Balans: de onderschatte factor

Weinigen besteden bewust aandacht aan het trainen van hun balans. Met een goede balans loop je beter.

Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Balans: de onderschatte factor
In de klassieke trainingsleer worden een vijftal onderdelen onderscheiden die belangrijk zijn voor een goede prestatie: Uithouding, snelheid, kracht, flexibiliteit en balans. Weinig mensen besteden bewust aandacht aan het trainen van hun balans. Wat meer aandacht voor deze factor zou wel eens bij kunnen dragen aan je nieuwe persoonlijke record.

Voetballers, masters in balance?
In een recente overzichtsstudie werd gekeken naar de relatie tussen balans en de prestatie in verschillende sporten. Niet verbazingwekkend bleek dat gymnasten de beste balans hebben. Opvallender was dat de tweede best balancerende sporters voetballers worden gevolgd door zwemmer, een actieve controle groep en basketbalspelers. Met name in sporten als voetbal, golf en schieten waren de elite sporters duidelijk beter in het uitvoeren van balansoefeningen dan amateurs. Dit gold niet voor judo, skieen en surfen. Maar waarom zorgt een betere balans voor een betere prestatie?

Balans tijdens de training
Tijdens een loop- of krachttraining train je ongemerkt ook je balans. Bij elke pas is je lichaam druk bezig om te voorkomen dat je valt. Vooral op oneffen ondergrond ben je zonder dat je het weet druk bezig om de juiste weg voor je voeten te vinden. Je proprioceptie – je ervaring van waar je eigen lichaam zich in de ruimte bevindt – is hierbij erg belangrijk.

Het belang van balans
Er wordt verondersteld dat balans zo belangrijk is omdat het zorgt voor een snellere kracht ontwikkeling. Als je goed in staat bent je voeten snel contact te maken met de (oneffen) ondergrond kun je ook sneller weer afzetten en de volgende pas maken. Ben je langer bezig met het zoeken van balans dan verlies je wat van je elastische energie die nodig is om snel te kunnen lopen.

Hoe bereik je balans?
Balans bereik je door de juiste combinatie van flexibiliteit en stijfheid. Ben je te flexibel dan zak je bij elke stap simpelweg te ver door. Ben je te stijf dan is je lichaam niet in staat klein heuveltjes of gaten op te vangen en zal je makkelijk struikelen.

Het op één been staan met je ogen dicht wordt nogal eens gezien als een test voor je balans. Deze oefening is moeilijk aangezien je lichaam constant bezig is met allerlei processen; zoals de beweging van energie, de verwerking van voedingsstoffen en de reactie op omstandigheden uit de omgeving. Als hardloper heb je weinig aan deze vorm van passieve balans. Tijdens het hardlopen is je lichaam namelijk nog drukker bezig en je moet juist leren onder deze drukte je balans te bewaren.

Balans; een dynamisch proces
In plaats van een passief fenomeen kan balans beter worden gezien als een dynamisch proces. Het wordt dan ook gedefinieerd als ‘de vaardigheid om krachten die het evenwicht verstoren te neutraliseren’. Stabiliteit is niet hetzelfde. Stabiliteit wordt gezien als de mate van verstoring waarin je nog steeds je balans kunt bewaren. De kunst van een goede balans tijdens het lopen is je lichaam ver genoeg uit balans te brengen om vooruit te komen maar niet te ver zodat je omvalt. Sta je stevig met beide voeten, iets uit elkaar, op de grond dan heb je een grote stabiliteit. Kun je blijven staan onder een minder stabiele situatie (bijvoorbeeld als iemand je probeert om te duwen) dan heb je een betere balans.

Een balance-bord wel effectief?
De informatiestromen die je hersenen ontvangen vanuit je heupen, knieën en enkels geven je de mogelijkheid om je balans te bewaren. Bij een redelijk stabiele ondergrond zijn je enkels de voornaamste stabilisatoren. Wordt de grond minder makkelijk te 
begaan dan krijgen ook je knieën,  heupen en romp een extra stabiliserende taak. Het zou daarom weinig zin hebben met een balance-bord te trainen om je balans voor het lopen te verbeteren. Een balance-bord betekent een veel minder stabiele ondergrond dan je bij de meeste looptrainingen tegen zult komen. En train je dus niet je enkels maar je heupen, knieën en romp. Ben je van plan een wedstrijd over mul zand te lopen (of een cross) dan kan trainen met een balance-bord juist wel effectief zijn.

Specifieke drills
Om gebruik te kunnen maken van je getrainde, verbeterde balans zal je de training zo specifiek mogelijk moeten maken. Loopoefeningen op dezelfde snelheid of met dezelfde beweging als tijdens het lopen zijn hierbij het meest geschikt. Een goede oefening is bijvoorbeeld eenbenige-sprongen. Je springt hierbij met een been voorwaarts en probeert eenbenig (met het andere of hetzelfde been) te landen. Deze houding een tweetal tellen vasthouden en dan de volgende sprong maken. Hoe beter je balans, hoe verder je kunt springen. Variatie op deze oefening (vooral voor wedstrijden met veel korte bochten) is het zijwaarts en het schuin zijwaarts springen (richting de 10 en 2 van de klok). Te makkelijk? Door je handen boven je hoofd te houden, je armen in tegengestelde richting van de sprong te bewegen of bij elke sprong je tenen aan te raken maak je de oefeningen uitdagender. 
Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
STRYD V3: De ultieme footpod (vermogensmeter)

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Stryd V3: de ultieme footpod - Hardlopen op vermogen

Meer uit Training