Heimelijk genoegen

Mijn heimelijke genoegen ontdekte ik toen ik jaren geleden een keer mijn wekker per ongeluk een uur te vroeg had gezet.

In de betoverende film Le fabuleux destin d’Amélie Poulain uit 2001 wordt een aantal personages voorgesteld aan de hand van hun heimelijke genoegens. Amélie houdt er bijvoorbeeld van om haar hand in een grote zak met zaden te laten glijden. Haar vader geniet van het lostrekken van stukjes behang. Haar moeder houdt ervan om haar handtas leeg te maken, grondig te reinigen, en de inhoud zorgvuldig terug te plaatsen.

Mijn heimelijke genoegen ontdekte ik toen ik jaren geleden een keer mijn wekker per ongeluk een uur te vroeg had gezet, en om 6 uur ’s ochtends klaarwakker naast mijn bed stond. Zodra ik in de morgen één oog open doe -bijvoorbeeld om de wekker uit te zetten- begint in mijn hoofd namelijk een inner buzz te ratelen en is het schier onmogelijk om weer in slaap te komen. Ik stond dus voor de keuze om óf heel vroeg naar mijn werk te gaan, óf het extra uur op een andere manier nuttig te besteden. Ik koos voor het laatste, en trok mijn hardloopkleren aan.

Het was een dag diep in de herfst; een aardedonkere ochtend dus, met een frisse, vochtige atmosfeer. Ik woonde destijds aan de oostelijke rand van Nijmegen en kon twee kanten op: de stad in of de stad uit. Ik sloeg linksaf, de stad uit. Het eerste stukje was nog verlicht door straatlantaarns, maar al gauw draaide ik van de grote weg af en kwam ik op de prachtige afgelegen weggetjes die onderdeel zijn van de Zevenheuvelenloop. Ik liep door het bos waar zelfs de vogels zich nog niet roerden. Ik rende langs de heuvelachtige velden met schimmen van dommelende paarden. Ik rolde heuvelop en heuvelaf, en dit alles in het pikkedonker.

Ik moet toegeven dat ik in eerste instantie wel een beetje geïntimideerd was door de situatie. Geprikkeld door het licht van de keukenlamp en de aanvankelijke staatlantaarns waren mijn ogen niet direct gewend aan het duister van het onbewoonde heuvellandschap, waardoor ik in het begin geen ruk zag. Af en toe lichtten er langs de weg nog wel wat kleine witte paaltjes op waarop ik enigszins kon navigeren, zolang ik er tenminste niet rechtstreeks naar keek want dan floepten ze weg. Maar als je stiekem naar ze loert vanuit je ooghoek kunnen ze niet ontsnappen en kun je je koers losjes op ze afstemmen. En met iedere pas die ik zette zonder te struikelen of botsen nam mijn voorwaartse tred in kracht toe. De duisternis en stilte omhulden me en zetten mijn zintuigen op een verrukkelijk laag pitje. Koele lucht langs mijn wangen, zachte contouren op mijn netvlies, licht geruis in mijn oren, en verder alleen het ritme van mijn eigen benen.

Dat, plus een lichte spanning omdat je als meisje alléén in een donker buitengebied nooit helemaal zeker van je zaak kunt zijn. Maar dat is part of the fun, heb ik intussen besloten, en inherent aan de gebieden die zich het beste lenen voor de stiekeme duisterloopjes waarop ik mezelf sinds die herfstochtend in Nijmegen van tijd tot tijd trakteer. Bovendien heb ik als eerstejaars-student op een blauwe maandag een zelfverdedigingscursus gevolgd. Mik op knieën, kruis en hals, zoiets staat me nog bij. Specifiek genoeg, lijkt me. Daarnaast kan ik toch veel harder lopen daar de gemiddelde belager met kwade bedoelingen, en houd ik dat makkelijk vol tot we in de bebouwde kom zijn. Kortom, niks om je zorgen om te maken. Al lijkt het me voor zijn gemoedsrust toch beter dat mijn vader dit stukje niet onder ogen krijgt. 

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Inspiratie