
‘Soms heb ik écht een schop onder mijn achterste nodig’
De 52-jarige Lida van Leijenhorst loopt gemiddeld drie keer per week hard, maar dat valt haar soms best zwaar.
Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.
De 52-jarige Lida van Leijenhorst loopt gemiddeld drie keer per week hard, maar dat valt haar soms best zwaar. Een echte liefhebber is zij dan ook niet. ,,Ik doe het vooral om af te vallen. Laatst heb ik tijdens de marathon van Amsterdam meegedaan aan de 8 kilometer. Nou, ik was wel twee weken van slag”, lacht ze.
Ondanks het feit dat ze dus niet heel veel plezier aan het hardlopen beleeft, is het bewonderenswaardig met hoeveel humor Van Leijenhorst erover vertelt
,,Ik kan me er soms gewoon moeilijk toe zetten. Eerlijk gezegd weet ik niet zo goed hoe dat komt. Ik denk dat ik meer een fietser ben.” Regelmatig trekt Van Leijenhorst er dan ook op uit met haar racefiets. ,,In anderhalf uur kun je dan een mooi rondje maken en zie je ontzettend veel van de omgeving. Met hardlopen leg ik natuurlijk veel minder kilometers af in dezelfde tijd. Misschien vind ik dat gewoon jammer.”
Geen antwoord
Van Leijenhorst kan er wel om lachen. ,,Ik loop sowieso liever samen met mijn zoon, mijn man of met een groepje. Dat is toch een stuk gezelliger. Vaak lullen ze dan de oren van mijn kop en dan gaat het voor mijn gevoel meteen sneller. In het begin kan ik nog wel meepraten, maar na drie kilometer hoeven ze van mij geen antwoorden meer te verwachten, hoor”, lacht de geboren Amsterdamse.
Dat laatste, het feit dus dat Van Leijenhorst een Amsterdamse is, sleepte haar er tijdens de acht kilometer bij de marathon van Amsterdam doorheen. ,,Ik kende de straten en wist dus precies wanneer ik er zou zijn. Dat scheelde echt heel veel. Het klinkt misschien een beetje truttig, maar toen ik over de finish ging, was ik best een beetje emotioneel. Ik heb het toch maar even geflikt. Ja, daar ben ik zeker trots op.”

Voor Van Leijenhorst komen nu de lekkerste loopmaanden, want de warmte vindt ze maar niks. ,,Nee, geef mij maar kou tijdens het hardlopen. Ik loop altijd zo lang mogelijk met een korte broek en korte mouwen.” Toch neemt ze zichzelf wel voor om de aankomende zomer niet alleen terug te grijpen op haar fiets, maar ook de nodige looprondjes te blijven maken. ,,Anders moet je na een paar maanden weer helemaal opnieuw beginnen. Mentaal is dat zwaar. Dan kan ik dus beter doorzetten.”
Trap onder de kont
Het is voor Van Leijenhorst in ieder geval wel duidelijk dat hardlopen niet ‘haar sport’ is. ,,Iedereen zei tegen me dat als ik het maar lang genoeg bleef doen, het vanzelf wel leuker zou worden. Dat heb ik nu nog niet. Misschien scheelt het wel als ik wat vaker loop en ook wat meer in mijn eentje ga. Maar goed, ik ben nu eenmaal het type dat af en toe een flinke trap onder haar reet nodig heeft.”
Zaterdagochtenden vindt Van Leijenhorst de mooiste momenten om te rennen. ,,Dan sta ik vroeg op, kleed ik me meteen om en ga ik een rondje lopen. Daarna lekker ontbijten en dan heb je nog de hele dag voor jezelf. Daar kan ik dan wel weer van genieten.”



