Sporten heb ik niet van een vreemde. Mijn vader, begenadigd voetballer, 1e klasse tafeltennisser én daarmee verzamelaar van een indrukwekkende reeks, enorme bekers, was op z’n zachtst gezegd best fanatiek. Trainen deed ie eigenlijk nooit. Sportdrank was voor hem een biertje, wellicht meerdere. Ondanks zijn atletische figuur was hardlopen voor hem een noodzakelijk kwaad. Iets wat je op het voetbalveld nodig had. Meer dan dat, niet, “klaar!”, zei hij dan. Vanwege een blessure aan zijn voet, stopte de voetbalcarrière van mijn vader abrupt. In die tijd was dat gewoon zo, “klaar!”. Doe je niks aan, weer dat “klaar!”. Mijn eerste gedachte ging dan ook naar deze uitspraak van mijn vader, nadat ik na de Marathon van Rotterdam iets te vroeg weer in het zadel was gesprongen. Nu ben ik geblesseerd, doe je niks aan. Klaar… Of toch niet?
25 april – Snelle Jelle
Vanavond, terwijl mijn trainer Klaas Boomsma van loopgroep KBoom geniet van een welverdiende vakantie in Griekenland, sta ik samen met loopmaatje Nicky te koukleumen in het Westerpark in Amsterdam. Het is een weekje na de Rotterdam Marathon. Vanavond gaan we onder leiding van ‘Snelle Jelle’ de Boer even lekker trainen. We wachten in de luwte van de lobby van het Consius Hotel op de andere lopers, van zowel ons KBoom groepje als de SnelleJelle’s en natuurlijk Jelle zelf.
Het blijkt een erg leuk programma te zijn, waaronder wat heuveltraining. Ondanks het advies van Jelle om rustig aan te doen, vanwege die marathon, voer ik de training te hard uit. Als we uitlopen voel ik mijn achillespees flink zeuren.
26 april – Niet zeuren
Ondanks die meldingen vanuit het vooronder doe ik toch op woensdagochtend mijn vaste rondje door ontwakend Amsterdam. Het zonnetje schijnt al lekker om 6.30 uur als ik vanaf De Vossiusstraat, door het centrum naar de Kalverstraat, richting De Dam loop. De straten worden schoongemaakt, de eerste auto’s van bouwvakkers rijden alweer rond. Vandaaruit sla ik linksaf, langs de Westerkerk en loop het hele stuk door naar het Rembrandpark om uiteindelijk, afsluitend, een half rondje Vondelpark te doen. Onderweg voel ik weer die achillespees. Normaal gezien verdwijnt zo’n beetje zeur wel tijdens het lopen. De melding is echter nu heel simpel en wordt in mijn bovenkamer vertaald als ‘pijn’. Ook na het lopen, blijft het flink pijn doen. Ik besluit eerst maar eens een bezoekje te brengen aan sportmasseuse Yvonne.
1 mei – Blok aan in het been
Direct na de eerste kneedoefeningen krijg ik van Yvonne op m’n kop. “Waarom kom je niet direct na de marathon even langs”, zegt ze. Wat een puinhoop blijkt het te zijn. Aan de voorkant van mijn bovenbenen zit een enorme ophoping van afval. Een pijnlijk half uurtje volgt voor beide benen. Aan de achterkant blijkt niets aan de hand te zijn. Maar… die achillespees. Deed het wijzen ernaar me al pijn… Zodra Yvonne die pees aanraakt, schieten de tranen me in de ogen. Even rust nemen en de pees niet belasten, lijkt me de beste aanpak voor nu. Ik besluit twee weken lang niet te lopen en af en toe mijn trainingen met de fiets te gaan doen.
2 mei – Pauze? Nergens goed voor!
Na twee weken looppauze, besluit ik weer te gaan meetrainen met KBoom in het Vondelpark. Dat fietsen in de afgelopen twee weken vond ik wat minder leuk dan het hardlopen. Gelukkig kan ik nu weer de loopschoenen aantrekken. Het is direct bij het warmlopen al helemaal mis. Al vanaf de start doet mijn achillespees weer pijn. Hoezo rust helpt? Helpt helemaal niks! Gefrustreerd loop ik terug naar De Vondelgym. Klaas tipt me om toch weer bij Maarten, de fysio, langs te gaan. Inderdaad blijkt dat rusten niet heel veel uit te halen. Maarten benadrukt dat het belangrijk is om gedoseerd te belasten en de juiste oefeningen te doen.
