Het klimmen der jaren

Illustratie: Gees Voorhees

Het klimmen der jaren

Vanuit een verblindend fel licht komt een lange roltrap naar beneden. Wit licht is het. Te wit om zon te zijn.

Vanuit een verblindend fel licht komt een lange roltrap naar beneden. Wit licht is het. Te wit om zon te zijn. Het enige geluid is de monotone zoem van de trap en het regelmatige getik van de raderen, als de karretjes van een achtbaan die naar het hoogtepunt worden getild. Iets minder nadrukkelijk, dat wel. En in dit geval, alleen naar beneden. De treden gaan van getrapt naar vlak en verdwijnen dan onder de dekplaat. Om die plaat heen en voor zover ik kan zien, liggen stenen tegels van het soort waarover je in winkelcentra en luchthavens loopt.

Ik loop om de roltrap heen om te zien of er aan de andere kant een trap naar boven gaat, maar daar is niets. Alleen tegels en donkerte. Ik loop verder, weg van het licht waaruit de roltrap komt. Niets. Als ik helemaal omsloten ben door donker durf ik niet verder te lopen. Ik loop terug in de richting van de zoemende trap. Waar ben ik? Wat moet ik doen? Roepen? Proberen de trap op te rennen? Rennen heeft me vaker uit de problemen gered.

Als ik op de dekplaat stap om de klim aan te vangen zie ik dat ik hardloopschoenen draag. Handig. Daar ga ik. Ik maak vaart naar boven. Het wordt me snel duidelijk dat dit soort trappen niet gemaakt is om op naar boven te rennen. De opstap van de ene naar de volgende trede is net te hoog. Ik zet aan, kom een paar meter omhoog. Blijven gaan nu, ik win nog een paar meter, maar het felle licht lijkt niet dichterbij te komen. Mijn benen worden zwaar, het zweet gutst over mijn rug. Om bij te komen schroef ik mijn pasritme naar beneden. Op wandeltempo lukt het om niet verder naar beneden te zakken. Als ik niets doe, ga ik naar beneden, als ik blijf lopen, heb ik een kans. Nog een keer proberen. Rennen, rennen, rennen.

Dan voel ik iets trillen om mijn pols. Het is mijn horloge, mijn wekker van dienst.

Dat betekent dat het 5:15 uur is. Om 6:00 uur wil ik de deur uit omdat ik met mezelf heb afgesproken om drie blokken van acht kilometer op marathontempo te lopen. Tussen de blokken door een kilometertje bijkomen. Als ik om 6:00 uur vertrek, ben ik over een uur of twee terug. Die gedachte geeft troost. Net als het vroege opstaan mijn hoofd minder de kans geeft angst te ontwikkelen. Deze training móet namelijk wel goed gaan, anders wordt het niks met die sub 3-marathon. Natuurlijk weet ik ook wel dat een succesvolle marathon niet staat of valt met één training, maar toch.

Marathontempo betekent 4 minuut 15 per kilometer, een snelheid die moet leiden naar een finishtijd onder de drie uur. Dat betekent minstens 1 minuut en 45 seconden sneller dan mijn snelste marathon tot nu toe. Die liep ik drie jaar geleden. Toen was ik 43. ‘Denk je niet dat je je kans op die marathon onder de drie uur gemist hebt? Je bent 46!’, merkte een kennis laatst op. Denk ik soms dat ik door te blijven trainen het verstrijken van de tijd kan tegenhouden? Is het lopen mijn botox? Zijn die intervaltrainingen en die tempo runs mijn haartransplantatie en ooglidcorrectie?

Natuurlijk weet ik wel dat ik niet eeuwig kan blijven verbeteren, dat de top van de berg dichtbij kan zijn en dat het daarna all downhill is. Na iedere haarspeldbocht kan ik ‘m ineens voor me zien liggen. Maar na welke bocht?

Een ding staat vast: als ik stop met klimmen, kom ik nergens.

Deze column van Klaas Boomsma verscheen in de 3e editie van Mystical Miles en is met toestemming geplaatst.

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

1 reactie

  • René

    Klaas bedankt voor de mooie en wijze woorden die heel herkenbaar zijn voor mij.
    Mijn oma zei vroeger altijd: “oud worden is niet erg maar oud zijn”. Dierbare woorden die ik altijd zal blijven onthouden. Ik denk er tegenwoordig vaak achter “of oud voelen”.
    Mijn eerste marathon liep in in 1999 in Rotterdam. Super blij was ik met uitlopen en mijn tijd van 3:57 (onder de magische grens van 4 uur). In 2011 liep ik mijn PR van 3:27:46 ook weer in Rotterdam op 47 jarige leeftijd. Altijd heb ik het gevoel gehad (of was het een droom) dat het sneller kon. In de loop van dit jaar ontstond het doel om nog één keer een alles of niks poging te wagen om mijn PR aan te vallen. 28 november zou de dag moeten gaan worden in Spijkenisse. Sinds begin september stond veel in het teken van die poging. Ik heb er veel en hard voor getraind en ook het nodige gelaten. Ik had af en toe een pijntje maar gelukkig geen hardnekkige blessures. Het ging goed en was daarom leuk om te doen! Dat alle grote stadmarathons doorgingen voelde ook goed. Maar toen de bekende of moet ik zeggen beruchte besmettingscijfers weer omhoog ging werd het spannend. Het zal toch niet…. Het was de afgelopen weken spannend, erg spannend zelfs! Gaat tie door of niet. Vrijdagavond kwam het verlossende woord! It geat on!
    Toen bleek dat de weerberichten steeds slechter werden; 2 graden bij de start en max 5 graden met regen. Wat doe je dan aan? Tot in de kleedkamer was het dubben. Het weer was bar en boos. Het viel met bakken uit de lucht. Wat is wijsheid? Omdat het met bakken uit de lucht viel ging ik niet warmlopen en ben ik 2 min voor de start koud in het startvak gaan staan. Verkleumd in het startvak sloeg de twijfel toe. Mijn plan volgen of toch maar wat rustiger aan en wachten op een nieuwe kans volgend jaar….
    Op het laatste moment besloot ik om er toch voor te gaan. Mede dankzij de goede organisatie, de persoonlijke begeleiding en de support onderweg ging het top. Ja het waren weer zware laatste kilometers maar ik kon het verlies beperkt houden en daar heb ik het gewonnen ten opzichte van mijn oude PR. 10 jaar na mijn PR heb ik een nieuw PR van 3:26:10 tijdens mijn 21e marathon en dat op 58 jarige leeftijd! Wat was en ben ik blij en tevreden: het is gelukt! Weer een stukje geklommen.
    Als je stopt met klimmen kom je nergens! Wijze woorden Klaas!
    Succes met je trainingen op weg naar je sub 3. Het komt goed!

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Columns & meer