Een looptocht met overnachting: heb jij het wel eens gedaan?

Een looptocht met overnachting: heb jij het wel eens gedaan?

In het boek 12 ongewone beproevingen voor hardlopers, staat een mooie uitdaging voor de zomermaanden: een looptocht.

Een looptocht is een reis van a naar b en van b naar c. Je vertrekt in de ochtend op je loopschoenen en rent naar de plek waar je overnacht. De volgende ochtend vertrek je weer te voet en loop je naar een nieuwe plek om te eten en te overnachten. Bij een looptocht loop je (minimaal) drie dagen achtereen en je overnacht twee keer op een vreemde plek.

Waarom zou je doen?

Het cliché dat de reis belangrijker is dan de bestemming, is het vertrekpunt van de tocht. Lopen is niet zomaar een beweging om van de ene plaats naar de andere te geraken, schrijft Ineke Albers in haar boek De god van het lopen. Lopen lijkt voor de mens intrinsieke kwaliteiten te bezitten die veel dieper gaan dan de mogelijkheid zich te verplaatsen. Lopen werkt als een geneesmiddel, als een drug, als meditatie, als verwerkelijking van het ‘goede leven’, als antidepressivum, als verhalenmachine en als een retraite. Of ze zichzelf nu beschouwen als een pelgrim op weg met een spirituele queeste, als een langeafstandswandelaar die onderweg tot filosofische bespiegelingen komt, of als een hardloper die werkt aan zijn fysieke en psychische gezondheid, allen bezingen ze de spirituele effecten van het lopen in religieuze metaforen en in teksten die af en toe die van de psalmdichters naar de kroon steken.

Pelgrimstochten zijn er al duizenden jaren. De traditie van Santiago de Compostella als bedevaartsoord stamt uit de 9e eeuw. Ook Nederland kent pelgrimstochten. Het Gelukkigerwijspad is een hedendaagse pelgrimstocht van 125 kilometer van Amersfoort via Doorn naar Rhenen en dan via Wijk bij Duurstede en Utrecht weer naar Amersfoort.

Is er een overeenkomst tussen hardlopen en pelgrimeren? Als pelgrimeren een manier is om in stilte, in de natuur, een loopbeweging als mantra te herhalen om uit de waan van de dag en in jezelf te komen, staat pelgrimeren ver af van een startvak met tienduizend lopers, harde muziek en een Stryd op je schoen voor een nieuw persoonlijk record. Maar als hardloper kun je ook uit je hoofd (en je vermogensmeter) en in de beweging op zoek naar stilte. In plaats van een mantra in je hoofd te herhalen, is de herhaling van de loopbeweging zélf de mantra. Samen met Klaas liep ik eens 298 kilometer in zes dagen. Het idee ontstond aan de keukentafel na een run – dip – run op zondagmorgen.

‘Het lijkt me mooi om eens een paar dagen te rennen. Gewoon de deur dichttrekken en lopen,’ zei ik en ik nam een slok koffie.

‘Ja, dat lijkt mij ook wel wat,’ antwoordde Klaas.

Daarna praatten we verder over nachtvorst, Yasso’s, de Two Rivers Marathon en het meest gelopen segment in het Vondelpark.

Die avond kreeg ik een bericht van Klaas: is dit wat? Klaas stuurde een route van 400 kilometer: start bij mijn huis en finish bij zijn huis (640 meter bij mekaar vandaan). Met 50 kilometer per dag, zouden we na acht dagen terug zijn. Met routeapp Komoot zochten we de mooie paadjes op en toen de route in Komoot stond, werd het serieus.

Dit gaan we echt doen.

Bram van der Slik hoorde van het plan en stelde een camper beschikbaar, Janneke Poort wilde de camper wel rijden en mee op avontuur.