Van kanon naar Canon
Met steeds hele korte loopjes en het uitvoeren van heel specifieke oefeningen zou het weer beter moeten gaan. Het gaat me echter veel te langzaam. Een leuke bijkomstigheid is dat ik mijn andere passie: fotograferen, nu eens kan toepassen op de KBoom loopgroep én een loopevenement in Klazienaveen waar Patrick Overkempe zijn 12e halve marathon liep voor de 12 Provincies Medaille van ProRun. Tijdens die run probeer ik zelf een klein stukje mee te lopen. Helaas! Direct voel ik de pees. Toch vertrouw ik op Maarten. Eerder wist hij me te verlossen van een nare bilspier en hamstring. Dit gáát ook goedkomen. Toch ontkom ik niet aan een onzeker en triest gevoel. Ik baal enorm als ik iedereen zo lekker zie genieten van het lopen en dat ik daar zelf niet aan kan meedoen.
27 mei – Met De kannibaal op pad
Dat fietsen maakt met niet zo blij als lopen. Altijd heb je maar tegenwind. Als ik dan op mijn Eddy Merckx een rondje door het mooie Drenthe rijd, is dat inderdaad waar. Wind, wind en nog eens wind. Als ik dan over een drempel rijd, in een dorpje dat ‘Anderen’ heet, voel ik dat flink in het zadel. Mijn band blijkt aan het leeglopen te zijn. In Drenthe heet dat: “geen wind in de banden”. Ook dát nog. Onder het mom ‘weerstandstraining’ neem ik me voor om door te fietsen. Nog maar een kilometertje of 12 moet toch zeker lukken. Het maakt de training in ieder geval een stuk leuker. Mijn achillespees vindt het prima allemaal. Dat is in ieder geval minder belastend dat dat gekke hardlopen. Die discussie ga ik niet aan. Zeker niet met een pees. Ik wil alleen maar dat die pees zich nu eens gaat herstellen, zodat ik me kan gaan voorbereiden op de Marathon van Berlijn. Met een goede pees en… een goede pace! En, o ja, halverwege juni staat een trailweekeinde met Koen en Eline, én zo te zien mooi weer, op het programma. Dat uitstapje wil ik natuurlijk ook niet missen.
30 mei – Nog een keer uitstappen
Zondag gaat het lopen een stuk beter. Na een kilometer voel ik de pees toch weer, maar met zo’n 3 kilometer redelijk pijnloos, noem ik het toch een succesje. De training bij KBoom op dinsdag daarentegen, kan ik niet volledig afronden. Met ‘The Michigan’ op het programma (1600m, 1200m, 800m, 400m en daartussen 2000m op marathontempo), is dat iets te veel van het goede. De volgende ochtend echter, doet mijn pees ineens niet meer pijn! Vrijdag kan ik warempel 7 kilometer aardig lopen, met op 5 kilometer een verkoelend dipje. De rest van de dag heb ik geen pijn. Op zondag loop ik een trail van 9 kilometer. Geen pijn!
5 juni – Prikken en shocken en sjokken
Op maandag lig ik weer bij Maarten op de tafel. Hij beoordeelt de pees, voelt wat aan mijn kuit. Het blijkt de goede kant op te gaan. Maarten besluit een combinatiebehandeling uit te voeren om het herstel nog meer te bevorderen. Deze behandeling bestaat uit dry needling op 5 verschillende plekken en een shockwave behandeling op de pees zelf. Dat klinkt allemaal heftig, maar het blijkt enorm mee te vallen. Wat helpt, is dat Maarten precies uitlegt wat hij gaat doen en wat het nut én het resultaat zal zijn. Ook stelt hij me gerust over de mate van blessure en herstel. Als je via Google of YouTube zelf aan de slag gaat, raak je al snel verdwaalt in allerlei diagnoses en mogelijke peesaandoeningen. Het is daarom belangrijk voor je eigen gemoedsrust, maar ook voor de juiste aanpak om tijdig naar de fysio te gaan. Zo’n behandeling betekent een middagje flink stijf zijn. Maar de volgende ochtend merk ik al flink verschil.
7 juni – Moment van de waarheid
Nooit was ik zo zenuwachtig voor een training. Hoe zal het vanavond gaan? Zoals altijd: Verzamelen bij Vondelgym aan de Overtoom. We vertrekken met een flinke groep naar het Vondelpark. Omdat ik nog even wat zit te treuzelen, mag ik direct flink wat harder lopen om de groep weer bij te halen. Ondertussen fietst trainer Klaas met me mee. We overleggen of het verstandig is om de volledige training van vanavond te gaan doen. Het worden namelijk 8 blokjes van 200 meter, 4 van 400 en dan nog eens 2 kilometer op marathontempo.
