André van Dorp uit Vlaardingen liep in slechts een maand tijd niet alleen Boston, maar ook nog vier andere marathons in vier verschillende landen. “Ik dacht: waarom niet elk weekend in april een marathon lopen in een ander land?” Prorun spreekt de 47-jarige hardloper over hardlopen, zijn chronische ziekte en waarom hij besloot om vijf marathons in één maand te lopen.
Vijf marathons in slechts een maand tijd. André deed het.
Een chronische ziekte, maar toch vijf marathons binnen een maand. En dan ook nog telkens in een ander land.
“In 2016 tijdens de marathon van Parijs heb ik mijn limiet gehaald voor Boston. Samen met een vriend schreef ik mij in 2017 hiervoor in. Daarnaast is in april ook de marathon van Rotterdam en zo is dat ook een beetje een vast ritueel geworden. Verder ging ik ook in Madrid eigenlijk de halve lopen samen met een vriendin.” André realiseerde dat hij per toeval daardoor drie marathons in één maand zou lopen. “Ik dacht: waarom dan niet elk weekend in april een marathon lopen in een ander land?” Dit jaar had april daarentegen wel vijf weekenden, dus dat betekende voor André vijf marathons. “Het idee kwam niet helemaal uit de lucht vallen. In 2015 had ik ook ooit drie marathons in 30 dagen gelopen. Ik wilde het nu dus een stapje verder brengen.”
André zijn omgeving verklaarde hem voor gek toen hij ze vertelde dat hij vijf marathons in een maand wilde lopen. “Het voordeel is dat ik er toen al 17 had gelopen. Ik ken mijn eigen grenzen.” Daarnaast kampt André met de ziekte van Crohn. “Ik heb daardoor leren luisteren naar mijn lichaam. Ik weet pas op de ochtend van de marathon hoe ik de marathon ga lopen.” Gelukkig hielp het hardlopen hem juist met zijn chronische ziekte. “Ik merk door hard te lopen dat ik de ziekte veel beter onder controle heb. Voordat ik begon met lopen moest ik veel vaker naar de wc. Als ik moest, dan moest ik ook écht op dat moment. De pieken en dalen zijn nu veel minder groot.”
Maar hoe doet hij dat in voorbereiding op een marathon? Laat staan vijf? “De dag voor de marathon probeer ik zoveel mogelijk te eten en ’s morgens voor de marathon neem ik een glaasje water en twee bananen. Ik laat de ziekte van Crohn mij niet belemmeren. Ik weet welke dingen ik nu wel en niet moet eten voor de marathon.” Het eten ging dan misschien goed, het trainen voor de vijf marathons liep daarentegen niet zo vlekkeloos. “Ik heb begin september een achillespeesblessure opgelopen. Ik ben daar pas in december mee naar de fysio gegaan, dus ik heb tussen 1 september en 1 februari helemaal niet getraind.”
Vanaf februari bouwde André het rustig op en liep hij elke week één lange duurloop tussen de 20 en 35 kilometer. “Het was niet de ideale voorbereiding, maar het ging erom dat ik de marathons zou uitlopen. Als je ze rustig uitloopt, dan heb je een kortere hersteltijd en dat moet ook wel als je er elke week eentje wilt lopen.” Naast zijn wekelijkse duurloop, sportte André ook regelmatig in de sportschool waar hij vooral zijn core trainde. “Ik denk dat veel mensen onderschatten hoe belangrijk het is om je core goed te trainen.”
Als voorbereiding op de marathons liet André ook een T-shirt bedrukken. “Elke week ging ik daar terug om even een vinkje te laten zetten.” De eerste marathon op de planning was in Boston en de laatste marathon was in Düsseldorf. “Die laatste marathon, toen ik over de finish kwam, was echt kicken. Maar tijdens het lopen zagen mensen mijn T-shirt en reageerden verbaasd: ‘Ga je dat deze maand echt doen?’ Veel mensen verklaarden mij voor gek, maar ze vonden het ook weer knap. Het gaf me wel een kick als mensen je tijdens de marathon erop aanspraken.”
Uiteindelijk heeft André alle marathons zonder problemen uitgelopen. “Als ik ergens een pijntje voel, dan sla ik veel liever een training over dan dat ik mijn schema aanhou. Dat is het belangrijkste. Luister naar je lichaam. Je kan beter een training te veel overslaan dan een training te weinig overslaan. Ik heb in de aankomende maanden nog een paar marathons op de planning staan en ik hoop op de lange termijn ook de Big Six te voltooien. In het begin denk je; een keer en nooit meer, maar dat bleek toch anders te gaan.”



