Waarom de Rotterdammer zo van de marathon houdt

Waarom de Rotterdammer zo van de marathon houdt

Nooit eerder at de Schot John Graham zo’n duur full English breakfast als op de ochtend van 23 mei 1981. Na die datum vermoedelijk ook niet meer. Graham won op die dag in de stromende regen de allereerste Marathon Rotterdam in een tijd van 2:09:28, een slordige 40 seconden langzamer dan het toenmalige wereldrecord. Had Graham die ochtend in Rotterdam wit brood met jam gegeten in plaats van eieren, bacon, worst en bonen en was hij niet geplaagd door krampen, wie weet? Deze anekdote over het ontbijt van de eerste winnaar van de Marathon Rotterdam staat, tussen nog heel veel andere mooie marathonverhalen, in het boek De mooiste marathon. Hardloper, podcaster, (voormalig) sportverslaggever en Rotterdammer Pim Bijl schreef dit naar aanleiding van het 45-jarig jubileum van ‘zijn’ marathon.

Pim kreeg de marathon met de paplepel ingegoten. Vader Fred liep ‘m inmiddels 36 keer en zo lang als hij zich kan herinneren is hij erbij op de grote dag in het voorjaar. In Pims eerste marathonherinnering ziet hij zichzelf nog zitten met een grote ballon in zijn handen voor platenzaak Plato op de Meent, zijn moeder naast zich en zijn vader voorzien van een roze koek midden op straat in z’n blote kont om zich in een droog kloffie te hijsen. Ook Pims moeder heeft de marathon gelopen en zelf doet hij met 8 deelnames, waarvan de snelste in 2:23 ging, ook lekker mee. We kunnen gerust stellen dat die marathon in zijn woonplaats hem in het bloed zit.

Niet de oudste of de grootste, wel de mooiste

Die innige band met de marathon deelt hij met veel van zijn plaatsgenoten. Enschede mag dan de oudste Nederlandse marathon zijn en Amsterdam de grootste, nergens staan zoveel mensen langs de kant als in Rotterdam en nergens is de sfeer zo uitbundig als in die stad aan de Maas op die ene zondag in april. Wat is dat toch, dat de Rotterdammer de marathon zó omarmd heeft? ‘Ga het boek lezen!’, adviseert Pim. Goed, gaan we doen. Want natuurlijk ging hij in het boek ook op zoek naar die vraag. ‘Niet alles in Rotterdam kan worden verklaard aan de hand van het bombardement’, benadrukt Bijl, maar toch ontkom je er in dit geval  niet aan. ‘Die stad moest vanaf 1950 opnieuw tot leven worden gebracht en dat heeft eigenlijk heel lang geduurd. Er is natuurlijk in rap tempo gebouwd, maar daarmee heb je nog geen nieuwe ziel, geen vrolijkheid, geen dingen om trots op te zijn.’ Dat veranderde al iets met de successen van Feyenoord in de jaren 70. Eind jaren zeventig werden de havendagen voor het eerst georganiseerd en er worden evenementen georganiseerd die de binnenstad moeten laten bruisen. In die opkomende energie wordt in 1981 de eerste Marathon Rotterdam georganiseerd.

De snelste

Grote namen uit het marathonlopen van de vroege jaren 80 zoals Rob de Castella en Alberto Salazar kwamen naar Rotterdam en lieten zien dat er daar hard gelopen kon worden. Dat zette Rotterdam internationaal op de kaart en toen in 1985 de Portugees Carlos Lopes een wereldrecord (2:07:12) liep, was de naam van Rotterdam als vlakke, snelle marathon helemaal gevestigd. Het wereldrecord (2:06:50) dat de Ethiopiër Belayneh Densamo in 1988 neerzette, bleef vervolgens 10 jaar in stand en zo was Rotterdam de tweede helft van de jaren tachtig en het grootste deel van de negentiger jaren de snelste marathonstad van de wereld, waarmee de marathon natuurlijk ook voor amateurs heel aantrekkelijk was, zeker in een tijd dat het nog veel meer om snelle tijden dan om loopbeleving ging.

Dus er was het verlangen in Rotterdam naar zaken om trots op te zijn. Er was vanaf het begin sportief succes en een snelle ontwikkeling naar een marathon van wereldklasse. Dan is er volgens de Nederlandse looplegende Gerard Nijboer nóg een goede verklaring voor de liefde van de Rotterdammer voor de marathon. ‘Nijboer liep nooit echt goed in Rotterdam, maar hij was wel onder de indruk van de sfeer’, verklaart Pim. ‘Hij zei: “De Rotterdammer waardeert noeste arbeid”. Het is toch van oudsher de stad van de arbeiders. Mouwen opstropen, gaan, niet zeuren, scheldend naar de finish. Dat appelleert aan het marathongevoel, aan die normale sterveling die die dag iets bijzonders gaat doen en ook bij tegenslag doorzet. Daar zit iets.’

Strijden tot de Coolsingel

‘De mooiste marathon gaat over iedereen van wie het hart op die zondag in april klopt voor de marathon’, laat de uitgever in het persbericht weten. ‘Dus behalve de toppers is er in dit boek ruimte voor de vele, vele recreanten die de marathon van Rotterdam beslechten. Ook hun niet eerder vertelde verhalen staan in dit boek. Verhalen over euforie en pijn, over verdriet en hoop, over familiebanden en vriendschappen – over alles eigenlijk wat in een marathon samen komt.’

Ook de laatste editie is meegenomen in het boek, vandaar dat het een paar weken na de marathon van 12 april 2026 verschijnt. Aan die laatste marathon heeft de schrijver van het boek minder goede herinneringen. Hij draaide een dijk van een voorbereiding, maar op de dag zelf was de vorm er niet. Pim is wel blijven strijden tot de Coolsingel en dat maakt ook zo’n tegenvallende marathon ergens weer een mooi Rotterdams verhaal. Hopelijk volgen er nog vele.

Het boek kun je hier bestellen: https://webwinkel.ad.nl/product/de-mooiste-marathon-die-er-is

Reageer op dit artikel

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Inspiratie