Ik besluit het eerste blok te doen en dat te zien hoe het gaat. Voorzichtig start ik de eerste 200 meter en loop veruit als laatste. Het is direct mijn persoonlijk record op de traagste 200 meter ever: 1 minuut en 36 seconden. Het voelt wat vreemd, maar geen pijn. De volgende blokken doe ik steeds in 42 seconden. Nog altijd voelt het prima en heb ik geen pijn. Na dit blok vindt Klaas dat ik even geen tempowerk verder moet gaan doen. Ik mag steeds een rustig rondje lopen, terwijl de rest van de groep de tempoblokjes afwerkt. Dat blijkt geen straf te zijn. Op deze mooie warme lenteavond is het in het Vondelpark één en al vrolijkheid. Overal zitten mensen lekker te genieten in het gras, van de laatste stralen van de avondzon en andere geneugten. Ik maak ondertussen praatjes met lopers, die hetzelfde tempo aanhouden als ik.
En hoe zit het met die Stryd eigenlijk?
De laatste 2 kilometer lopen we gezamenlijk. Hier komt dan eindelijk ook weer eens de Stryd van pas. Ik besluit de eerste kilometer op zo’n 300 – 309 watt te gaan lopen (voor mij gemiddeld ongeveer 4:38/km). Voordat ik één kilometer heb gelopen, haak ik aan bij Albert. We lopen een stukje samen op. Ik voel dat ik gemakkelijk harder kan. Wel voel ik af en toe wat gepruttel vanaf de pees. Vanaf de start van kilometer 2 besluit ik te versnellen naar gemiddeld 337 watt. Dit is ongeveer 4:10 per kilometer. Dit zal uiteindelijk het tempo zo’n beetje moeten zijn dat ik in Berlijn ga lopen. De meeste KBoomers zijn al binnen. Het motiveert me om het laatste stukje nog even door te trekken. Het laatste stuk blijft de pees rustig en voel ik geen pijn. Zelfs na een minuut of 10 stilstaan en weer uitlopen naar de Vondelgym levert geen pijnlijke pees op. Al met al ben ik erg tevreden.
De volgende ochtend
Om 6:45 gaat de wekker. Ik zet een kop koffie en doe de gordijnen open. Ik kijk uit over een licht bewolkt en ontwakend Amsterdam. Het belooft weer mooi weer te worden vandaag. Ik loop wat door de kamer en nip wat aan mijn verse bak koffie. Ik realiseer me ineens dat ik geen pijnlijke pees heb! Dat is bijzonder. De afgelopen weken had ik vooral bij het opstaan flink last. Ik doe mijn oefeningen. Mijn kuit voelt wat stijfjes, maar dat is dan ook alles. De pees voelt goed. Dat geeft de burger moed. Natuurlijk blijf ik de komende weken alert en blijf ik mijn oefeningen doen. Ook is het de bedoeling dat Maarten nog even vinger aan de pols, eh… pees houdt. Maar zoals klaas altijd zegt: Moedig voorwaarts! Op naar Berlijn.




Koos
Een goede fysio is zo belangrijk voor een hardloper. Heb je de contactgegevens van Maarten?
Jan
Helaas een (te)veel voorkomende situatie. Wel een marathon lopen, maar geen respect voor het lichaam om het tijd te gunnen voor herstel (en dat is meer dan fysiek ongemak). Pezen zijn loeisterk, maar krijgen altijd de schuld terwijl de oorzaak in de kuitspieren (en evt. hamstring) zit. Stijve kuiten moet je niet op lopen, hooguit een herstelloopje (zoals direct na een wedstrijd om de afvalstoffen af te voeren of de dag na een pittige training). Zeker geen interval omdat bij het aanzetten extra fel excentrische rek van die stijve kuit wordt gevraagd en de achillespees het dus nog harder voor de kiezen krijgt (weg herstel van de voorgaande dagen)
John Eising
Ha Jan, dat klopt helemaal. Waar de focus op de pees ligt, zit de oorsprong en oorzaak inderdaad in de kuit én hamstring. Door de oefeningen specifiek op die onderdelen toe te passen, merk ik dat het herstel vlot verloopt. Rust en herstel is belangrijk. Maar als het verkeerd gaat, is een goede fysio zeker goud waard. Dank voor je aanvulling!