Wie leent mij een zondagochtendhondje?

Over het verlangen naar haardloopmaatje

Totdat ik als 32-jarige bij wijze van sabbatical als vrijwilliger in een dierenopvang ging werken, vond ik honden zonder uitzondering buitengewoon vervelende wezens. Ze waren immers agressief óf submissief, en ik wist niet wat ik erger vond. Poezen, dat waren tenminste interessante wezens. Slim, grappig, wijs, autonoom, kalm, elegant; eigenlijk precies zoals ik zelf ook zou willen zijn.

Maar daar in die dierenopvang, ver weg in de Egyptische woestijn, moest ik er toch aan geloven. Hoewel ik in eerste instantie was ingevlogen om de zestig katten te verplegen werd mijn taak al gauw uitgebreid met het onderhoud van de veertig honden. Terwijl ik ze ontwormde, ontvlooide en tientallen teken wegpulkte uit poten, oren en oksels, ontdekte ik hun andere kant. Ze waren gevoelig en aandachtig, en als ze al eens gromden of piepten was dat doorgaans omdat ze angstig of onzeker waren. Anders dan veel katten lieten ze zich door de juiste signalen bovendien graag geruststellen: een aai over hun kin of rustig toegeknepen ogen waren vaak al genoeg om het contact te herstellen en de draad in harmonie weer op te pakken. Ik verloor mijn hart definitief aan de soort toen ik op een schemerende avond na mijn gebruikelijke wandeling van drie kwartier naar de bushalte ontdekte dat één van de honden de hele weg achter me aan was geploeterd door het warme zand.

Als hardloper met een zwak voor honden zit je gebeiteld, want daar waar het fijn hardlopen is, zijn honden. In het bos zijn het vaak de saaiere jongens: chocoladebruine labradors, sloom sjokkend naast hun in waxjassen en leren laarzen gestoken baasjes; of afgetrainde, gladharige jachthonden, met hun neus over het zand dravend op zoek naar konijnen die er niet zijn. Maar in stadsparken is het smullen geblazen: daar crossen langs de paden de onstuimige exemplaren met zanderige buiken en woest wapperend haar. Op winteravonden zijn ze zo mogelijk nog amusanter, want dan hebben hun baasjes ze vaak een lichtje omgedaan. Weinig dingen ontlokken mij zo consequent een grinnik als de aanblik van een stoïcijns dravend hondje met een lampje dat bij iedere pas afwisselend tegen het linker- en dan weer het rechteroor aankletst.

Sinds mijn recente verloving met de hondensoort kan ik het me niet meer voorstellen, maar één van mijn vaste duurloopgenoten heeft een pesthekel aan honden. Overigens vooral omdat ze als de dood voor ze is; zelfs vanwege de kleinste, meest onschuldige exemplaren loopt ze met liefde nog een straatje om. Wanneer we samen trainen fungeer ik dan ook als buffer tussen haar en de honden die ons pad kruisen. Zoals het hoort voel ik me dan van de weeromstuit nog dapperder en nóg meer de hondenexpert.

Opvallend genoeg hebben hardlopers zelf bijna nooit een hondje aan hun zijde. Toevallig zag ik laatst in het Vondelpark een loper trainen samen met zijn terrier. Ze droegen allebei een reflecterend hardloopvestje en het hondje deed naarstig zijn best om hetzelfde tempo aan te houden als zijn baas. Dat viel niet mee omdat de baas loopscholing deed en dus afwisselend stukken jogde en hupte. Het hondje keek voortdurend omhoog om te anticiperen op baasjes tempowisselingen en deed daarbij met zijn korte pootjes zijn eigen intervaltraining bestaande uit snelle sprintjes afgewisseld door haastige pitstops.

Maar verreweg de meeste baasjes zijn geen hardlopers, en de meeste hardlopers lopen zonder hondje. Nou, als ik een hondje had, dan wist ik het wel. Want dé manier waarop een lange duurloop door een verlaten natuurgebied nog fijner wordt, is natuurlijk wanneer er een hondje vrolijk met je meerent. En ik hoef er heus niet zo nodig zelf eentje te hebben, want wat moeten de poezen daar wel niet van denken. Maar ik wil best er best eentje lenen. Zo’n zwartwit schaapshondje met één zo’n fris blauw oog, bijvoorbeeld, dat onvermoeibaar voor me uit draaft. Ja, dat zou heerlijk zijn. Wie leent mij een zondagochtendhondje?

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Inspiratie