Lopen in Amsterdam: nieuw favoriet paadje

Al 20 jaar woon ik in Amsterdam. Door Paul Bierman ontdek ik een bijzonder paadje.

Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Lopen in Amsterdam: nieuw favoriet paadje

Sinds mijn loop met Paul Bierman heb ik een nieuw favoriet paadje in Amsterdam.

Ik liep een rondje met Bierman na een mailtje van Raoul Spronken van Running Tours (een wereldwijd netwerk van running tours in grote steden). Normaal biedt de organisatie loopjes aan voor toeristen. Ideaal voor lopers natuurlijk: hardlopend de highlights van een stad ontdekken onder leiding van een hardlopende gids. In Nederland zitten ze in Maastricht, Nijmegen, Amsterdam en Rotterdam.

Toeristen zijn er op het moment nauwelijks. Dus Spronken vraagt of ik geen zin heb om eens als toerist door eigen stad te rennen. Ik twijfel even. Het is makkelijk om gewoon zelf door Amsterdam te lopen. Ik ken de weg. Maar mijn tweede gedachte is: geinig, ik ben benieuwd of ik nog een nieuw plekkie ontdek.

Dus ik zie Bierman op het Leidseplein om te gaan rennen waar ik nog niet eerder liep: dwars door het toeristische hart van Amsterdam

Bierman blijkt een vat vol anekdotes en mooie verhalen en ik hoor nieuwe verhalen over de stad waar ik al 20 jaar woon. Bij vertrek wijst Bierman me op een tekst in de zuilen naast De Balie. Hier ben ik al 1000 x geweest, maar nog nooit was de tekst me opgevallen:

Homo sapiens non urinat in ventum

Een wijs man plast niet tegen de wind in

Ik denk nog dat Bierman me in de maling neemt, maar het is echt waar.

We zijn vertrokken.

Weinig toeristen, lekker zonnetje, heerlijk tempo en mooie verhalen.

Rijksmuseum, Kruidenpluktuin, Weteringplantsoen, Prinsengracht, Magere Brug, Rembrandthuis, Oude Mannenhuispoort, Wallen, Smalste straat, De Dam, Singel, Prinsengracht

We lopen en af en toe vertelt Bierman een verhaal.

Bijvoorbeeld over de Magere Brug. Het (waarschijnlijk verzonnen) verhaal gaat dat de zusjes Mager ieder aan een kant van de Amstel woonden. De zusjes wilden dagelijks met elkaar praten, hadden geld en dienden een verzoek in om pal voor hun huizen een brug over de Amstel aan te leggen. Het werd een smalle brug: de Magere Brug. De huidige brug is de derde versie, maar het is nog steeds opvallend smal.

Ook Rembrandt komt langs. Zijn vrouw Saskia van Uylenburgh (graf in de Oude Kerk), zijn graf (in de Westerkerk – want ze deelden niet hetzelfde geloof), zijn inspiratie en zijn woning.

Wist je dat zijn woning heel precies ingericht kon worden omdat hij failliet ging? glundert Bierman, door dat faillissement lag er een document bij de notaris met zijn exacte bezittingen.

We lopen verder.

Bierman is 58, loopt rustig maar heeft de tred van een snelle loper. We hadden het kort over het 14-kilometer-schema (hij is van de oude stempel, gek op kilometers) en zijn techniek verraadt looptalent.

Wat is jouw tijd op de marathon eigenlijk? vraag ik als we bijna terug zijn op het Leidseplein.

In Berlijn liep ik 2u37, zegt ie zonder een spoor van trots in zijn stem, maar dat is lang geleden.

Bierman brengt het gesprek snel weer op Amsterdam en de Amsterdamse bluf. Hij wijst me erop dat de ramen op de onderste verdieping langer zijn dan de ramen op de tweede en derde verdieping. Dan lijkt je huis vanaf de straat een stuk groter. Knap staaltje bluf en mindf•ck avant le lettre.

We lopen door en voor ik er erg in heb zijn we anderhalf uur verder en weer terug op het Leidseplein.

Ik bedank Bierman voor de heerlijke route en op weg naar huis denk ik aan Simon Carmiggelt.

We liepen door het Weteringplantsoen over een kronkelig paadje.

Weet je waarom dit pad kronkelt? vroeg Bierman?

Nee, geen benul, zei ik.

Om deze grote meneer, vervolgt Bierman, wijzend op een beeld van Carmiggelt, hij schreef columns in het Parool, zijn zogenaamde Kronkels. We lopen nu ‘door het brein’ van Carmiggelt. Zijn kronkelpad.

Thuis sla ik een dichtbundel open van Carmiggelt en mijn oog valt op een gedicht over droefheid:

Louter droefheid

Ik voel mij somber. Ei, wat zal ik doen?
Een platte geest dronk nu een glaasje.
Maar ik ben een poëtisch baasje
en ga mijn weemoed in een versje doen.

Dat is het voordeel van mijn gave.
De burger kan zijn ei niet kwijt,
terwijl ik, rustig mijn neerslachtigheid
gelijk een paardje voor mijn kar laat draven.

Is het volbracht, dan ben ik opgelucht.
‘k Heb schoonheid uit mijn pijn gewrongen.
Mijn lieve pen heeft mooi gezongen.
Ik stap in bed. Ik geeuw en zucht.

En staan mijn verzen later soms te kijk
in ‘Gouden Aren’ of in ‘Dichterschat’,
dan zegt de leraar bij deez’ pennespat:
‘Kijk jongens, hier had hij het moejelijk.’

Voor ‘platte geesten’ die somber zijn: bel Bierman voor een rondje lopen en je neerslachtigheid verdwijnt vanzelf.

Meer weten over Tourist Run Amsterdam?

Meer weten over andere steden?

Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Born Runners