Intervaltraining is mentale gymnastiek

Foto: Rob Pauel

Intervaltraining is mentale gymnastiek

‘Oef, dit wordt ‘m niet vandaag’, dacht ik bij het eerste duizendje op 10 km-tempo. ‘Ik doe er gewoon vier in plaats vijf, is mooi zat’, dacht ik tijdens de derde. ‘Kom op, begin aan die vijfde en als het echt niet loopt, dribbel je ‘m rustig uit.’ ‘Lekker gewerkt, baas!’, stelde ik na de vijfde vast. Herken jij dit, zo’n worsteling met allerlei gedachten tijdens een intervaltraining? Zo ja, dan ben je niet alleen. Het is wonderbaarlijk hoeveel gedachten voorbij kunnen komen tijdens een heel kort stukje rennen. Ik deel een paar observaties, tips en overwegingen met je over mijn ervaringen met het gedachtenspel tijdens trainingen.

Liegen tegen je lichaam

De Britse schrijver, filosoof en hardloper Mark Rowlands schreef een prachtig boek genaamd ‘Running with the pack’. Daarin deelt hij allerlei persoonlijke en filosofische bespiegelingen op hardlopen. Hij heeft het onder meer over de noodzaak voor het hardlopersbrein om te kunnen liegen tegen het lichaam – en vooral, daarin overtuigend te zijn. Want, jezelf een beetje voor de gek kunnen houden, helpt je behoorlijk.

Stel, je hebt een loeizware training van 10 maal 800 meter op fors tempo. Dikke kans dat je na een tweede herhaling al denkt: ‘Dit kan ik nooit 10 keer.’ Dat is in de meeste gevallen een verkeerde veronderstelling. Je kunt het wel. Sterker nog met een startnummer op je borst en honderd andere lopers om je heen, kun je het waarschijnlijk zelfs tien kilometer volhouden op dat tempo.

Maar goed, op het moment dat die fatalistische gedachte zich aan je presenteert, loop je in een park of op een atletiekbaan en is de adrenaline van een wedstrijd niet in dezelfde mate voorradig. Zou je denken ‘nog acht van deze’, dan zakt de moed je stante pede in de schoenen. Lukt het je om je enkel op de eerstvolgende 800 meter te focussen, dan verandert dat de hele boel. Je moet nog steeds 8 keer 800 meter op forse tempo afleggen, maar daar hou je je even niet mee bezig. Eerst die ene, dat is behapbaar, dat kun je opbrengen.

Wees je eigen cheerleader

Een andere vaardigheid die je veel oplevert, is de innerlijke cheerleader in jezelf aan te spreken. Niet na 400 meter in dat 800-je denken ‘oef, wat een tempo’, maar jezelf vertellen ‘hoppa, die eerste 400 is alweer in de tas!’. Draai het steeds om; kijk wat je al hebt verzameld. Zoals het in het leven veel meer zin heeft om te kijken naar wat je wel hebt, is dat in het hardlopen niet anders. Richt je gedachten op wat je al hebt gedaan en haal daar de kracht uit om door te gaan.

Negatieve gedachten zijn nooit volledig uit te bannen. Je laat je lichaam iets oncomfortabels doen en daarop reageert je brein met een beschermreflex; spaar jezelf, doe dit niet. Maar komen die negatieve gedachten op, laat ze dan niet onweersproken. Mijn reflex bij negatieve gedachten als ‘dit hou je niet vol’ of ‘ga gewoon wandelen’, is om te denken ‘nee joh, onzin!’. Gooi er nog een ‘je hebt dit al honderd keer eerder gedaan’ of ‘even doorzetten, zo klaar’ achteraan en je bent alweer aan de winnende hand. Laat je negatieve gedachten liggen, dan krijgen ze de overhand en worden ze waarheid.

Bedenk aan wat er achter je ligt

Veel van ons zijn gewend om intervallen op een bepaald rondje te doen. Dat heeft voor- en nadelen. Soms werkt het mee dat je iedere centimeter van zo’n rondje kent en soms werkt het tegen. Je kunt denken ‘getver, ik ben hier nog maar’ en dan wordt het vanaf daar lijden. Wat je kunt proberen is die vertrouwdheid te gebruiken door vanaf het ene herkenningspunt naar het volgende lopen. ‘Nu tot aan dat bankje. Nu tot aan het hek. Nu tot aan die lantaarnpaal.’ En voila, weer een interval achter de rug.

Dus hou jezelf voor de gek, moedig jezelf aan, spreek negatieve gedachten tegen en denk in afgelegde meters in plaats van in meters die je nog hebt te gaan. Bovenal, weet dat intervaltraining niet alleen fysieke arbeid is, maar minstens zoveel mentale gymnastiek. Hoe bekwamer je daarin wordt, hoe beter je wordt – in het lopen en in het leven.

Reageer op dit artikel

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

3 reacties

  • Tom

    Ik zie altijd op tegen een intervaltraining, maar ik wordt merkbaar een stuk vrolijker als ik hem succesvol voltooid heb. Merk ook dat wekelijks intervallen je niveau opkrikt en de duurtrainingen daardoor een stuk makkelijker en daardoor rustgevender worden.

  • Hans

    Leuk geschreven klaas.
    Zo is het.
    Een glas wijn is niet half leeg.
    Maar half vol.

  • Jan Koning

    Dag Klaas,

    Heb onlangs je boek gelezen en wil alleen even zeggen: petje af en een diepe buiging!

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Training