Natuurlijk, ik mag in mijn handen knijpen omdat het me de afgelopen 5 jaar niet eerder is overkomen, maar nu ik dan met een heuse blessure zit, kan ik er maar slecht tegen.
Een zeurende knie, die ik in Parijs afgelopen oktober nog eens extra heb uitgedaagd door daar 20 kilometer te gaan lopen, is uitgemond in een overbelaste knie. Oordeel van de fysiotherapeut: een geïrriteerde meniscus.
En dus stopte ik met lopen. Al was het alleen maar omdat dat simpelweg niet meer ging. In het begin had ik dagen dat ik nauwelijks normaal kon wandelen, dus aan mijn hardloopschoenen hoefde ik helemaal niet te denken. Maar dat deed ik wel, denken aan die schoenen. Ik kon het maar moeilijk verkroppen dat mijn 4 keer per week hardlopen nu gereduceerd was tot 0. Andere sporten waren geen optie, omdat ik een heleboel bewegingen met mijn knie niet mocht of kon maken. En voor mijn gevoel duurde het eeuwen voordat er verbetering te merken was en ik me weer een beetje normaal kon voortbewegen.
Die meniscus was ook de reden dat de Zevenheuvelenloop afgelopen weekend de boeken in ging als de eerste loop waaraan ik wegens een blessure niet kon meedoen. Ik weet heus wel dat ik de enige niet ben. Daarvoor hoefde ik alleen maar te kijken naar de talloze berichtjes die in de weken voorafgaand aan de Zevenheuvelenloop op social media verschenen en waarin startnummers werden aangeboden. Dat riep bij mij de vraag op of al die mensen er net zo tegenaan kijken als ik. Ik vind het namelijk vreselijk om niet aan de start te kunnen staan terwijl ik me ergens voor heb ingeschreven. Het voelt alsof mij iets wordt afgepakt waar ik hard voor gewerkt heb.
Dat wilde overigens niet zeggen dat ik niet naar Nijmegen ging. Ik ging namelijk wel. Als supporter. Ik had verwacht dat ik het moeilijk zou vinden, al die lopers voorbij zien komen, maar dat viel me erg mee. Uiteindelijk heb ik een hele gezellige dag gehad, in het vertrouwen dat ik zelf binnenkort ook weer zo ver ben dat ik 15 kilometer kan gaan hardlopen.
En met die opbouw ben ik dus deze week weer begonnen. Heel voorzichtig. Omdat het wandelen inmiddels goed gaat, mocht ik kleine stukjes gaan hardlopen. Maar dan rustig aan – korte stukjes van 1 minuut, afgewisseld met wandelpauzes. En dan ook nog maar een keer of 5.
Braaf heb ik me aan die opdracht gehouden. Een rare gewaarwording, alsof ik weer terug was bij Evy, die mij 5 jaar geleden begeleidde op mijn eerste hardloopschreden.
Het stelde natuurlijk helemaal niets voor, maar wat was ik blij dat ik tenminste weer liep! Het begin is er. En de knie heeft zich goed gehouden.
Nu maar hopen dat de Zevenheuvelenloop de enige loop is die ik dit jaar moet overslaan. Want nog steeds vind ik het moeilijk te verkroppen om geen gebruik te maken van een startnummer. Maar of ik op 13 december al zo ver ben dat ik de bruggen in Rotterdam kan bedwingen? Ik zal mijn verstand moeten blijven gebruiken en luisteren naar mijn lichaam. Voorlopig moet ik nog niet denken aan 15 kilometer hardlopen. Ik heb namelijk een hoger doel voor het komend voorjaar: op 3 april hoop ik de halve marathon van Berlijn te lopen. En die is me toch net iets meer waard dan de 15 kilometer in Rotterdam. En als dat betekent dat ik mij voorlopig weer door een beginnersschema moet worstelen – so be it!



