Lopen zonder gadgets

Hardlopers die bijna bezwijken onder het gewicht van de meegezeulde elektronica: kunnen we nog zonder?

Kunnen we nog zonder gadgets? Tegenwoordig zien we steeds vaker lopers die bijna bezwijken onder het gewicht der elektronica. De lampjes ’s avonds zijn uiteraard altijd goed, maar ik heb het over de hartslagmeters, trackers, podjes, de Strava, Runkeeper, de drempels, de paslengtes, de contacttijden…. En de schema’s, de perfecte tempo’s, de goede adviezen en het keurig binnen de lijntjes kleuren.

Nee, dan vroeger, vroeger, toen er nog niets was. Niet veel kennis, ook geen gadgets…. “Hoe deden we dat vroeger”. Vroeger, dertig jaar geleden, liep ik met mijn DAV Kronos-clubje (Twente Universiteit) op de vrijdag meestal een “rondje vliegveld”. Het vliegveld dat in de buurt van Oldenzaal ligt. We renden vanaf de gravel atletiekbaan via allerlei ingewikkelde bospaadjes richting vliegveld, dan ergens een bult (berg) over, dan via einde van landingsbanen linksaf en terug via rand van Hengeloooo naar Drienerlo. Het was (we hadden geen gps) ongeveer 22 a 26 kilometer (vorige week heb ik het via Afstandmeten eens bekeken, en het bleek zo’n 21.6 kilometer te zijn… een tegenvallertje met terugwerkende kracht). 

We begonnen vrij rustig (12 km/uur) maar op een bepaald moment, na ruim een uur ofzo, werden de eerste speldenprikken uitgedeeld. Iemand ging per ongeluk 14 km/uur lopen, argeloos kletsend, of om een auto te ontwijken. Daarna nam de volgende het over op 14.2 en vroeg de rest zich af waarom het niet meer zo ontspannen ging. Op zo’n vijf kilometer voor het einde knalde dan altijd Luuk eroverheen op tempo 17 en ontstond er de acute vraag: mee of niet mee. De optie “niet mee” kon je af en toe gebruiken, als je een pijntje had of net gisteren een wedstrijd had gelopen. Maar vaak was er geen ontkomen aan. Je móest mee. En dat betekende een kilometer lekker hard rennen en daarna hopen dat het niet te erg pijn deed. En dan ’s avonds een Grolsch en met zere benen op de bank… ach… mooi…

Kennis is goed, maar heeft soms ook een beperkend effect

Tegenwoordig zou zo’n duurloop al snel als “niet effectief” worden bestempeld. Want als je op de woensdag 6×1000 in hoog tempo hebt gelopen dan ben je vrijdag nog niet hersteld genoeg om een snelle duurloop te lopen. Nee, de duurloop moet dan in zone 2 met 2×15 minuten zone 3. Ofwel: omdat je (kennis) weet wat de theoretische grenzen zijn heb je de neiging om (verstandig) er keurig binnen te blijven.

Toen, dertig jaar geleden, hadden we die kennis niet. Maar we ontdekten wel uit eerste hand hoe het voelt om hard te gaan en net niet kapot, of om hard te gaan en net wel kapot. We wisten hoe het voelt om net te hard te trainen. En daarna wisten we hoe het voelt om zo hard mogelijk maar net niet te hard te trainen. Ik heb er nog altijd profijt van.

Trainen zonder meten

Mijn beste, mooiste duurloop ooit was er eentje waarin ik door een bos ergens in de buurt van Borne liep en in het tweede uur minstens een half uur erg hard ging zonder moe te worden. Geen horloge om, geen idee van afstand. Het was bevrijdend. Geen kans om te checken of het te hard was, geen idee ook hoe snel het ging, slechts de sensatie van enorme power en coördinatie. Deze training heeft zich in mijn geest verankerd als ijkpunt onbezoedeld door getallen en waarden: “Zo moet het voelen” in plaats van “30 minuten 17 km/uur hartslag 183 contacttijd 231 milliseconden frequentie 177”. 

Loop eens een week “zonder”

In plaats van het continu scannen van loopsites, bladen, en luisteren naar trainers, pleit ik dus eigenlijk, al is het maar voor een weekje, voor “kennisloos lopen”. Horloge thuislaten, nieuw onbekend rondje uitzoeken, gewoon de deur uit en rennen. NIET onderweg stoppen om verantwoord te rekken, NERGENS aan denken, hooguit, uitgeput ergens aankomend, even tegen een boom gaan hangen bij wijze van natuurlijk rustmomentje. 

Merk in die week op hoezeer je “met je hoofd loopt”, hoe je altijd alles wilt verklaren, in de juiste zone lopen, timen, verantwoord trainen. Zodra je weer zo’n poging van jezelf bemerkt: haal je aandacht daarvan af, kijk naar de vogeltjes, bijvoorbeeld de vogels in de lucht die naar het zuiden of noorden vliegen. Hebben die een “schema”? Welnee! (Raken ze geblesseerd?). 

Uiteraard moeten trainers zich in die week gedragen als natuurlijke tegenhanger hiervan: geef GEEN advies, zeg NIETS over tempo of afstand, loop gewoon mee. Na afloop samen naar het cafe, neem bier, praat NIET over hardlopen maar over fantastiese ervaringen in het algemeen, over natuur, over het geheim van het leven. En als we na die week ons weer naadloos in onze zeer verantwoorde schema”s voegen, dan, ja dan,  is er iets voorgoed veranderd. Er wordt weer verdwaald tijdens trainingen, een duurloop ontaardt af en toe in een wedstrijd… en daar is niets mis mee.

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Born Runners