De Amerikaanse Rachel Entrekin won deze week de Cocodona 250, een ultramarathon van dik 400 kilometer door Arizona. Ze deed daar 56 uur, 9 minuten en 48 seconden over, wat ook nog eens een parcoursrecord opleverde. Killian Korth finishte als tweede overall en als eerste man in 57:28:36 waarmee híj́ nu het parcoursrecord voor mannen in handen heeft. In de top 10 van de Cocodona 250 eindigden vrouwen op nummers 1, 6 en 8. De uitslag van deze ultratrailmarathon is nieuwe brandstof voor een een theorie die af en toe de kop opsteekt in de hardloopwereld – en waar ik zelf ook best in geloofde – namelijk dat hoe langer de afstand is, hoe kleiner het verschil tussen mannen en vrouwen. Maar is dat wel zo?
Langere afstand, minder verschil tussen seksen?
Het idee dat onder deze theorie ligt, is dat bij de echt lange ultramarathons de fysiologische voordelen van vrouwen eindelijk opwegen tegen het grotere motorvermogen van mannen. Het is een aantrekkelijk idee.
Op het eerste gezicht lijkt er bewijs voor. Vrouwen blijken beter in het doseren van hun tempo, een cruciaal voordeel bij extreme afstanden waar het ‘te snel beginnen’ funest kan zijn. Ze hebben gemiddeld meer langzame spiervezels, grotere vetreserves en een efficiëntere vetverbranding. En dan zijn er de verhalen: Courtney Dauwalter en Jasmin Paris, die niet alleen de vrouwencategorie wonnen, maar de gehele deelnemersvelden versloegen, mannen en vrouwen samen. Daar kwam deze week Rachel Entrekin dus nog eens bij.
Magness: kloof is juist groter
Sportfysioloog Steve Magness gooit roet in het eten. In een uitgebreide analyse op zijn Substack, gepubliceerd in december 2025, ontleedt en vergelijkt hij de wereldrecords op alle gangbare ultra-afstanden. Zijn conclusie is helder en ontnuchterend: de prestatiekloof tussen mannen en vrouwen wordt bij langere afstanden niet kleiner. Bij de meeste afstanden is hij juist groter dan bij de baanonderdelen, waar het verschil gemiddeld zo’n tien procent bedraagt. Sinds de publicatie van het stuk van Magness zijn overigens het wereldrecord bij de vrouwen op de 100 mijl en dat over 24 uur beide aangescherpt, maar de marge van meer dan 10 procent verschil met de records bij de mannen verandert daarmee niet.
De fysiologische voordelen van vrouwen zijn reëel, benadrukt Magness, maar ze worden geneutraliseerd door een hardnekkig plafond. Betere vetverbranding is waardevol, maar minder dan gedacht: ultramarathons worden niet gelopen op een lege maag. Deelnemers tanken voortdurend bij met gels, repen en drank. En bovenal: het tien tot vijftien procent hogere VO2max van mannen, gecombineerd met een hogere hemoglobineconcentratie, zorgt voor een zuurstofvoordeel dat kleine efficiëntieverschillen simpelweg niet kunnen overbruggen. Het is, in zijn eigen woorden, als een zuinigere motor in een auto met een veel kleinere cilinderinhoud.
Waar komt de mythe vandaan?
Waar komt het hardnekkige geloof dan vandaan? Magness wijst op twee factoren. Ten eerste de geschiedenis: vrouwen mochten decennialang niet deelnemen aan lange afstandsevenementen. De olympische marathon voor vrouwen bestond pas vanaf 1984. Toen de deuren opengingen, verbeterden de prestaties snel — wat ten onrechte werd geïnterpreteerd als bewijs dat vrouwen ‘beter worden’ naarmate de afstand toeneemt.
Ten tweede is er de participatie: aan ultra’s doen relatief gezien meer ‘goede’ vrouwen mee dan ‘goede’ mannen. Dat wil zeggen dat er niet alleen in absolute aantallen veel meer mannen aan de start staan, maar ook meer langzame mannen. Dat heeft te maken met een andere eigenschap van vrouwen: die zullen minder snel ondervoorbereid aan een wedstrijd van 100 mijl beginnen, zegt Magness. Daar komt nog eens bij dat het nog steeds zo is dat vrouwen minder de tijd en ruimte krijgen om de enorme trainingsomvang te draaien die voor deze sport nodig is.
Dat betekent niet dat de prestaties van vrouwen als Entrekin, Dauwalter en Paris minder indrukwekkend zijn. Integendeel. Maar ze zijn een bewijs van uitzonderlijk talent en ijzeren mentaliteit — niet van een fundamenteel kleiner biologisch verschil bij extreme afstanden. Het verschil blijft. De wetenschap is op dit punt duidelijk. En toch blijft het verhaal circuleren, in artikelen van de BBC tot academische boeken. Want het is nu eenmaal een mooi verhaal.




Eline
Interessant stuk, mooi geschreven. Ik dacht inderdaad dat vrouwen beter waren in ultramarathons. Maar logische redenen ook daardoor dit toch niet het geval is.
H.
Waar je wel aan raakt, maar niet benoemt, is de populatie: er zijn meer mannen in de gelegenheid om te trainen voor zulke doelen, en misschien ook meer mannen aangetrokken tot zulke ‘monomane’ activiteiten.
Joos van Haaren
Volgens de Duitse looparts en trainer ( vader van de rustige duurloop. Hartslag 130-140.) is de vrouw in het voordeel op de ultra. Door vetverbranding en mentaliteit. Waar de waarheid ligt weet ik natuurlijk ook niet. Maar het zou misschien duidelijk worden als de beste marathonlopers en loopsters voor de ultra zouden kiezen en hiervoor zouden willen trainen en wedstrijden lopen. De top ultralopers en loopsters zijn niet de beste marathonlopers en loopsters. Al kunnen de beste ook een redelijk goede marathon lopen.
Jan
Ach, wanneer we kijken naar hoe de tijden van mannen zijn veranderd op de marathon zie ik wel ruimte voor de vrouwen. Hun nadeel, minder arrogantie dan de mannen.
Gert
Er is ook nog een ander mentaal aspect: als je voor een podium of overwinning loopt, kan je jezelf nog net iets meer pushen. In extreem lange wedstrijden is de kans veel groter dat een vrouw tov de mannen in die situatie komt. En laat nu net dat mentale pushen een super belagrijk element zijn in extreem lange wedstrijden.