% hellingshoek. In de directe omgeving van de achillespees maten zij enzymen, die collageen afbreken. Het bleek, dat de activiteit van die enzymen, 3 dagen na de inspanning nog met 300% verhoogd was. Dat betekent, dus dat er, ondanks een tegelijkertijd verhoogde collageen synthese, nog geen sprake is van aanmaak van meer peesweefsel.


Het blijkt, dat groeifactoren {o.a. insulin-like growth factor 1 (IGF-1)}, die vrijgemaakt worden door groeihormoon hierin een belangrijke rol spelen. Bovendien blijken er belangrijke verschillen te zijn tussen mannen en vrouwen. Vrouwen hebben meer last van peesletsels dan mannen. Dit is terug te voeren op geslachtshormonen, die de productie van die groeifactoren remmen of stimuleren.

Meer over dit alles, de tijd als van aanpassing van peesweefsel en blessure preventie in het volgenden  deel wat morgen wordt gepubliceerd. 


Klik hier voor deel 1


Literatuur
Kjaer, M. et al.  Scand J Med & Sci Sports 19: 500-510, 2009
Koskinen, S.O.A. et al. J Appl Physiol 96: 861-864, 2004

  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
 Dr Hans
Dr Hans Keizer
 Dr Hans  Keizer

Dr Hans Keizer

Redacteur

Heeft de opleiding leraar lichamelijke opvoeding en geneeskunde gedaan en werkte 35 jaar als arts/fysioloog aan de universiteit Utrecht en Maastricht, waar hij in 1983 promoveerde. Hij was winnaar van de prijs voor Sportgeneeskunde, gasthoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Salzburg. Hij was een succesvol atletiektrainer, bondscoach/arts K.N.A.U. en bracht verschillende lopers naar de wereldtop. Hij heeft meer dan 120 wetenschappelijke publicaties op zijn naam.

Verplicht Verplicht
Verplicht
  • Joop Vermeer
    Mooi onderwerp!
    Reactie geplaatst op 07/08/16 om 19:51 uur

Loopkalender

22
september