De afgelopen twee maanden heb ik voor het eerst ervaren wat het betekent om een hardloopblessure te hebben. Daarover schreef ik al in mijn vorige column.
Niet dat ik nooit pijn heb (in tegendeel: ik loop eigenlijk nooit zonder een pijntje hier of daar), maar nog niet eerder heb ik iets gemankeerd waardoor ik gedwongen was om het lopen op een laag pitje te zetten.
Na mijn 20 kilometer in Parijs, afgelopen oktober, en een daarop volgende duinentrail heb ik immers zoveel last gehad van een geïrriteerde meniscus dat ik eerst twee weken volledig heb stilgezeten. Ik was zo beperkt in mijn beweging dat andere sporten er ook even niet in zaten. Dus verwerd ik tot een lamlendige bankzitter en kwam ik er achter dat ik maar een chagrijnig mens ben als ik niet kan sporten.
Na die twee weken mocht ik weer rustig beginnen met bewegen. Dat eerst slechts bestond uit een paar wandelingen. Het was al beter dan niets, en ik was al blij dat ik weer iets actiefs in de buitenlucht kon doen, dus klagen deed ik niet.
Maar van hardlopen was nog helemaal geen sprake en ik miste het vreselijk. Lekker een half uur of langer even het hoofd leeg maken lukt nu eenmaal niet zo gemakkelijk op wandeltempo, heb ik gemerkt. En mijn lichaam werd met dat gewandel ook niet echt uitgedaagd. Dus hoewel ik al iets minder chagrijnig was, was ik nog allerminst een zonnetje in huis (en daarbuiten).
Na weer twee weken met alleen wandelen (en een paar kleine stukjes dribbelen tijdens de Zevenheuvelenloop – zie hiervoor eveneens mijn vorige column) kreeg ik van mijn fysio groen licht om weer voorzichtig te gaan opbouwen. Ik mocht vijf keer een minuut lopen (tempo joggen), afgewisseld met twee minuten wandelen.
Ik voelde me als een veulen dat voor het eerst de wei in mag: ik had zin om te gaan dansen van vreugde. Omdat ik mijn knie nog steeds moest ontzien, deed ik dat maar niet.
Geleidelijk aan breidde ik de hardloop stukjes uit, zowel qua lengte als aantal herhalingen. Het ging goed. Ik probeerde, enigszins overmoedig, of ik weer een korte trail kon lopen. In Lommel, België liep ik ruim 10 kilometer met een paar wandelpauzes tussendoor en mijn knie overleefde.
Ik liep een 10 kilometer op asfalt, opgedeeld in zes stukken met steeds een wandeling tussendoor en ook dat ging goed. Dat alles moest ertoe leiden dat ik toch in staat zou zijn om van start te gaan bij de Bruggenloop.
Schreef ik de vorige keer nog dat ik me afvroeg of ik wel in staat zou zijn om die 15 kilometers af te leggen, inmiddels heb ik op die vraag een duidelijk antwoord: ja!
Sneller dan ik had gepland of verwacht, zelfs. Nog wel met wandelpauzes, maar die had ik strategisch gepland rond de verzorgingsposten. Aan mijn hartslag was wel te zien dat het me meer moeite kostte dan ik gewend ben op deze afstand, maar mijn knie heeft het gehouden.
Nu, een dag later, is hij nog wel stijf en een beetje gevoelig, maar ik heb nu het idee dat ik weer écht kan gaan lopen. Mijn chagrijn is verdwenen en ik kan mijn energie weer kwijt in het hardlopen. En dat komt goed uit, omdat ik over twee weken start met mijn voorbereiding op de halve marathon van Berlijn.



