Waarom (te) lage intensiteit (niet) werkt, deel 4

De loper met type 1 diabetes, De laatste tips (slot)

De loper met type 1 diabetes, slot 

Eerdere delen in deze serie gemist? Deel – 23

Zoals één van de lezers opmerkte lijkt de titel van het vorige artikel misleidend en onjuist te zijn. Toch is dat niet zo, zoals nu zal blijken. Ik heb in deel 3 al aangegeven waar de loper met type 1 diabetes vooral op moet letten. Kort samengevat is dat:

1. In welke mate ben je goed ingesteld, d.w.z. hoe hoog is het bloedsuiker in rust en dan wel over de dag en nacht.
2. Tijdens het lopen: Hypo- of hyperglycemie?.
3. Na het lopen: Hypoglycemie in de uren erna?
4. Welk soort insuline er gespoten moet worden vóór en eventueel tijdens het lopen.
Om met het eerste punt te beginnen. Indien de nuchtere bloedsuikerwaarden rond de 5mmol/l schommelen, dan betekent dat dat de hoeveelheid insuline die gespoten is volledig in balans is met de bloedglucose regulatie. Maar, afhankelijk van de intensiteit en duur van de inspanning zal hypoglycemie kunnen optreden. Dit gebeurt al bij relatief lage intensiteit. De contraherende spieren gaan ogenblikkelijk meer glucose opnemen, ze faciliteren de actie van GLUT4. Dat betekent, dat de dosis insuline vóór inspanning verminderd moet worden en extra, snel opneembare koolhydraten moeten worden ingenomen (zie tabel 1). 

Vooral na de inspanning moet de loper bedacht zijn op een hypoglycemie. Immers, de insuline gevoeligheid van de spieren blijft na een lichte, korte (b.v. 20 min) loop, nog enige uren tot 1 dag verhoogd. Heeft de loper echter een flinke, intensieve training van b.v. 1-2 uur achter de rug, dan is de insuline gevoeligheid van de spieren zeker 48 uur of nog langer verhoogd. Berucht zijn de hypo’s tijdens de slaap. Dit alles betekent dus, dat ook na inspanning de bloedglucosewaarden relatief vaak moeten worden gemeten en de koolhydraatinname en insuline toediening daarop moet worden afgesteld. 
Als de nuchtere bloedglucosewaarden van de loper tussen de 5 en 14 mmol/l schommelen, dan is er tijdens inspanning een kans op ontregeling. Over het algemeen is een wat hogere intensiteit effectief, maar bij langere duur kan dat ook hier leiden tot hypo’s. 
Dit is afhankelijk van de hoeveelheid circulerende insuline en de relatieve intensiteit van de inspanning (table 1). 

Indien de nuchtere bloedglucose tussen de 14 en 25 mmol/l liggen, is er grote kans op hyperglycemie (te hoog bloedsuiker) en ketoacidose. De meeste diabetici vermijden dan te gaan sporten of ze doen het kalm aan. In dit geval moet n.l. eerst getracht worden de bloedglucose waarden te verlagen door toediening van iets meer insuline, zodat de nuchtere glucose waarde onder de 14 mol/l komt. Als er dan genoeg werkzaam insuline in het bloed aanwezig is, kan de inspanning zelf zorgen voor verlaging van het bloedglucose. Dit zal niet gemakkelijk gebeuren bij lage intensiteiten, maar wel bij hogere intensiteiten (zie tabel 1). 
Indien de nuchtere bloedglucosewaarden boven de 25 mmol/l uitkomen, moet afgezien worden van fysieke inspanning. Immers, bij dit soort waarden doet inspanning de glucosewaarden nog meer stijgen t.g.v. de verhoogde secretie van glucagon, dat leverglucose vrijmaakt uit glycogeen. Er is dan een grote kans op diabetische ketoacidose.  Als dat toch tijdens inspanning gebeurt, dan is een snel werkend insuline nodig.

Samenvattend
Een type 1 diabeet moet eerst 3-5 x gedurende 2 uur voor, tijdens en tot 4 uur na de training elke 30 min zijn bloedglucose meten. Het beste is, om met verschillende intensiteit en duur te trainen om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen. Daaruit komt dan al naar voren of een inspanning te intensief is of niet gezien het verloop van de bloedglucosewaarden. In samenwerking met de diabetoloog kan dan de insuline aangepast en de hoeveelheid koolhydraten die ingenomen moet worden besproken worden. Hierbij moet de loper er altijd van bewust zijn, dat net als bij gezonden, een hele lage intensiteit niet of nauwelijks de insulinegevoeligheid verhoogt. Daarentegen kan een te hoge intensiteit bij (relatief) teveel werkzaam insuline tot ongewenste en vervelende hypo’s leiden. Dan moet de insuline dosering verminderd worden. 
Als dit alles goed is uitgeplozen, dan kunnen zonder al te veel problemen ook marathons gelopen worden. Het grote voordeel van duurtraining bij type 1 diabeten is, dat de incidentie van de gevreesde aandoeningen van de kleine bloedvaten, die tot blindheid en nieraandoeningen kunnen leiden sterk wordt terug gedrongen. 

Lees ook de serie: Hardlopen en diabetes

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Training