1. Timing van de maaltijden vóór het lopen.2. Welk soort insuline er gespoten moet worden.3. Hoe het bloedglucoses op verschillende loopintensiteit en duur.4. Hoe reageren het bloedglucose bij hogere omgevingstemperaturen reageert.5. Hoeveel glucose tabletten er mee moeten tijdens het lopen.6. Hoe de bloedglucose waarden variëren na de loop. Immers, inspanning kan de insuline gevoeligheid van de spieren kan meer dan een dag verhogen.7. Hoe de insuline behoefte varieert met de training.
De loper met type 1 diabetes
In 2015 schreef Miriam van Reijen een vijftal uitstekende artikelen over diabetes en inspanning. Hierin beschreef ze de symptomatologie van diabetes en inspanning, het nut van bewegen en voeding en andere belangrijke zaken. In dit artikel gaan we nog wat dieper in op de bloedglucose regulatie bij diabetici t.g.v. inspanning en training. Nog even de verschillen tussen de twee belangrijkste vormen van diabetes. N.B. Er worden thans meer dan twee vormen van deze ziekte onderscheiden, maar om het niet nodeloos ingewikkeld te maken gaan we hier niet op in.
Diabetes type 1 en 2
Diabetes of suikerziekte kennen we grofweg in twee vormen: De insuline afhankelijke of type 1 en de insuline onafhankelijke of type 2 diabetes. Nederland telde in 2014 ruim 830000 mensen met diabetes, van wie 10% de type 1 vorm hebben (bron RIVM).
Het begin (de eerste maanden) van type 1 diabetes wordt o.a. gekenmerkt door vermoeidheid, spierpijn, erge dorst en veel plassen. Door onbekende oorzaak maakt het immuunsysteem antilichamen tegen de insuline producerende (beta)cellen van de alvleesklier (de pancreas). Uiteindelijk kan er geen of onvoldoende insuline worden gemaakt. In rust krijgt de patiënt dan een veel te hoge bloedglucosespiegel, daar de glucose immers niet als brandstof kan worden gebruikt. Dus wordt er over geschakeld op vet verbranding. Maar voor een volledige verbranding van vetten is ook insuline nodig. Door het ontbreken hiervan komen er nu zure eindproducten (ketonen) van de vetverbranding vrij. De zuurgraad van het bloed stijgt, de patiënt wordt misselijk en gaat braken. Als dit onbehandeld blijft is dat dodelijk.
Type 1 diabetes kun je al als heel klein kind al krijgen, je hebt dan gewoon domme pech. Bij type 1 diabetes moet je dus je hele leven insuline injecteren of via een pompje toegediend krijgen.
Bij de andere vorm is er sprake van ongevoeligheid van de cellen voor insuline. Er is zeker in het begin van de ziekte voldoende insuline aanwezig, maar de cellen reageren hier niet meer op. M.n. blijkt de insuline niet in staat de glucosetransporter no. 4 (GLUT4, zie Waarom te lage intensiteit niet werkt, deel 2) naar de celwand te dirigeren. Type 2 diabetes wordt in de loop der jaren ontwikkelt bij mensen, die te weinig lichaamsbeweging nemen en overgewicht ontwikkelen. Overgewicht en fysieke inactiviteit spelen hierin veruit de grootste rol. Er lijkt echter ook een genetische component te zijn. Er zijn zelfs mensen met een normaal lichaamsgewicht en een actieve leefstijl, die type 2 diabetes ontwikkelen.
Beide vormen van diabetes hebben veel baat bij regelmatige fysieke inspanning. Bij de type 1 diabeet kunnen hiermee de gevreesde afwijkingen van de microcirculatie van nieren, hart en ogen grotendeels voorkomen worden. Echter, de problematiek van het juiste dieet, medicatie en mate van inspanning is ingewikkeld bij deze vorm van de ziekte. In deze en de volgende aflevering gaan we hierop in.
Type 1 diabetes en inspanning
Een type 1 diabeet is het meest gebaat bij een heel regelmatig leven. Altijd hetzelfde eten en dezelfde hoeveelheid en intensiteit beweging zou theoretisch het beste zijn. Maar dat is niet met een normaal leven verenigbaar.
Bij type 1 diabetici is er sprake van een instabiele glucose huishouding. Fysieke inspanning is per definitie een verstorende factor, die de behandeling moeilijk maakt. Immers een belangrijk deel van de hormonale regulatie faalt.
Bij gezonde personen wordt bij inspanning n.l. direct de insuline productie geremd, terwijl er anderzijds voor gezorgd wordt dat andere hormonen zoals glucagon (ook afkomstig van de alvleesklier) en adrenaline worden vrijgemaakt. Glucagon zorgt voor afsplitsing van glucose uit leverglycogeen, dat afgegeven wordt aan het bloed. Adrenaline zorgt er o.a. voor dat het spierglycogeen kan worden afgebroken. Echter, dat alles gaat in nauwe ‘samenwerking’ met de insuline spiegel, zodat het hele systeem van de bloedglucose regulatie in evenwicht blijft.
Bij type 1 diabetici is dat regulatie systeem verstoord. De loper heeft een bepaalde hoeveelheid insuline geïnjecteerd en het duurt afhankelijk van het soort, 2 tot 24 uur voordat het uitgewerkt is. Maar, het belangrijkste metabole orgaan, de spieren, verhogen door hun contractie meteen de translocatie van GLUT4 naar de celmembraan. Als er veel insuline in het bloed is, wordt er nog meer glucose door de spier opgenomen. Ze slurpen a.h.w. de glucose op. Dit kan tot een ernstige hypoglycemie leiden, zeker bij hoge loopsnelheden.
Dit betekent dus, dat de loper met type 1 diabetes heel erg goed rekening moet houden met het volgende:
Dit alles is van grote invloed op het bloedsuiker. Maar, indien goed ingesteld, is het ook voor een type 1 diabetische loper mogelijk om op hoog niveau te sporten. In het afsluitende artikel over de loper met type 1 diabetes zullen deze zaken nog verder uitgewerkt worden.
Lees verder deel 4



