Hardloophufterigheid

De meeste mensen schijnen best aardig te zijn. Althans, dat blijkt uit onderzoek. Het merendeel geeft bijvoorbeeld graag een deel van zijn of haar geld weg aan anderen die het méér nodig hebben dan zij.

De meeste mensen schijnen best aardig te zijn. Althans, dat blijkt uit onderzoek. Het merendeel geeft bijvoorbeeld graag een deel van zijn of haar geld weg aan anderen die het méér nodig hebben dan zij. Ook blijken mensen behoorlijk empathisch te zijn: wanneer we anderen emotioneel zien lijden voelen we een deel van die pijn zelf ook. Hooguit een handjevol proefpersonen in dergelijke onderzoeken kiest steevast voor zijn eigenbelang wanneer dat ten koste gaat van de medemens en blijft onbewogen onder het verdriet van de ander. Al met al zijn we best een sociale soort, kortom.

Er zijn echter twee situaties waarin mensen helemaal niet zo begaan zijn met het lot van de ander maar met name met dat van zichzelf, te weten in het verkeer en tijdens het hardlopen. Zo werd ik onlangs tijdens een kort hoofdstedelijk fietstochtje eerst klemgereden door een motorrijder die vond dat hij voorrang had (terwijl hij zelf net zo goed door rood reed) en daarna stoïcijns gesneden door een moeder met een bakfiets vol zelfgenoegzaam kijkende VVD-kleuters. Beide keren kwam ik van rechts. Omdat dergelijke ontmoetingen met zich voortbewegende stadgenoten meer regel zijn dan uitzondering arriveer ik regelmatig op mijn werk in een stemming die het midden houdt tussen een holle moedeloosheid en diep chagrijn.

Maar hardlopers kunnen er ook wat van, en dan heb ik het niet alleen over de terechte genadeloze competitie tijdens een Olympische finale. Ook onder hyperrecreatieve omstandigheden haalt hardlopen soms het slechtste in mensen naar boven. Zo gebeurt het regelmatig dat zich tijdens de eerste negen kilometer van een winderige tien-kilometerwedstrijd door een Noord-Hollandse polder een kerel achter mij verschanst, om me op de laatste kilometer onverstoorbaar voorbij te klepperen. Fris als een hoentje uiteraard, want lekker de hele weg uit de wind gehouden door mij als onvrijwillige tempomaker.

En zelfs als er geen finishlijn in de buurt is blijkt het soms oog om oog, tand om tand. Zo stond ik een poosje geleden uit te hijgen van een heuveltraining in het Amsterdamse bos, toen ik aanstalten maakte om mijn dorst te lessen bij het openbare fonteintje. Op dat moment kwam er net een andere hardloper de heuvel op gerend. Hij sloeg me gade, versnelde en sneed me de pas af. Zijn ogen zeiden uitdagend ‘Had je wat?’ terwijl hij zich laafde aan het koele water.

Ook fraai was de hardloper die me tijdens een ontspannen duurloopje tegemoet liep op een kronkelend paadje in het Vondelpark. Het paadje was zo smal dat één van ons de modderige berm in moest tijdens het moment van passeren. Dat bleek ik te zijn; de andere hardloper vervolgde stuurs kijkend zijn weg midden op het pad. Ik had destijds een zes maanden zwangere buik.

Opmerkelijk is dat het gros van dergelijke incidenten terug te voeren is op het onsportieve gedrag van mannen en niet op dat van vrouwen. Onze kattige reputatie ten spijt heb ik het zelden aan de stok met vrouwelijke medesporters. Veel vaker tonen zij zich juist opvallend zusterlijk in hardloopverband. Zo roepen mijn concurrenten in de finale van een wedstrijd regelmatig ‘Kom op!’ terwijl ze me inhalen, in plaats van me harteloos voorbij te snellen in een koude strijd om een podiumplek.

Ik klaag dan ook graag over het feit dat mannen hun hoffelijkheid jegens vrouwen verloren lijken te zijn. Een hardloopgenoot reageerde daar onlangs fijntjes op door te wijzen op het feit dat vrouwen tegenwoordig toch zo graag willen dat er geen verschillen zijn tussen mannen en vrouwen. Dan moeten we ook niet klagen als bepaalde sekse-gerelateerde voorkeursbehandelingen sneuvelen, poneerde hij.

Daar zit wat in, maar ik denk toch dat er ook iets anders speelt. Ik vermoed dat het voor mannen moeilijk te verteren is wanneer vrouwen net zo goed zijn in sport als zij, of zelfs beter. Dat dwingt kennelijk niet zozeer respect af, maar het irriteert vooral. Met onsportieve keuzes tot gevolg, die voor mij bijna een reden zijn om vooral nog deel te nemen aan de alomtegenwoordige mierzoete ladies-runs. Bíjna dan, want ik wil ze natuurlijk eigenlijk niet missen, die amusante kerels die zich zo in hun kaarten laten kijken.

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Inspiratie