Dit blog verscheen deze week op Sportrusten.nl en is met toestemming overgenomen.
Het is weer zover: de marathons van Rotterdam en Enschede komen eraan. Tijd voor een geruststellend blog voor de 14-kilometer-lopers. Ken jij iemand die trainde met het 14-kilometerschema van Sportrusten en een tikkie zenuwpezig is? Stuur dit blog even door. 😉
Hebben 14-km-lopers een groter verval dan ‘gewone’ marathonlopers?
Maarten Fornerod is dataonderzoeker.
En hij loopt marathons.
Na de Marathon van Rotterdam (een tijd terug, in 2016 alweer) is hij nogal nieuwsgierig naar de lopers die niet meer dan 14 kilometer trainden.
Normaal trainen mensen in aanloop naar de marathon ook lange duurlopen, tot wel meer dan 30 kilometer.
Trainster Stans van der Poel heeft echter een schema waarmee je niet meer traint dan 14 kilometer.
Fornerod vergeleek 100 lopers die trainden met het schema van Van der Poel (14km-lopers) met 12.711 andere finishers van deze marathon.
De onderzoeksvraag van Fornerod:
Wat gebeurt er ná 14 kilometer met de 14km-lopers vergeleken met ‘gewone’ lopers?
Ja, dat wil ik zelf natuurlijk ook graag weten.
Ik verwacht dat 14km-lopers een groter verval hebben dan ‘gewone’ lopers. Maar ik denk dat het verschil niet zo groot is.
Stans van der Poel verwacht dat 14km-lopers een minder groot verval hebben, omdat ze beter voorbereid (trainen op marathonhartslag) en beter uitgerust zijn.
Fornerod verwacht helemaal niets, hij kijkt alleen naar de cijfers.
En de cijfers geven Van der Poel gelijk.
Verval tijdens marathon

De rode lijn is het gemiddelde verval van de 14km-lopers vergeleken met de ‘gewone’ lopers van gelijke snelheid tot het 15 km punt. Het is opvallend: mensen die minder kilometers trainden hebben een minder verval en lopen gemiddeld wat sneller.
Daarbij tekent Fornerod het volgende aan:
14km-lopers zijn geen dwarsdoorsnede van de Rotterdam marathonloper.
- Vrouwen oververtegenwoordigd: 37% van de 14km-lopers; 22% van alle lopers.
- Mannen jonger dan 35 jaar sterk ondervertegenwoordigd: 4% van de 14km-lopers; 22% van alle lopers.
De vraag is nu natuurlijk waarom 14km-lopers gemiddeld sneller zijn en een minder verval hebben dan andere, vergelijkbare finishers. Zijn ‘gewone’ lopers moe als ze aan start staan, of zitten er veel lopers tussen die zich überhaupt niet goed hebben voorbereid.
Dat laten de cijfers natuurlijk niet zien.
Wat de cijfers wel laten zien, is dat het verval bij ervaren marathonlopers gek genoeg niet veel beter is.
Fornerod vergeleek de 14km-lopers ook met ervaren lopers: de ‘super masters’ die al meer dan 9 keer een Rotterdam marathon liepen. De gele lijn hieronder laat zien dat die in opbouw niet veel beter zijn dan de gemiddelde lopers:

