Hoe John toch nog de marathon van Berlijn liep

Hoe John toch nog de marathon van Berlijn liep

Onze razende Stryd-reporter John Eising brak in maart zijn enkel en hield ons hier al eerder op de hoogte van zijn revalidatieproces. Waar dat proces toe leidde, lees je hier.

Bibberend sta ik in startvak D op de op de Straße des 17. Juni in Berlijn. Het is even voor de start van de vijftigste editie van de Marathon van Berlijn. Samen met bijna 50 duizend deelnemers sta ik te wachten op het startschot voor de 42.195 meters over het parcours waar zoveel wereldrecords zijn gelopen. Het is fris, maar prachtig weer. Zo’n 7 graden, strakblauw en zonnig.

Sinds 2003 zijn er twaalf wereldrecords op de marathon in Berlijn gevestigd. Door de combinatie van weinig hoogteverschillen en brede wegen is het een ideaal parcours voor het verbeteren van een persoonlijk record. Voor mij echter, zit een PR er dit jaar niet in. De eindstreep halen is voor mij het voornaamste doel. Het überhaupt starten in deze marathon was nog een hele uitdaging.

Streep door de marathon

Nadat ik in maart dit jaar mijn enkel brak tijdens het snowboarden, schrapte ik eerst de marathon van Rotterdam uit mijn agenda. Toen ik op de gipstafel lag, heb ik werkelijk nog gedacht dat ik vijf weken later misschien toch aan de start kon staan. Bij de second opinion in Nederland bleek dat er toch echt een flinke breuk zat. Zes weken gips dus!
In alle onbekendheid met de impact van zo’n blessure, verwachtte ik in september weer te kunnen lopen in Berlijn. Bovendien was dit de 50e editie en had ik me reeds ingeschreven. Samen met fysio (en professioneel marathonloper) Maarten Hindriks werkten we naar een revalidatie toe waarbij ik binnen zo’n vier weken weer een uur zou moeten kunnen hardlopen. Dat betekende pittige sessies die bestonden uit dagelijkse krachttraining, rek- en strekoefeningen en drie looptrainingen per week.

Op 6 juli liep ik samen met mijn teamleden van KBoom alweer 14 kilometer. Dit was tijdens de KBoom ledendag. Het was tevens de start van het schema voor Berlijn. Twee weken later liep ik samen met Klaas de halve marathon van Stiens. In mijn leeftijdscategorie werd ik tweede. Een enorme boost gaf dit aan mijn zelfvertrouwen!

Toch was het niet bepaald een regen aan cadeautjes die in de weken daarop volgden. Door het toenemen van het weekvolume kreeg ik last van beide achillespezen. De ervaring die ik tot nu toe heb met dit soort blessures zorgden ervoor dat ik niet in paniek raakte. Hier heeft Maarten dan ook een essentiële rol gespeeld. De peesplaat onder mijn voet zorgde voor veel pijn. Behandelen met dry needling, massages en consistent de oefeningen blijven uitvoeren. Mijn gezin begon zich inmiddels af te vragen of dit nog wel leuk was. Ik verzekerde ze dat het goed ging komen. Iedere dag om 5:45 stond ik op, deed mijn oefeningen en ging lopen als het op het schema stond.

De langste afstand die ik heb gelopen, was 32 kilometer. Tot aan zo’n 16 kilometer was er tijdens die trainingen niks aan de hand. Daarna was het een kwestie van verstand op nul en de ene voet voor de ander zetten. Zoveel ellende. Zelfs mijn Stryd-pods zullen af en toe gedacht hebben waar ik toch mee bezig was. Het vermogen waarop ik trainde was sowieso al wat lager dan voor mijn ongeval. Voor de start van de marathontraining was mijn CP 248 watt. (was 333 Watt). Handmatig heb ik mijn critical power op 310 watt gezet, om toch nog wat snelheid in mijn trainingen te kunnen ervaren.

In Stryd we trust

Juist die Stryd was goud tijdens mijn revalidatie én de opbouw naar de marathon toe. Sinds vorig jaar train ik met de Stryd Duo. Hierdoor kon ik, onder andere, mijn progressie in 3D volgen. Het model toonde dat ik nauwelijks mijn hak de lucht in kreeg. De afwikkeling van mijn rechtervoet leek in de verste verte niet op hoe het daarvoor was. Hoe anders zich dat ontwikkelde, bleek gedurende de trainingen voor Berlijn. Vooral na de trainingen op de baan kon ik trots zien hoe mijn loopstijl zich weer de goede kant op ontwikkelde. Tijdens een baantraining in Denemarken, was ik in staat om een 10x 1.000 meter boven de 320 Watt te lopen. Ruim boven mijn handmatige CP dus.