Op 21 mei 2021 om 8:35 vertrekken we voor een tocht die geen 400 kilometer in acht dagen blijkt te worden. Na 400 meter op dag 7, zegt Klaas: ‘Koen ik kan niet eens meer naar je kijken, we doen dit voor onze lol. We kunnen ook stoppen.’ Ik stop en begin te huilen. We wandelen terug naar de camper. In zes dagen liepen we 298 kilometer. Het was een bijzondere ervaring. Met mijn achtergrond van weinig kilometers (het 14-kilometer-schema) was het wellicht een tikkie ambitieus (of dom) om te kiezen voor 400 kilometer in acht dagen. Maar goed, je leert je grens pas kennen, als je er af en toe over heengaat. Mijn linkerbeen deed vanaf de vierde dag doorlopend pijn. Op een gegeven moment draaide ik bij een dichte spoorwegovergang om en liep tweehonderd terug om pas weer om te draaien toen de slagbomen omhooggingen. De permanente pijn tijdens het lopen was iets minder erg dan de venijnige pijn bij op gang komen na een korte pauze. Iedere avond troostte ik me met de gedachte dat een nacht slaap en acht uur liggen mogelijk genoeg herstel zouden zijn om de volgende dag minder pijn te hebben. Maar het werd steeds erger, tot Klaas me uit mijn lijden verloste. Van deze tocht leerde ik in ieder geval dat het louterend is om in de ochtend wakker te worden en geen ander doel te hebben dan 50 kilometer te lopen. De natuur, spaarzame ontmoetingen, zwijgend naast elkaar lopen, wind, regen, zon op je wang. Je wordt extra gevoelig voor fysieke sensaties en gewaarwordingen en het is een mooie manier om in het nu te leven. Alleen de eerstvolgende stap is van belang. Stap voor stap. Het wordt je droef te moede als je denkt aan wat er allemaal nog gaat komen, dus de truc is om de eerstvolgende stap in je hoofd te hebben. Zoals Beppo de straatveger het zegt in Momo en de tijdspaarders. Beppo ziet een grote straat en heeft een manier om zonder haast en gelijkmoedig de straat te vegen.

‘Zie je Momo,’ zegt Beppo in het boek, ‘het zit zo. Soms heeft men een hele lange straat voor zich. Men denkt, die is zo vreselijk lang – dat krijgt men nooit voor elkaar. En dan begint men zich te haasten. En men haast zich steeds meer. Telkens wanneer men opkijkt, ziet men dat men maar niet opschiet. En men spant zich nog meer in en men krijgt het benauwd en tenslotte is men helemaal buiten adem en men kan niet meer. En de straat ligt nog steeds voor je. Zo moet men het niet doen. Men moet nooit aan de hele straat denken, begrijp je? Men moet alleen aan de volgende stap denken en de volgende ademhaling en de volgende bezemstreek. En steeds weer alleen de volgende. Opeens merkt men dat men stap voor stap de hele straat gedaan heeft.’

De looptocht vlieg je aan als Beppo. Niet de eindbestemming is je doel, de eerstvolgende stap in het huidige moment is waar je aandacht is. Stap voor stap. Ademhaling voor ademhaling.

Kies een uitdagende afstand en een zeer rustig tempo, een tempo waarbij je nog maar net een zweefmoment hebt

Denk aan Beppo; stap voor stap. Onderweg kunt je prima stoppen voor een bakkie koffie of iets te eten. Om je bewust te zijn van fysieke sensaties, het huidige moment en de natuur waarin je loopt, helpt het om geen muziek te luisteren of podcasts op te zetten. Ben je gewend om tijdens het lopen wel afleiding te hebben, laat dat dan de eerste dag achterwege en kies op dag twee of je dan wel voor een muziekje gaat. Loop je met iemand samen, dan is het een verrijking om stukken bewust in stilte te lopen. Bijvoorbeeld het eerste uur. Je kunt weinig zeggen en toch veel delen. Het hersengebied waar taal huist, is fijn om op een laag pitje te zetten tijdens deze tocht. Als je praat, is je brein geneigd om te analyseren, te overdenken, te oordelen, te reageren. We willen Beppo: stap voor stap. In stilte is dat eenvoudiger.

Wat neem je mee?

Je hoeft niet veel mee te nemen. Als je kunt douchen, kun je prima je shirt schoonspoelen en het is ook niet erg om de dag te starten met een vochtig shirt. Loop je in de regen, dan wordt je shirt toch nat en in de zon is je shirt zo droog. Hierbij een lijstje, je hebt je loopkleren voorde eerste dag al aan:

  • OV-kaart
  • Bankpas
  • Telefoon (wellicht dan geen bankpas of OV-kaart nodig)
  • Horloge met de route
  • Halve liter water
  • Zakje vijgen
  • Rugzakje
  • Tandenborstel
  • Klein stukje zeep
  • Minihanddoekje (optioneel)
  • Sokken
  • Shirt
  • Lichte broek
  • Slippers (fijn om na het lopen je loopschoenen niet aan te hebben)

Looptocht: heb jij het wel eens gedaan?

Reageer op dit artikel

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Inspiratie