Gekozen methode
Hoe is Fornerod tot deze uitslagen gekomen?
Hij vergelijkt 14km en niet-14km-lopers met eenzelfde doorkomsttijd op 15 km.
- Selecteer random 100 sets van 3000 (alle of mannen) of 400 (vrouwen) niet-14km-lopers met eenzelfde doorkomstverdeling op meetpunt 15 km als de 14km-lopers groep.
- Analyseer en visualiseer de gemiddelde snelheden, finishtijden en verval en de significantie van verschillen tussen 14km-lopers en de gemiddelden van de controle sets.
Resultaten
- Vergeleken met andere lopers met eenzelfde 15K doorkomsttijd hebben 14km-lopers significant minder verval in de tweede helft van de marathon
- Dit geldt voor alle lopers, maar ook voor mannen en vrouwen afzonderlijk
- De finishtijden van de 14km-lopers zijn dan ook significant sneller dan andere lopers met eenzelfde 15K doorkomsttijd
- 14km-lopers hebben ook minder verval dan de #MR “Super Masters”
- Ervaren marathonlopers met meer dan 9 MR’s achter hun naam
Uitvallers
Fornerod heeft gewerkt met 100 Finishers in de 14km-groep. Er was echter een groep van 103 lopers in de 14km-groep die meedeed.. 3% van de lopers heeft het niet gehaald. Dat is een stuk minder dan de 8,1% uitvallers* van de 13.943 lopers die gestart zijn in Rotterdam.
De uitslagen van deze onderzoeken moedigen aan om méér onderzoek te doen en dan bijvoorbeeld 100 14km-lopers te vergelijken met 100 lopers die een reguleer schema doen. In elk geval kan geconcludeerd worden dat 14km-lopers niet bang hoeven te zijn voor de marathon na km 14. Althans, niet banger dan gewone marathonlopers.
Wordt vervolgd.
Bijschriften bij de afbeeldingen:
Afbeelding 1
Gemiddelde hardloopsnelheden, finishtijden en verval tijdens de 2016 Marathon Rotterdam van lopers die met het 14km-schema hebben getraind (n = 100) vergeleken met die van andere lopers met eenzelfde doorkomsttijd op 15K (n = 3000).
De data van de referentiegroep zijn gemiddelden van 100 random samples van 3000 uit de data met eenzelfde 20-kwantiel doorkomstverdeling als de 14km-lopers op het 15K punt. Snelheden zijn berekend aan de hand van acht netto 5K doorkomsttijden en de netto finishtijd. Gemiddelde snelheden van deze groepen per meetpunt zijn gemiddeld.
Verschillen tussen de 14km-groep en elk van de 100 referentiegroepen zijn geëvalueerd met eenzijdige Welch 2-sampe T tests en p waardes zijn gemiddeld. Gemiddelde p waardes vanaf het 25K punt waren 0.088, 0.053, 0.0021, 0.0015 en 0.0012.
Verschillen in finishtijd zijn op eenzelfde manier geëvalueerd (gemiddelde p = 0.032). Verval na 25K is berekend als het verschil tussen de gemiddelde snelheid tot het 15K meetpunt en die tussen het 25K meetpunt en de finish. Het verschil in verval tussen de twee groepen is 1 minus de ratio van de gemiddelden van de 14km-lopers en het gemiddelde van de gemiddelden van de 100 gematchte vergelijkingsgroepen.
Het gemiddelde verval van de groepen gematchte lopers was -1.24 km/h en van de 14km-lopers -0.87 km/h (30% minder). Verschillen tussen uiteindelijke gemiddelden van verschillende controleruns waren miniem. Gemiddelden waren steeds rekenkundige gemiddelden.
Afbeelding 2
Gemiddelde hardloopsnelheden, finishtijden en verval van mannen als in afbeelding 1, en vergeleken met Marathon Rotterdam “Super Marathon Masters”, lopers met minimaal 9 Marathon Rotterdams achter hun naam. Deze groep is geïdentificeerd aan de hand van hun startnummers die lopen van 500-1000 (n = 261).
* Het percentage uitvallers hebben we van Iwan Oprins, brein achter uitslagen.nl




Alex Nieuwenhuijzen
Vind de vergelijking mank gaan, in artikel het artikel word vergeleken met super-masters. Dit zijn meestal veteranen lopers op leeftijd, tegen misschien jongeren mensen met 14 km schema. De lange duurlopen zijn wel belangrijk, met aantekeningen. Dat hij niet langer dan2,5 uur duurt in de piekweek voor elk niveau. Wat ik wel goed vind aan 14 km schema is oefenen op marathon pace (wattage,hartslag , of tempo ). Om echt te vergelijken heb je de zelfde mensen nodig met dezelfde niveau.
Koen de Jong
Ha Alex, de eerste grafiek gaat om 3000 matched lopers. Dat zijn geen masters, maar tijden die gematched zijn aan de 14-kilometerlopers. We konden Maarten 100 namen geven van 14-kilometerlopers, en die heeft hij kunnen middelen en matchen. De tweede grafiek heeft hij de masters erbij gepakt, om te filteren op mensen die impulsief een marathon lopen. Het mooiste is natuurlijk om 100 lopers te vinden die trainen voor een marathon en dan 16 weken voor de start random in te delen voor een schema. Dat lukte ons niet. Lopers wilden niet afhankelijk zijn van loting voor hun schema.