Het staartje van deze marathon was dus venijnig voor wat betreft de lange afstanden. Ik had best twijfel en overwoog om mijn startbewijs te verkopen. De Dam tot Dam loop echter, bleek voor mij het bewijs te zijn dat het goed zat. De laatste 8 kilometer kon ik gemakkelijk op een tempo van ongeveer 4:50 per kilometer lopen. Dat gaf me het laatste stukje zelfvertrouwen dat nodig was om comfortabel te kunnen starten aan Berlijn.

Ereronde door Berlijn

Wat een mensenmassa! Zo had ik het vorig jaar niet ervaren. Nu al is het besluit om vooral te genieten de juiste keuze voor mij. Hoe fijn is het om je naam steeds te horen. Aangemoedigd te worden door compleet onbekenden. Ik voel me energiek en krachtig. De route heb ik eindeloos bestudeerd. We lopen inmiddels op 7 kilometer in het regeringskwartier. Rechts van deze moderne gebouwen staat de Reichstag. We gaan de brug met een bocht naar links over. Het gaat hier iets omhoog. Met zowel links als rechts een enorme mensenmassa. Op de Duitse televisie werd dit omschreven als Alpe d’Huez-achtige taferelen.

Samen met Klaas heb ik het raceplan vooraf doorgenomen. Lekker lopen op 258 Watt. Bij iedere waterpost even wandelen en genieten! Dat doe ik dan ook. Nu maak ik zelfs even een praatje en kom ik al joggend weer op dat tempo van 258 Watt. De Stryd geeft met regelmaat hogere waardes aan, waardoor ik me bewust weer moet laten zakken. Sparen heet dat.
Lopen tussen de iconen van Berlijn. Vanaf de start gaat het direct al langs de Siegessäule. Ik zie daar rechts ineens de prachtige Fernsehturm. Het 368 meter hoge icoon uit de DDR-tijd. ‘Hoe bizar is het dat we 35 jaar geleden niet eens van Oost naar West kónden lopen vanwege de muur! Meer dan 140 mensen zijn overleden tijdens een vluchtpoging naar het vrije westen’. Dat soort gedachten schieten door mijn hoofd, terwijl we door het Oostelijke deel van de stad lopen.
Het 16 kilometerpunt passeer ik zonder noemenswaardige moeite, 20 kilometer stop ik zo in mijn zak. De halve marathon ontroert me enorm. Ik weet zeker dat ze thuis trots op me zijn.

Op 34 kilometer herken ik de Kurfürstendam. Ik merk dat de tranen over mijn wangen stromen. ‘Nog maar 8 kilometer, je flikt het Sjonnie’, roep ik hardop tegen mezelf. Geen hond die me hoort op dat moment. Er draait hier dan ook een DJ die de lopers nog even oppept voor die laatste kilometers.

Zonder wrijving geen glans

Nog maar 8 kilometer. Het vermogen van mijn Stryd is geen enkele keer onder de 225 Watt geweest. De deceptie, paniek, het gevoel van tegenslag, pijn tijdens die lange en zware trainingen. Ik voel het nauwelijks. Ja, twee keer meldt de scheenbeenspier zich. Die heeft een flinke ruk gehad tijdens het snowboardongeluk. Vrolijk meldde hij zich op zo’n 16 kilometer met een spastische uitschieter. Dat herhaalde zich later nog eens. Beide tijdens een klein klimmetje tegen een brug op. Vervelend, maar geen showstopper.

Voordat je de 40 kilometer passeert, leg je een ontzettend lange weg af vanaf het Museumkwartier naar het laatste stukje: Unter den Linden. Mijn tempo is inmiddels flink gedaald. Vanaf 38 kilometer begint het wat zwaarder te worden. Maar nog altijd loop ik! Zo dribbel ik een stukje mee met een blinde man en zijn begeleidster. Hij heeft het enorm zwaar. Ik vertel hem waar we op dat moment lopen en beschrijf wat ik zie. Dat doet hem goed.

Na iedere hoek weer, verwacht ik Unter den Linden te zien. Dat duurt nog 5 hoeken. En dan realiseer ik me dat ik daar loop. Genietend van het publiek kan ik alleen maar lachen. Ik nader de Brandenburger Tor. Zo langzaam mogelijk loop ik er doorheen. Ik gooi even mijn armen in de lucht voor de camera en sta stil bij de Duitse televisie. Ik vertel in de microfoon over de weg die ik heb afgelegd en hoe trots ik ben dat ik het gehaald heb. Dan is het nog zo’n honderd meter naar de finish. Met een lichte versnelling passeer ik de eindstreep. Ik kan het zelf haast niet geloven. Maar voldaan dat ik me voel. Ik heb het gered!

Dit was de meest zware voorbereiding tot nu toe: de momenten dat ik het niet meer zag zitten, de steun van mijn vrouw en kinderen. Klaas en Maarten die me door dit traject heen trokken. Alles schiet door mijn hoofd. Vol trots neem ik mijn medaille in ontvangst. Ik kus het metaal en weet dat het goed zit. Moedig voorwaarts!

Reageer op dit artikel

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Inspiratie