SportRusten 14k – Traditie: één-nul
Een nadere beschouwing op het onderzoek naar de resultaten van de 14 km lopers in Rotterdam
Ja dat hadden we vast niet verwacht! Het is 1-0 voor het 14kilometer – marathonschema. Uit het sportrusten onderzoekje, ook te lezen op ProRun, blijkt, onomstotelijk, dat de 14-kilometer lopers in elk geval niet stuk voor stuk instorten en kruipend over de finish moeten. Sterker, het lijkt erop dat ze het er beter vanaf brengen dan de traditioneel-getrainden.
Een andere reden voor de één-nul: als tegenwicht tegen de niet altijd onderbouwde reacties op het artikel uit het traditionele ‘kamp’, zoals: broddelwerk, knoeiboel, op het m.i. goed in elkaar zittende onderzoekje, of met argumenten als ‘dit kan gewoon niet werken’, ‘als je hardlopen niet leuk vindt waarom dan toch een marathon’, of ronduit te beledigingen.
Ik wil in onderstaande dan ook niet proberen de stand op één-één te brengen, maar wil gewoon wat argumenten voor en tegen, en enkele ideeën, presenteren, om zo de objectieve discussie te stimuleren.
De vergelijking tussen de 14k- en traditionele groep
De groepen zijn gematcht op gelijke 15-kilometer doorkomsttijd. Uit het verdere verloop van de marathon blijkt dat de 14k-lopers het beter doen. Wat kunnen de redenen hiervoor zijn? De belangrijkste mogelijke redenen:
1. De 14k-groep is fitter door achterwege laten van duurlopen (zoals door SportRusten betoogd wordt) en kan daardoor de marathon beter aan.
2. De 14k-groep start door gebrek aan training beduidend behoudender (meer op een ‘duurlooptempo’ dan op wedstrijdtempo). De 14k-groep die in een gelijke tijd op de 15 kilometer doorkomt is dus op dat punt uitgeruster doordat hun niveau relatief hoger is, en zal minder verval hebben. Deze reden is plausibel, ook gezien de door SportRusten gebruikte omrekentabel die vrij bescheiden marathontijden als doelstelling geeft.
3. De 14k-groep heeft bewust voor deze aanpak gekozen en heeft 100 dagen goed geconcentreerd getraind. Ze willen ook, neem ik aan, echt laten zien dat ze een ‘strakke marathon’ kunnen neerzetten. Dit motivatie-aspect speelt denk ik mee.
4. Het was erg goed weer in Rotterdam. Mogelijk dat bij ongunstiger (warme) omstandigheden de traditioneel-getrainden iets meer in het voordeel zouden zijn geweest.
Het zou dan ook interessant zijn het onderzoekje wat uit te breiden en te kijken wat het prestatiebeeld op bijvoorbeeld 5,10,15 kilometerwedstrijden is van beide groepen. Via een vragenlijst zou dat te achterhalen moeten zijn. Mijn verwachting is dat de resultaten daarvan bovengenoemde reden nr 2 ondersteunen.
Beenkracht , spierkracht, aerobe kracht
Een belangrijk deel van de ca 4.10 lopers, traint afstanden van 30-60 km/week, dit geldt zowel voor de 14k-lopers (met vier trainingen per week tot 14k) als de traditionele groep (met soms 30k-duurlopen waar dan de rest van de week vrij weinig wordt gedaan). Je zou zeggen: train dan meer, maar weet, dat er grote verschillen in belastbaarheid zijn. Mijn waarneming is dat sommige lopers heel erg veel aankunnen (120 km/week voelt ‘prettig’), anderen komen gegarandeerd in de (blessure- en vermoeidheids-) problemen als ze meer dan 60 km/week lopen.
Het probleem van een dergelijke trainingsomvang is, dat het lastig is om hiermee zowel het lange-duurvermogen als vermogen om marathonsnelheid lang vol te houden (laat ik het ‘aerobe kracht’ noemen) te trainen. Als je je focust op de hele lange duurloop heb je geen energie voor ook nog veel lange tempo’s. En, als je je focust op lange tempo’s ben je te moe voor ook nog een duurloop. Ik denk dat als je je focust op één van de twee (lange duur of aerobe kracht), dat dan in elk geval één van de pijlers goed ontwikkeld is en je daarop de marathon kan uitlopen. Voor sommige lopers pakt, gezien de positieve verhalen, de aerobe-kracht pijler beter uit dan de lange-duur pijler. Het 14k-schema heeft alleen al om deze reden bestaansrecht.
De snellere lopers: traditionele aanpak?
Doorredenerend: lopers die rond de 3.00-3.30 kunnen lopen, zijn vaak sterk genoeg om meer te kunnen trainen (minder blessuregevoelig, verder ontwikkeld qua training, organisch sterk, goed herstelvermogen), en kunnen daarom ook zonder problemen zowel langere duurtraining als lange/intensieve tempotrainingen doen. Omdat ze deze combinatie aankunnen, komen ze in mijn opinie ALTIJD verder dan met de beperkte aanpak van uitsluitend tempo of uitsluitend duur.
Om het wat concreter te maken: voor Koen de Jong (auteur van het boek “de Marathonrevolutie”, redactie), is uitgaande van een 10-kilometertijd in de 38 minuten, met een traditioneel schema een tijd net onder de drie uur mogelijk. Ik wil hier uiteraard graag het schema voor leveren, maar iets zegt me, en hij heeft het zelf ook al genoemd, dat hij geen trek heeft in deze uitdaging (of anders hoor ik het wel:-)).
Ik ben geïnteresseerd in….
Ik zou zeer geïnteresseerd zijn dezelfde statistische vergelijking, maar dan uitgesplitst per niveaugroep: bijvoorbeeld het evalueren van groepen 14k-lopers in verschillende doorkomsttijd categorieen op de 15k. Een groep die doorkomt sub 1.00 / 1.05 / 1.10 / 1.15 / 1.20 etc etc. Binnen die groepen traditioneel vergelijken met 14k-schema. Mijn voorspelling, ook op basis van bovenstaande argumenten (m.b.t. kilometeraantallen/trainingsomvang) is dat onder de ca 3.45 de balans omslaat naar ‘traditioneel’. Maar misschien heb ik het mis…. In elk geval geeft dergelijk onderzoek meer inzicht in de materie, en hoeven we niet meer over en weer maar wat te roepen.
Een nog uitgebreider onderzoek zou uiteraard zijn een grote groep te nemen, deze random te verdelen naar 14k en traditioneel, ze een schema onder begeleiding te laten volgen, en kijken wat er gebeurt. Alles in kaart brengen. Graag ook in dit onderzoek na afloop van de marathon bloedmetingen om bijvoorbeeld eventuele hartschade te meten
Zie ook mijn eerder gepubliceerde artikel: Het 14km schema: ‘een kritische beschouwing’



