Verzuring speelt geen rol: wat is dan wel het probleem bij vermoeidheid na duurprestaties?

Als verzuring een grote rol zou spelen bij de vermoeidheid die we voelen na afloop van de wedstrijd, dan zouden de bloedmelkzuurwaarden hoog moeten zijn.

Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Verzuring speelt geen rol: wat is dan wel het probleem bij vermoeidheid na duurprestaties?
In een vorig artikel stelde ik dat verzuring bij een halve of hele marathon op maximale snelheid maar een zéér ondergeschikte rol als oorzaak van vermoeidheid speelt. Maar is daar ook bewijs voor?
Bloedmelkzuurconcentraties na verschillende loopafstanden
Als verzuring een grote rol zou spelen bij de vermoeidheid die we voelen na afloop van de wedstrijd, dan zouden de bloedmelkzuurwaarden hoog moeten zijn.
Om dat te achterhalen hebben we bij Nederlandse toplo(o)p(st)ers direct na een wedstrijd bloed afgenomen (tabel).

Afstand (m)

Melkzuur (mmol/l)

Standaard

deviatie

Rust

1,2-1,9

100

  8,7

0,4

200

18,7

1,3

400

25,8

2,5

1500

15,6

1,7

5000

  8,2

1,6

10000

 3,8

0,4

42000

 2,5

0,2

Zoals je kan zien, stegen de waarden tot zij een piek bereikten bij de 400m, om daarna weer te dalen. Opmerkelijk waren de waarden van de marathon, die nauwelijks boven de rustwaarden uitkwamen. Alleen al dit suggereert een geringe bijdrage van het anaerobe systeem aan de energievoorziening van de werkende spieren. Maar wat is dan wel het probleem bij vermoeidheid na duurprestaties?
Het antwoord vinden we als we naar de energielevering op spier(cel) niveau kijken.
Intensiteit en energie voor de spiercontractie
De directe energie voor onze spieren wordt geleverd door de afsplitsing van een fosformolecuul van het adenosine-tri-fosfaat (ATP) tot adenosine-di-fosfaat (ADP).
De voorraad ATP is echter zéér beperkt en zou maar voor enkele seconden energie kunnen leveren. Dus moeten verschillende andere systemen ingeschakeld worden om van ADP weer ATP te maken. Dit kan anaeroob op twee manieren:
*Door afsplitsing van een fosformolecuul van het creatine fosfaat (CP), dit levert energie voor ± 20-30 seconden.
*Door glucose (afkomstig van spierglycogeen) af te breken, waardoor lactaat ontstaat.
Aeroob kan het ATP aangemaakt worden door de aerobe afbraak van vetzuren en glucose. Er is echter een heel duidelijk verschil in snelheid van ATP vorming uit al deze brandstoffen. Des te groter de voorraad, des te lager is de ATP synthese snelheid. Het mooiste voorbeeld hiervan zijn de vetvoorraden (trigyceriden) in de spiercel en het onderhuidse vet. De voorraad is, ook bij afgetrainde marathonlopers, vrijwel oneindig.
Echter, de vetverbranding levert maar 50, 25 en max 5% van de energie/sec vergeleken met respectievelijk de aerobe en anaerobe afbraak van glycogeen en die van CP (tabel).

                Energiebron

Concentratie (µmol/g)

ATP productie (µmol/g/sec)

         ATP, CP

32

3-5

glycogeen –> melkzuur

240

1,0

glycogeen + O2 –> CO2 + H20

3000

0,5

Vetzuren + O2 –> CO2 + H20

oneindig

0,25

Tijdens elke loop, hoe kort en intensief ook, wordt het aerobe systeem aangezet. Dus in principe worden alle energieleverende systemen altijd benut, alleen hun procentuele bijdrage verandert met de intensiteit.
Bij de sprint of een snelle start is de hoeveelheid benodigde energie per  tijdseenheid veel te groot om deze alleen te dekken via aerobe mechanismes, je moet dus wel anaeroob ‘bijspijkeren’.
Dat betekent melkzuurvorming, want hiermee krijg je dus heel snel de nodige energie (ATP) voor de spiercontractie.  Bij een maximale 400m loop wordt het meeste lactaat gemaakt, dat mag duidelijk zijn. Als je tijdens de hele of halve marathon over b.v. 200m flink moet versnellen of een heuvel op loopt, dan kan het  zijn dat het anaerobe systeem even moet bijdragen. Je produceert dan melkzuur en je spiercellen zouden dan een beetje verzuren. Dat is prima. Melkzuur is ook een energierijk substraat, dat naar de bloedvaten rond de spier gaat, hierbij geholpen door speciale eiwitten die het over de celwand transporteren. Via het bloed komt het melkzuur in de hartspier, de type1 en 2A spiervezels van de benen en de niet werkende spieren waar het wordt geoxideerd.
Er is echter een belangrijke voorwaarde die ervoor zorgt, dat dit daadwerkelijk gebeurt en dat is de mate van doorbloeding van de spier. Deze wordt natuurlijk weer bepaald door het aantal haarvaatjes rondom de type 1 en 2 spiervezels en de mate van ontspanning. En dit is weer afhankelijk van de juiste training.
Samenvattend: Na een halve- of hele marathon is de bloedlactaat concentratie veel te laag om van verzuring te spreken. Dit is dus niet de reden van loodzware, pijnlijke benen. In het afsluitende derde deel bekijken we waardoor die vermoeidheid dan wel wordt bepaald en hoe we hier iets aan kunnen doen.
Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
STRYD V3: De ultieme footpod (vermogensmeter)

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Stryd V3: de ultieme footpod - Hardlopen op vermogen

Meer uit Training